Curatoren DSB claimen schadevergoeding van De Nederlandsche Bank

De curatoren zien zich in hun mening en schadeclaim gesterkt door uitspraken van oud-DNB-president Nout Wellink in juni 2010, hij claimde toen dat DNB nadere voorwaarden aan de bankvergunning voor DSB had moeten verbinden. Foto ANP/Evert-Jan Daniels

De curatoren van de in 2009 failliet verklaarde DSB Bank dienen samen met drie gedupeerdenorganisaties een claim in tegen toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB). Dat hebben de partijen vandaag bekend gemaakt, zo schrijft NRC Handelsblad vanmiddag.

Volgens de curatoren is DNB mede verantwoordelijk voor de schade die klanten en beleggers hebben geleden. DNB zou hebben gefaald in het toezicht.

Het gebeurt niet vaak dat curatoren toezichthouders aansprakelijk stellen voor gebrekkig toezicht in een faillissementszaak, zo schrijft onze economieredactie vandaag:

“Als het toch gebeurt worden de claims vaak afgewezen. Sinds de invoering van de Interventiewet vorig jaar tijdens de redding van SNS, is DNB bij wet beschermd tegen zulke claims. Maar die wet geldt niet met terugwerkende kracht.”

De claim is een gezamenlijk initiatief van de curatoren van DSB Bank, onder wie Rutger Schimmelpenninck en de Vereniging DSBspaarder.nl, Vereniging DSBdepositos.nl en Stichting Belangen Rechtsbijstandverzekerden DSB, drie organisaties die gedupeerden van DSB vertegenwoordigen. De dagvaarding wordt over twee tot drie weken verstuurd.

Hoeveel de partijen gaan eisen van DNB is nog niet duidelijk. Dat hangt af van het uiteindelijke tekort op de boedel van DSB Bank.

‘DNB had nooit een bankvergunning mogen verlenen’

Kern van de zaak is volgens curator Schimmelpenninck dat DSB in 2005 een bankvergunning kreeg van DNB terwijl de toezichthouder die nooit had mogen verlenen. De Commissie Scheltema, die in 2010 onderzoek deed naar de ondergang van de bank van Dirk Scheringa, kwam destijds tot dezelfde conclusie.

De commissie noemde daar drie redenen voor: Scheringa was geen bankier maar een “verkooporganisator”. Scheringa had alle touwtjes in handen. Hij was directeur-grootaandeelhouder van zowel DSB Bank als DSB Beheer, het vehikel waarmee Scheringa zijn sport- en kunsthobby’s financierde (en waarvoor DSB Bank als persoonlijke pinautomaat fungeerde). En drie: de organisatie en de administratie van de aspirant-bank waren een puinhoop.

De commissie constateerde eveneens dat DSB een vergunning kreeg terwijl zowel toezichthouder AFM als de afdeling integriteit van DNB hadden geconcludeerd dat Scheringa onvoldoende betrouwbaar was.

Toenmalig DNB-president Nout Wellink erkende tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer in juni 2010 in reactie op Scheltema’s harde conclusies dat “we ook met de kennis van toen nadere voorwaarden aan de vergunning hadden moeten verbinden”. Maar hij vond niet dat de vergunning onterecht was afgegeven. In een interview met de Volkskrant enkele maanden later zei hij dat hij “geen spijt” had van het verlenen van de vergunning.