Pumpkin Spice Latte

Op mijn zestiende was ik voor het eerst in Amerika, in New York, met mijn eerste vriendje. Ik herinner me nog hoe hij me glunderend mee naar Starbucks nam. „Hier drinken alle New Yorkers koffie.”

Dat is wat je wil: doen alsof je ook een New Yorker bent. De eerste dag ben je nog een toerist omdat je niets snapt van al die verschillende koffie-smaken met smaakshots, in absurde hoeveelheden – ik blijf het verwarrend vinden dat de kleinste optie bij Starbucks ‘tall’ heet – maar de volgende dag voel je je een local als je je ‘Grande Vanilla Latte With Soy Milk’ bestelt. Was het ook lekker? Nee. We probeerden elke dag een ander smaakje en alles was even goor. „Pumpkin Spice Latte for Marsha”, schreeuwde de jongen achter de counter. En smerig of niet, ik was dan gelukkig. Trots kocht ik aan het eind van de week een thermosfles met het Starbucks-logo en echt waar, vijftien jaar geleden vond mijn omgeving dat een enorm cool gadget van me. Net als mijn omgeving het een paar jaar terug nog heel tof vond dat ik een Abercrombie & Fitch–trui had. Die durf ik tegenwoordig niet meer aan. Die straalt namelijk niet langer uit dat ik, hip as I am, een paar maanden in Amerika heb gewoond, nee, die zegt dat ik een Amsterdam-Zuid-wijf ben dat heeft geshopt in de Leidsestraat.

Op weg naar hot yoga (ik maak het beeld er nu niet beter op, ik weet het) zag ik ineens een nieuwe Starbucks, op de Overtoom. Uiteraard was dit niet de eerste in Amsterdam, maar ik schrok toch. Toen Starbucks een paar jaar geleden voor het eerst naar belastingparadijs Nederland kwam was ik zeker dertig seconden lang opgetogen. Niet omdat ik dan weer een emmer ‘Mocha Cookie Crumble Frappuccino Blended Beverage’ kon drinken, maar omdat ik dan weer even New York kon proeven. En dat was fijn. Maar inmiddels is Starbucks allang geen New York meer, geen Amerika zelfs. Starbucks is de hele wereld. En zeker niet Amsterdams.

Datzelfde gevoel bekroop me toen ik Urban Outfitters binnenging, de winkel die dit weekend werd geopend. Het eerste Amsterdamse filiaal van de populaire Amerikaanse keten zit sinds vorige week in de Kalverstraat, met een tweede ingang aan het Rokin. Wat je daar kunt kopen is je hipsterimago: hoeden, wijde wollen truien, gerafelde afgeknipte spijkerbroeken, een fotoboek van Banksy (maar ook The Great Gatsby,) underground grammofoonplaten, notitieboekjes van leer die er leeg al uitzien of ze zeven avontuurlijke wereldreizen hebben meegemaakt en een koffiemok waarop staat: ‘Coffee makes me poop’. Wat een hipster precies is, weet ik trouwens niet, maar wel dat het mensen zijn die niet tot de mainstream willen behoren: onafhankelijke denkers, creatievelingen. Kortom: mensen die op zoek zijn naar hun eigen stijl (om in godsnaam maar niet op te vallen). Het zijn in elk geval mensen die geen koffie bij Starbucks drinken, tenzij ze daar misschien mokken zouden verkopen met: ‘Hipsters poop too’.