Column

Oorlog

Als columnist is het je taak om het dagelijkse nieuws met een haviksoog in de gaten te houden, verbanden te zien tussen schijnbaar ongerelateerde gebeurtenissen, elke discussie kritisch te volgen, een verfijnde antenne te ontwikkelen voor tendensen en ontwikkelingen en telkens weer een verfrissende invalshoek te vinden die de lezer een kort moment verrast, schokt of een glimlach op het gezicht bezorgt. Het moeilijkste is meestal om te kiezen uit al die verschillende onderwerpen die je verbazing of je verontwaardiging wekken. Maar wat ik in al die jaren dat ik columns schrijf nog nooit heb meegemaakt, is dat er domweg maar één enkel onderwerp is. Het hele land is al weken in de ban van één nationale discussie, die van een verbijsterende onbenulligheid is en die desalniettemin inmiddels bijkans is geëscaleerd tot een burgeroorlog.

Ik had geen enkele intentie om ooit iets te schrijven over Zwarte Piet. Integendeel. Ik wilde mij verre houden van die discussie. Maar ik kom er niet omheen. Er is gewoon geen ander nieuws in dit zompige hoekje van de wereld dat Nederland heet.

Ik herinner mij dat de Amerikaanse schrijfster en antropologe Ethel Portnoy, die zich in de jaren vijftig in Nederland vestigde, vertelde over haar eerste Sinterklaasfeest. Ze vierde dat in Parijs in het gezelschap van dichters als Remco Campert en Lucebert en schilders als Karel Appel. Als surprises hadden ze allemaal reusachtige fallussen en vagina’s voor elkaar gemaakt. Ook in de begeleidende gedichten wemelde het van de tieten, kutten en erecties. Als geleerde antropologe trok zij daaruit de conclusie dat het Nederlandse Sinterklaasfeest van oorsprong een vruchtbaarheidsritueel moest zijn. Zo zie je maar hoe folklore altijd anders valt te interpreteren.

En als we het dan toch hebben over geslachtsdelen, verbaast het mij hogelijk dat Sinterklaas zelf buiten de discussie wordt gehouden. Een man die zich verkleed als rooms-katholieke geestelijke en in ruil voor snoepjes en cadeautjes kleine kinderen op schoot neemt: hoe pervers kun je het bedenken?

De ware vraag is natuurlijk hoe het komt dat zo’n pietluttige discussie in Nederland kan escaleren tot een nog net niet gewapende strijd. Dat is omdat sinds Pim Fortuyn het misverstand heerst dat het goed is om te zeggen wat je denkt in plaats van te denken voordat je iets zegt. De ene helft van het land is allergisch geworden voor elke zweem van betweterij van de andere helft. Gerede twijfels en nuances worden opgevat als een frontale aanval op het eigen onomstotelijke gelijk en daarmee als een vijandelijke daad. En wanneer het dan ook nog eens gaat over een zogenaamd gezellig kinderfeest dat wordt beschouwd als een symbool van nationale identiteit, dan heb je oorlog.