Muziek heeft mijn leven gered’

De cheerleader van de band Crosby, Stills, Nash en Young heeft zijn memoires geschreven. In een cycloon van seks, cocaïne en egobotsingen hield hij de boel bij elkaar. „Ik denk dat wij herinnerd worden als een band die de mensen in hun hart raakte”, zegt hij aan de telefoon.

Graham Nash in New York in 2012: ‘Nee, ik ben niet bang dat Amerika een politiestaat wordt. Het is al zover!’ Foto Larry Busacca/Getty Images/AFP

Een telefonisch interview met een popster – in de jaren zeventig, toen vliegen nog duur was, maakten ze er bij de Muziekkrant Oor een ware kunstvorm van. Oefeningen in ‘ons kent ons’ werden het soms, voor hippe artiesten en dito journalisten, gevuld met het geroffel van wederzijdse amicaliteiten en schouderklopjes.

Zoals in een telefonisch gesprek van Constant Meijers met zijn vrienden van The Eagles, die de hoorn geduldig aan elkaar doorgaven om hem te woord te staan ( , december 1976). Dat begint: „Hallo? Constant? Hey, pardner, dit is Glenn, hoe gaat het ermee?” Even leuk babbelen met Glenn, en o ja, wil je Joe ook nog even aan de lijn?

Wat was ik jaloers, als middelbare scholier! Maar nu, 37 jaar later, heb ik er eindelijk één aan de lijn. Een lid van een ander fameus Amerikaans kwartet. 71 inmiddels, maar goed.

„Hallo? Dit is Graham Nash.”

„Oh? Meneer Nash! Ik ben zo blij dat u terugbelt!”

Graham Nash, van het hippieviertal Crosby, Stills, Nash en Young (CSNY), is een man die over zichzelf zong: I am a simple man/ and I play a simple tune. Maar die zich nu – na Bob Dylan, Keith Richards, Patti Smith, Neil Young en Pete Townshend – met Wild Tales heeft gevoegd in de rij rockmuzikanten die hun herinneringen te boek hebben gesteld.

Nóg een rockmemoir. Waarom?

„Voor mijn drie kinderen, nu dertigers, en voor mijn kleindochter van een jaar. Zij zal toch ook eens willen weten hoe haar opa op Hawaii terecht is gekomen.”

Begin jaren zeventig golden CSNY als een heuse supergroep met maatschappijkritische rock, dromerige ballades, en vooral: vierstemmige samenzang. De albums CSN (1969) en Déjà Vu (1970) zijn klassiekers van het late hippie-tijdperk. Nash (1942) was altijd de cheerleader van het viertal. De meest praatgrage, die de band bij elkaar probeerde te houden in een cycloon van seks, onmatig cocaïnegebruik en verwoestende egobotsingen.

Schrijven is wat anders dan zingen. Miste u die andere stemmen niet?

„Nee, het was een zuiverende ervaring. Ik maakte me wel zorgen wat mijn vrouw ervan zou vinden, omdat iedereen het over mijn ex Joni Mitchell zou willen hebben – maar zij vindt het prima. En over mijn vriend David Crosby natuurlijk, over wiens gedrag ik nogal uitgesproken ben.”

En wat vindt hij ervan?

„Nou ja, David geeft toe wat hij heeft uitgespookt. Hij is een vent. Hij erkent het. En ja, hij is er gelukkig ook weer bovenop gekomen.”’

Uw jeugd in Manchester was anders ook geen pretje, blijkt uit het boek.

„Het was een schrale tijd. Opgroeien vlak na de Tweede Wereldoorlog. Niet veel te eten, geen warm water, een wc buiten achterop.”

De muziek was dus een openbaring?

„Absoluut. Muziek heeft mijn leven gered. Ik heb geen idee wat er van me terecht gekomen was als ik geen muzikant was geworden. De Britse muziekscene was toen ook heel energiek, minder laid back dan ik later in Californië tegenkwam.”

Nash’ bijdrage aan CSNY bestond uit mierzoete meezingers als Teach Your Children en Our House, met die typisch tribale invulling van het hippieleven (‘Ik steek het vuur aan/ En jij doet de bloemen in de vaas’). Ook schreef Nash tegen militarisme (Military Madness) en ‘regels en voorschriften’ (Immigration Man, Chicago). Later bekommerde de zanger zich om nucleaire ontwapening, dolfijnen en walvissen, en de opwarming van de aarde.

Door het hele boek, geschreven met hulp van Dylan-biograaf Bob Spitz, klinkt die naïeve, soms zelfvoldane hippie-kijk op de wereld door, met veel verbazing over de eigen ‘fantastische’ ervaringen. De Brit Nash klinkt ook nog vol ontzag voor zijn vrijgevochten Amerikaanse collega’s, met huizen vol drugs en ‘naakte meisjes.’

Mist u die popscene van die jaren niet?

„To-taal niet. Nooit. Ik leef nu voor dit gesprek. Waarom zou je iets missen van vijftig jaar geleden? Het verleden interesseert me niet. Je kunt er toch niets meer aan doen.”

Vreemde opvatting voor iemand die net zijn memoires heeft geschreven.

„Ja, maar daarom juist. Ik heb het opgeruimd, nu kan ik door met de volgende zeventig jaar. Ik wil elke dag opnieuw inpluggen in andere energiestromen.”

Er is een mooie passage in het boek waarin u de as van uw moeder uitstrooit bij Buckingham Palace, waar u in 2010 een koninklijke onderscheiding kreeg. Waarom deed u dat?

„Twee jaar voor de dood van mijn moeder vroeg ik haar waarom ze mijn passie voor muziek altijd had gesteund. Ze zei: omdat ik zelf altijd op het podium heb willen staan. Ze hád ook een goede stem, ze had een artiest kunnen zijn. Dus ik leidde eigenlijk háár leven. Toen ik dat besefte, heb ik haar as gestrooid bij alle grote zalen waar we optraden: Carnegie Hall, Royal Albert Hall. En ja, natuurlijk kon ik de verleiding niet weerstaan om wat van mijn moeder mee te nemen toen ik de koningin ontmoette.’

De eerste keer dat u in Los Angeles aankwam, klom u in een palmboom met de mededeling dat u nooit meer naar beneden zou komen. Zielsgelukkig. Denkt u nog steeds zo over Amerika?

„Jazeker. Ik heb enorm respect voor het land, voor de fysieke schoonheid ervan, voor de goedhartigheid van de mensen.”

Maar u bent er ook heel kritisch over. Joni Mitchell gooide ooit cornflakes en melk over uw hoofd omdat ze u te negatief vond over Amerika. Ze vond u een ondankbare Brit.

„Zij is zelf een Canadees! Ze ergerde zich aan ons omdat we, ook op het podium, politiek nogal uitgesproken waren. Tegen de oorlog in Vietnam, de bombardementen op Cambodja. Maar het mooie is: dat kán in Amerika.”

U bent bang dat Amerika een politiestaat wordt, schrijft u.

„Ik ben daar niet bang voor, het ís al zover! Elke e-mail, elke sms die ik verstuur, dit telefoongesprek, al-les wordt opgenomen en geanalyseerd. Zou je dat geen politiestaat noemen dan?”

En toch houdt u van het land.

„De meeste Amerikanen willen gewoon een betere toekomst voor hun kinderen. Zo denk ik er ook over. Ik hou niet van landen. Ik hou niet van grenzen. Geef mij maar het perspectief van de astronaut: naar de aarde kijken vanaf de maan. Geen grenzen.’

In Californië ontmoette u Crosby en Stills – jullie ontwikkelden een uniek geluid. Wat geeft die driestemminge samenzang nu dat typische, montere gevoel?

„Ik weet het niet! Het is een goede vraag, maar ik weet het echt niet. Iedereen kan die noten zingen, maar niemand klinkt zoals David en ik als we zingen.”

Hoe vinden die stemmen elkaar? Hoe weten ze waar ze heen moeten, onderdoor, bovenlangs?

„Ik wou dat ik het wist, echt! Het is… het zijn gewoon drie kerels die samen zingen. Maar het is uniek – en daar zijn we ons van bewust.’’

Wat zal de muzikale erfenis zijn van CSNY?

„Ik denk dat wij herinnerd zullen worden als een band die de mensen in hun hart raakte. Die probeerde hun geest wakker te roepen – wat je bij uitstek kan doen met de menselijke stem. Onze beste nummers? Suite: Judy Blue Eyes, Ohio, Teach Your Children, Guinnevere. Stephen, David en Neil zijn véél betere songschrijvers dan ik ben. Echt, serieus. Ik ben maar een knul uit Manchester.”

Zou CSNY niet beter af zijn geweest zonder al dat gedoe, de drugs, de ruzies?

„Ik weet het niet. Mensen vragen me: hadden jullie niet meer muziek gemaakt, of betere, als jullie niet zo high waren geweest? Tja. We zullen er nooit achter komen.”

Neil Young e-mailt u aan het eind van het boek: ‘wat een hoop gelul’, na klachten van u over de samenwerking.

„Nou ja, we deden allebei ons zegje, en dat was het. Je kunt zulke kleinigheden niet tussen de muziek laten komen. Deze mensen zijn mijn broers, daar doe je niets aan.”

Werden vrouwen niet seksistisch behandeld in de jaren zestig, ook door u? Altijd maar naakt, altijd beschikbaar?

„Zou kunnen, in het algemeen dan. Maar niet in mijn leven. Ik heb ongelooflijk veel respect voor de vrouwen in mijn leven, ik heb ze ook altijd met respect en liefde behandeld. Wat andere mensen deden, moeten ze zelf maar uitleggen.”

Hoe gaat het met de planeet?

„Ik geloof dat de planeet er heel ernstig aan toe is. Water is straks belangrijker dan olie, de oceanen zijn van levensbelang. Er drijft een eiland van plastic in de Stille Oceaan, zo groot als de staat Texas!”

Muziek kan de wereld niet veranderen, zingt Neil Young.

„Ik ben het daar totaal mee oneens. Neil zelf soms ook, ja, maar dat is Neil. De idealen van de hippietijd zijn nog springlevend. Liefde ís beter dan haat. Vrede ís beter dan oorlog. We móéten elkaar beter behandelen.”

Dank u wel, meneer Nash.

„Graag gedaan.”

Graham Nash: Wild Tales. A Rock & Roll Life. Viking, 360 blz. € 24,-

    • Sjoerd de Jong