Met de billen bloot in de Veiligheidsraad

Bij de Verenigde Naties zijn ze wel wat gewend, qua verrassende politieke wendingen, maar een belangrijk land dat vrijwillig afziet van macht? Nee, dat was lang niet gebeurd. In 1950 had de Sovjet-Unie een hoge prijs betaald toen zij besloot de zittingen van de Veiligheidsraad te boycotten. Het was bedoeld als protest tegen het feit dat Taiwan de Chinese zetel in de Veiligheidsraad mocht bezetten, en niet communistisch China. Maar het gevolg was dat de Sovjet-Unie, één van de vijf leden met vetomacht in de raad, zichzelf op een cruciaal moment als diplomatieke machtsfactor buiten spel zette. Zo kon de Veiligheidsraad, ongehinderd door een veto van Moskou, een interventiemacht van de VN naar de Koreaanse oorlog sturen. De boycot is als een diplomatieke blunder van de Sovjet-Unie de geschiedenis ingegaan.

Het onverwachte besluit van Saoedi-Arabië vorige week om af te zien van een tijdelijke zetel in de Veiligheidsraad, was van een andere orde van grootte. Een tijdelijk lid zit maar voor twee jaar in de raad, heeft geen vetorecht en kan meestal maar een bescheiden rol spelen. Maar toch zijn de tijdelijke zetels erg gewild. Landen voeren jarenlang campagne om er één te mogen bezetten. Want een plaatsje aan tafel bij het machtigste orgaan van de VN, dat wordt in veel hoofdsteden gezien als een buitenkansje .

Wat Saoedi-Arabië heeft bewogen om voor de eer te bedanken, legt Midden-Oosten-redacteur Toon Beemsterboer hiernaast uit. Maar voor andere landen blijft de vraag: wat is zo’n tijdelijke zetel eigenlijk waard? Is het meer dan een figurantenrol op het wereldtoneel? Voor Nederland is die vraag actueel, omdat Den Haag campagne voert om gekozen te worden voor de periode 2017-2018.

Dat er nadelen verbonden zijn aan een zetel in de Veiligheidsraad ondervond Duitsland twee jaar geleden. Tot grote tevredenheid van minister van Buitenlandse Zaken Westerwelle had het land een tijdelijke zetel bemachtigd. Maar toen er gestemd moest worden over een militaire interventie in Libië, kwam de Duitse regering in een lastig parket. Ze was tegen ingrijpen en onthield zich dus van stemming, maar haalde zich daarmee de woede op de hals van de belangrijke bondgenoten Amerika, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Wie in de Veiligheidsraad zit kan zich niet verstoppen, moet met de billen bloot, als er gestemd wordt.

De meeste landen deinzen daar niet voor terug. Het hoort bij het nemen van verantwoordelijkheid. En het is de prijs die je als land betaalt voor de mogelijkheid enige invloed uit te oefenen bij de politieke wereldtop. Saoedi-Arabië heeft ook andere, waarschijnlijk effectievere manieren om zich te laten gelden: het land is lid van de G20 en kan met zijn enorme rijkdom in allerlei situaties op eigen houtje groot gewicht in de schaal leggen. Maar voor een land als Nederland kan lidmaatschap van de Veiligheidsraad de effectiviteit het buitenlands beleid wezenlijk vergroten. Een stoel aan tafel geeft niet alleen prestige, en een waardevolle informatievoorsprong, maar ook een stem in het debat. De vijf permanente leden mogen de lakens uitdelen, tijdelijke leden kunnen soms beter kwesties op de agenda zetten die niet in de brandende actualiteit spelen, maar wel belangrijk zijn – zoals wederopbouw van landen na conflicten.

„Ieder land moet elke mogelijkheid aangrijpen om invloed uit te oefenen”, zei oud-ambassadeur Peter van Walsum, die Nederland in 1999-2000 in de Veiligheidsraad vertegenwoordigde, deze week in een debat over de VN. Daar komt nog iets bij: het streven naar een zetel in de Veiligheidsraad is een van de manieren waarop Nederland, dat de afgelopen jaren zo intens met zichzelf bezig was, kan laten zien dat het zich niet afkeert van de wereld.

Juurd Eijsvoogel schrijft iedere vrijdag op deze plaats over internationale kwesties