Klachten zijn slechts helft van het verhaal

De stad verandert steeds meer in een circus, klagen Amsterdammers. Te veel feesten, muziek, herrie, drukte. Daarbij doen ze net alsof er niet óók een pluskant is.

In Amsterdam wordt volop gefeest, maar omwonenden zijn er niet altijd blij mee. foto thomas slijper

De hele dag. De hele dag! Vorig weekend stond de hele dag een soundsystem tegenover mijn huis te stampen ter aanmoediging van de hardlopers in de Amsterdam Marathon. Ook de hond in het huis van de buren werd er dol van; hij blafte op het laatst perfect in de maat.

Snapte dan niemand dat dit misschien tien seconden lekker is voor een passerende marathonloper, maar een hele dag irritant voor de mensen die hier wonen? Ik ging de dj vragen in wiens opdracht hij daar lawaai stond te maken. De marathon was in de fase van de minder bedeelde lopers beland. Een man die met zijn handen in de zij voort wankelde. Een vrouw die haar voeten nauwelijks van de grond kon krijgen. Een tergend dunne man met de handen stijf onder zijn kin, die er desondanks een drafje uit wist te persen. Maar iedereen die langsliep, veerde even op bij het kruispunt waar de muziek klonk. De dj stak twee armen omhoog, de wijsvingers naar de hemel, en de lopers beantwoordden zijn groet.

Op de grijze Volkswagen, met in plakletters ‘Glittergolf’ erop geschreven, vertelde de dj in zijn zilveren paillettenpak dat hij door de marathonorganisatie was ingehuurd. Twee passerende meisjes joelden naar hem, hij joelde terug. „Meestal moet ik mensen zo lang mogelijk op de dansvloer houden”, zei hij. „Nu moet ik ze zo snel mogelijk laten wegrennen.” Klonk als een grapje dat hij die dag al vaker had gemaakt. Al mijn irritatie smolt weg.

Elk jaar, zegt een woordvoerder van de gemeente, worden duizenden evenementen georganiseerd in Amsterdam, van winkelstraatfeesten tot (legale) straatraces. Van die duizenden evenementen heten er tussen de 150 à 200 ‘groot’, dat wil zeggen met tienduizend bezoekers of meer. Dat betekent dat er om de dag ergens in de stad zeker tienduizend mensen bij elkaar komen om te feesten. Dat blijft niet onopgemerkt.

In deze krant schreef oud-correspondent Hieke Jippes, net verhuisd naar Amsterdam, hoe lawaaiig de stad was en hoe ze hunkerde „naar een situatie waarin het normaal blijft dat je, ook in de stad, een merel kunt horen zingen”. De overheid schoof haar klacht over een buitenfeest terzijde omdat het lawaai binnen de normen was gebleven. „Moeten bewoners hier gaan vechten voor stilte (althans het ontbreken van lawaai), terwijl de overheid – voor financieel gewin – anderen het recht geeft daarop lang en hevig inbreuk te maken?”

Ja, daar komt het wel op neer, maar dat is slechts de helft van het verhaal. De gemeente Amsterdam verleent niet alleen vergunningen aan al die evenementen, maar stimuleert ze ook. Citymarketing heet dat. In de nota Evenementen goed voor de stad, de stad goed voor evenementen wordt onomwonden op het financiële en economische voordeel gewezen. De meest succesvolle Europese steden doen het ook, staat er: „Londen, Barcelona, Madrid, Parijs, Berlijn, Brussel, Lyon, Lille enzovoort.” En nee, in die nota zijn de woorden ‘overlast’ of ‘hinder’ niet te vinden.

Je hoort Amsterdammers vaak klagen dat hun stad een circus is met een eeuwig doorlopende voorstelling van fanfares, autobussen vol toeristen die, eenmaal uitgeladen, meteen onhandig aan het fietsen slaan, tussen het provinciale winkelpubliek op zondag door, te midden van bassende luidsprekers in alle winkelstraten. Allemaal waar. Maar bij die klachten wordt gedaan alsof er geen pluskant is. Alsof de koopzondag geen gemak is, alsof de toeristen niet inderdaad een rijke bron van inkomsten voor de stad vormen en alsof sommige evenementen niet ook een verrijking zijn voor de Amsterdammers zelf.

Dit is de balans in het leven van de grotestadsmens. Te wonen in een stad die door haar dynamiek permanente opwinding biedt – niet alleen aan jou, maar ook aan miljoenen anderen. Dat is een voorrecht dat de Amsterdammer moet delen met zijn buren en met bezoekers. Soms mag je meelopen in de marathon en soms moet je je ergeren aan de teringherrie.