Kappen met die drones, zegt premier Sharif. Maar of-ie het meent...

Pakistan protesteert tegen drone-aanvallen door de VS Maar nu blijkt dat de regering vier jaar lang heeft ingestemd met die acties

Redacteur Azië

Geen kwestie zet de relatie tussen Pakistan en de Verenigde Staten al jaren zo onder druk als de aanhoudende drone-aanvallen van de CIA op doelen in Pakistan langs de grens met Afghanistan. Miljoenen Pakistanen zien die als een schaamteloze inbreuk op de soevereiniteit van hun land, die veel onschuldige mensen het leven kost. Ook de in mei aangetreden premier Nawaz Sharif hamerde er in de verkiezingscampagne dit voorjaar op dat het daarmee uit moest zijn.

Bij zijn eerste bezoek aan het Witte Huis sinds zijn aantreden ontkwam Sharif er deze week dan ook niet aan de kwestie aan de orde te stellen. Na afloop van zijn ontmoeting met president Obama zei hij dat hij „de noodzaak had onderstreept om zulke aanvallen te beëindigen”. Veel concreets had zijn gastheer hem niet te bieden, want de Amerikanen zijn de zoemende, onbemande vliegtuigjes met hun dodelijke projectielen als een onmisbaar instrument gaan beschouwen in hun strijd tegen terroristen en iedereen die ook maar enigszins wordt verdacht van samenwerking met hen.

De vraag is ook of Sharif zich binnenskamers net zo kritisch over de drones heeft uitgelaten. Ook zijn voorgangers deden dat vaak maar juist woensdag kwam het dagblad The Washington Post met de onthulling dat de Pakistaanse regering in de vier jaar tot eind 2011 in het geheim niet alleen had ingestemd met de inzet van drones boven het land, maar ook gedetailleerde briefings ontving van de CIA over het verloop van aanvallen.

Uit sommige documenten blijkt zelfs dat sommige doelwitten door de Pakistanen zelf zijn aangewezen. Volgens een document uit 2010 was een locatie aangevallen „op verzoek van uw regering”. Een ander document uit dat jaar bespreekt een „gezamenlijke inspanning van de CIA en de ISI om doelwitten te bepalen”. De ISI is de machtige, Pakistaanse militaire inlichtingendienst. Het ging daarbij waarschijnlijk om aanvallen op leden van de Pakistaanse Talibaan, die in eigen land veel aanslagen plegen.

Toeval lijkt het niet dat deze documenten juist nu uitlekken. Zo wordt Sharif te verstaan gegeven dat hij niet te veel kabaal in het openbaar kan maken over de Amerikaanse aanvallen zonder Pakistans geloofwaardigheid aan te tasten.

Zelfs als Sharif zich daadwerkelijk verzet tegen de drone-aanvallen is onzeker of zijn mening veel gewicht in de schaal legt. Vanouds wordt het beleid in dit soort kwesties veeleer bepaald door het Pakistaanse leger en de ISI.

De gevoelige zaak van de drones illustreert hoe dubbel de relatie tussen de Verenigde Staten en Pakistan nog altijd is. Beide landen hebben elkaar nodig maar vertrouwen elkaar tegelijkertijd maar half.

Pakistan blijft belangrijk voor Washington: als doorvoerland naar Afghanistan, als broedplaats van veel militante moslims, maar ook wegens zijn kernwapens. Niet voor niets gaven de VS kort voor Sharifs bezoek 1,6 miljard dollar aan economische en militaire hulp vrij, die na een crisis in de wederzijdse betrekkingen was geblokkeerd.

Tegelijk storen de Amerikanen zich aan Pakistaanse steun voor de Afghaanse Talibaan. The Washington Post citeert een geval uit 2011 toen de VS aanwijzingen hadden dat de ISI informatie van de CIA doorbriefden aan militante moslims in het grensgebied.

De Pakistanen op hun beurt vinden dat de Amerikanen hun te weinig inspraak gunnen over de toekomst van Afghanistan. Daarom zullen ze hun steun voor de Afghaanse Talibaan niet snel staken. Ze zien die als een goed middel om enigszins greep te houden op de ontwikkelingen in Afghanistan.

    • Floris van Straaten