‘Jazz is jazz. En iedereen vindt er zijn eigen weg in’

Jazzsaxofonist Kenny Garrett is op tournee in Europa. Dit weekeind is hij hoofdgast op Jazz International Rotterdam.

Kenny Garrett foto keith major

„Duke Ellington vond het prettig wanneer zijn musici moe waren – dan speelden ze beter. Je moet er doorheen. Op het podium zijn we nooit moe.” De Amerikaanse saxofonist Kenny Garrett is in Boedapest met zijn kwintet. Over het vermoeiende van een Europese tournee doet hij laconiek. Komend weekend is hij hoofdgast op het meerdaagse festival Jazz International Rotterdam, dit jaar met saxofoon als thema.

Kenny Garrett (53), een van de meest sonore altsaxofonisten in de Amerikaanse jazz, wisselt zijn concerten af tussen Europa en Amerika. Het publiek kan erg verschillend reageren op zijn jazz, bemerkt hij deze dagen weer. „Europese luisteraars hebben een dieper historisch besef. Je voelt hoe het publiek de muziek omarmt en probeert te doorgronden. In Amerika kan het matter zijn: er is veel keuze, er lopen zoveel muzikanten rond. De jazz is er immers geboren. Soms moet je je land verlaten om bij terugkomst nieuw enthousiasme te bespeuren.”

De nieuwe cd van Garrett, Pushing The World Away, staat centraal deze tournee. Hierop, evenals op zijn vorige Seeds from the Underground trouwens, bulkt het van de hommages: van Chick Corea tot Chucho Valdés en Sonny Rollins. „Ja, dat begint op te vallen hè”, lacht hij. „Dat doe ik op veel albums. Waarom? Ik vind het gewoon belangrijk grote musici te erkennen nu ze er nog zijn. Ik wil niet wachten tot een postuum eerbetoon. Via muziek zeg ik dank aan hen, voor hun inspiratie.”

Zo gaat Hey Chick over zijn vriendschap met pianist Chick Corea. „Wij bellen elkaar regelmatig en dan spelen we elkaar muziek voor, over de telefoon.”

Garrett staat ‘op de schouders van de oudere jazzgeneratie’. „Jazz is jazz. En iedereen vindt er zijn eigen weg in. Maar je dient een sterke verbinding met de jazzouderen te hebben, ze zijn de bodem onder alle beweging.” Hij is zelf intussen ook bepaald geen kleine. Garrett, die zijn loopbaan begon bij het Duke Ellington Orchestra, groeide als blazer bij Art Blakey’s Jazz Messengers en echt internationaal doorbrak in de Miles Davis Band, kan stevig inzetten. Wel is hij wisselvallig. Naast vlammende solo’s zijn er evenveel momenten dat hij verzandt in een bijna plichtmatig uitspelen van mooie thema’s, terwijl hij aanschurkt tegen lichtere funk. Dat maakt zijn cd’s tweeledig: aangenaam versus licht woest.

Op de cd speelt Garrett straigt ahead jazz met latinritmiek en verhalende improvisaties. Zoals veel blazers componeert hij aan de piano, zijn tweede instrument. „Daarop kan ik sneller met melodieën aan de slag in arrangementen.” De muziek, zegt Garrett, is ‘groter’ dan hij. „Ik laat de Schepper mij als vehikel gebruiken om te uiten wat nodig is.” Maar het was jazzheld Johnny Griffin die hem eens zei dat Garrett vanaf zijn vijftigste een ‘levende legende’ ging zijn. „Ik lachte hard, wat bedoelt hij? Later begreep ik dat het ging om de verantwoordelijkheid die je als gevestigde naam gaat voelen. De generatie ná jou gaat op je leunen. En wij zijn op het podium gedrild – zij zijn gevormd op de conservatoria. Er is behoefte aan overdracht.”

Festival Jazz International Rotterdam, t/m 27/10 LantarenVenster, Rotterdam.

    • Amanda Kuyper