Het eerste elftal van de literatuur

Ooit was de Nederlandse literatuur een woelig strijdtoneel Tegenwoordig is het allemaal reuzegezellig nrc.next stelt een elftal samen van literaire beloftes die de dertig nog niet zijn gepasseerd

De jonge schrijvers van Nederland spelen in hetzelfde elftal. Jongens (en meisjes) onder mekaar, die hun bewondering uitspreken en elkaar complimentjes uitdelen voor hun mooie, nieuwe boek. Strijd en polemiek, zoals die in vroeger jaren nog voor brouilles en kroeggevechten zorgden, ontbreken nagenoeg. Afzetten doen ze zich hoogstens tegen de oudere generatie – maar ook dát mondjesmaat, want er is toch zeker ruimte voor iedereen? En hoe goed voelen deze broekies zich nou helemaal, dat ze een drieste vadermoord zouden willen plegen?

Er zijn vanavond, op de Jonge Schrijversavond in de Amsterdamse Stadsschouwburg, dus weinig literaire fitties te verwachten. Gezelligheid des te meer.

In de aanloop naar de Jonge Schrijversavond werd een filmpje gemaakt over drie bijzonder keurig ogende jongemannen van wie een fotoshoot werd gemaakt op een tennisbaan. Ze leken op Philip Huff, Joost de Vries en Thomas Heerma van Voss. Twee van de drie sloegen een balletje, zachtjes om de cameraman niet in de war te brengen. De derde wekte de indruk best graag naar huis te willen. Om het zoveelste shot moesten ze zich verkleden. Truitje zus, shirtje zo, jasje erbij.

Arme jongens. In handen gevallen van een stylist die zich had voorgenomen om in één keer de Nieuwe Truttigheid in de Nederlandse letteren af te kondigen.

‘Hier zijn de nieuwe Grote Drie van de Nederlandse Literatuur’, stond bij het filmpje, dat hoort bij een kwebbelstuk in het kwartaalblad Elsevier Juist. De Vries, Heerma van Voss en Huff worden erin voorgesteld als respectievelijk de nieuwe Mulisch, Reve en Wolkers. Maar onder de fotolampen op een tennisbaan of gestoken in een broek met hondjes erop, krijg je onherroepelijk een Kleine Drie.

En, hè, welke braverik bij Elsevier heeft Hermans uit de Grote Drie gegooid en zijn stoel aan Wolkers gegeven? Of eigenlijk aan een misverstand over Wolkers, want Huff blijkt zijn eretitel behalve aan de seks in zijn boeken te danken te hebben aan het feit dat hij een ‘knuffelbeer’ zou zijn.

Nu was Wolkers in zijn laatste jaren best knuffelbaar als hij televisieploegen langs de bloemetjes en bijtjes in zijn Texelse tuin leidde. Maar de schrijver Jan Wolkers, van wie na de jaren zeventig trouwens weinig opzienbarends meer werd vernomen, deed weinig aan geknuffel. Wel aan vulgair-vernieuwende beeldspraak, zoals ‘de klapdeurtjes in een saloon die klaar hangen om je voor je ballen te slaan’. (Voor de context zie Turks fruit, pagina 52 – veel exemplaren vallen daar vanzelf open).

Aan het eind van het filmpje heeft Joost de Vries het over de noodzaak tot polemiek in de stijl van de oude Grote Drie. Hij wil wel, maar tegen wie? „De kogels zitten in de kamer, maar er is nog geen reden om te schieten.”

    • Arjen Fortuin
    • Thomas de Veen