Gemeenten steken geld voor discriminatieklachten in andere zaken

Gemeenten gebruiken het geld dat bestemd is voor de registratie en afhandeling van discriminatieklachten voor andere zaken. Dat blijkt uit een rondgang van NRC Handelsblad langs gemeenten en discriminatiemeldpunten. Arja Kruis van de Landelijke Brancheorganisatie van Antidiscriminatievoorzieningen vindt dat “zorgelijk”.

Gemiddeld nog 27 cent per inwoner

Sinds 2009 krijgt elke gemeente in Nederland van het Rijk 37,2 cent per inwoner voor de registratie en afhandeling van klachten over discriminatie, een wettelijke plicht voor de gemeenten. Maar gemeenten zijn niet verplicht het daaraan uit te geven. In de afgelopen twee jaar zijn de tarieven die worden betaald aan de regionale meldpunten her en der flink gedaald. In verschillende regio’s wordt gemiddeld nog maar 27 cent betaald.

Andere gemeenten hebben de meldpunten ondergebracht bij een welzijnsorganisatie die het voor een fractie van het geld doet. De West-Brabantse gemeenten Rucphen, Drimmelen en Woensdrecht behandelen elkaars klachten. Volgens de professionele antidiscriminatiebureaus wringt dit met de onafhankelijkheid van de klachtafhandeling – expliciet vereist in de wettelijke regeling.

Geld voor andere taken veelal geschrapt

Bij een evaluatie van het systeem in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelde onderzoeksbureau Partners + Pröpper in december nog dat “de financiële bijdrage (0,372 euro per inwoner) die gemeenten ontvangen uit het gemeentefonds voor uitvoering van de twee wettelijke taken registratie en bijstand daaraan ook feitelijk door gemeenten wordt besteed”. Dat was gebaseerd op onderzoek uit 2011 en is dus in twee jaar tijd veranderd.

Ook geld voor aanvullende taken als voorlichting en preventie is in veel plaatsen geschrapt, of het wordt betaald uit de rijksbijdrage, die daarvoor niet bedoeld is.

    • Bas Blokker