Gaan de VS over de grens bij de Rabo?

Rij je naar Amsterdam met op de achterbank een Albert Heijn-tas met boodschappen, bovenop een flesje wijn voor bij de spaghetti carbonara, wacht je thuis bij de voordeur een onbekende man. Hij stelt zich vriendelijk voor als, laten we zeggen, Jack en blijkt te werken voor het Amerikaanse ministerie van Justitie. Jack maakt je vervolgens op het volgende attent: je hebt alcohol vervoerd op de achterbank en niet in een afgesloten kofferbak zoals de Amerikaanse wet voorschrijft. Bovendien is de fles wijn onbedekt. Hij zal een forse boete moeten uitdelen, zegt Jack, met een spijtig gezicht. De wet is tenslotte de wet, nietwaar?

Je sputtert tegen dat dit Nederland is, en niet Amerika. Dat is waar, zegt Jack, maar had je niet dat appartement in Brooklyn? Dat maakt je toch een béétje een Amerikaan, nietwaar? Het zou zonde zijn als dat appartement iets naars overkomt. En, zegt hij terwijl hij zijn nagels inspecteert, hij wéét waar de kleine appartementjes naar school gaan.

De Rabobank, bleek woensdag, hangt een enorme boete boven het hoofd wegens haar betrokkenheid bij het manipuleren van de Libor-rente tijdens de financiële crisis. Die boete zou wel eens een miljard dollar kunnen bedragen. Dat de Britse toezichthouders die deels opleggen is begrijpelijk: de bank doet groot zaken in Londen. Dat Nederlandse toezichthouders betrokken zijn is nog logischer. Zij het dat zij maximaal 8 miljoen euro kunnen heffen, want zo zit de wet hier in elkaar. Maar Amerikanen?

Straks verdwijnen er honderden miljoenen euro’s naar de VS, waar de Rabo weliswaar zaken doet maar voor de rest relatief bescheiden aanwezig is. Het komt vaker voor dat buitenlandse bedrijven zich bij hun daden buiten de VS toch aan de Amerikaanse wet moeten houden. Denk aan zaken doen met Iran. Maar in de financiële sector is de macht wel erg zichtbaar. Daar kan je op twee manieren iets van vinden. Boos worden, bijvoorbeeld, over de ‘extra-territoriale jurisdictie’ die de VS zich hier aanmeten. Chantage is daarbij een belangrijk middel. Geen grote bank kan het zich permitteren niet meer in Amerika of met Amerikanen zaken te kunnen doen. En dus betaal je maar. Zo oefenen de VS enorme juridische macht uit buiten het eigen grondgebied – en dus binnen de jurisdictie van anderen, waaronder hun eigen bondgenoten.

Aan de andere kant: zouden we in Europa de strenge beursregels voor ondernemingen hebben gehad zonder de Securities and Exchange Commission (SEC)? Wie op de beurs van New York genoteerd staat moet daar ongekende openheid betrachten. Zonder de SEC- filings zouden wij een stuk minder weten over onze eigen grote bedrijven. Er is hier sprake van Amerikaanse invloed – noem het soft power – die vaak gunstig is geweest. Rabo is een van de banken waarvan medewerkers met de Libor-manipulatie een van de grootste zekerheden op de financiële markten hebben besmeurd. Daar mag een stevige sanctie tegenover staan, en het is nog maar de vraag of Europa of Nederland die had kunnen opleggen.

Maar toch: die miljard dollar verdwijnt nu voor een belangrijk deel naar de VS, gaat ten koste van een Nederlandse bank en dus ook van de kredietverlening in Nederland. Dat is wrang. En hebben Europese financiële instellingen niet ook forse schade geleden door hun Amerikaanse tegenhangers in de financiële crisis? De vraag rijst waarom alleen toezichthouders in de VS afgelopen maandag de bankgigant JP Morgan een boete van 13 miljard dollar oplegden. Waarom claimt Europa eigenlijk niet ook bij die bank?

Misschien zou premier Rutte eens met Washington moeten bellen over die Rabo-boete en ze daar vertellen wat hij er van vindt. Of nee, laat maar.

Dat weten ze natuurlijk al lang.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.

    • Maarten Schinkel