Elizabeth Gilbert

Een sympathieke rebel is ze, Elizabeth Gilbert. Een elitaire rebel ook, wier voornaamste verzetsdaad neerkwam op een ‘gap year’ waarin ze huis, werk en relatie opgaf om te eten (in Italië), bidden (in India) en beminnen (op Bali). Het verslag van die ontdekkingsreis (Eat, Pray, Love – 2006) werd een wereldwijde bestseller; een Hollywoodfilm, merchandise en talloze imitaties volgden. Haar grotendeels vrouwelijke lezerspubliek haalde Gilbert juichend binnen als mildfeministische goeroe, iemand die afweek van de gebaande paden zonder haar respect voor meer conventionele vrouwenlevens te verliezen.

Na een geestig vervolg over hoe het ging met de man in wier armen ze Eat, Pray, Love afsloot (Committed, 2010 – ze zijn nog steeds getrouwd) dompelde Gilbert zich een paar jaar onder in de geschiedenis van de plantkunde, haar grote hobby, met als resultaat een roman over 19de-eeuwse botanie. Dat klinkt obscuur, en dat is het ook: Alma Whittaker, hoofdpersoon van Het hart van alle dingen, is een vakidioot.

Alma’s leven begint ‘tegelijk met de eeuw’ in Philadelphia. Haar vader Henry, van arme Britse komaf en autodidact, is dankzij een bloeiende handel in geneeskrachtige planten uitgegroeid tot ‘een van de drie rijkste mannen van het westelijk halfrond’. Alma is zijn enige kind, zijn trots en zijn evenbeeld – inclusief forse neus en rode haar. Alma’s Nederlandse moeder, Beatrijs, is wars van ‘alle dwaze of vulgaire dingen’ en drilt vooral Alma’s intellectuele vaardigheden.

Ontspanning vindt Alma in haar eentje, op het landgoed rond het familiehuis. Ze is onderzoekend en nieuwsgierig naar de wereld, en vindt bij gebrek aan echte reismogelijkheden een parallel universum in de mossen die bij een boomrand in de tuin groeien. Alma – en Gilbert, wier vertelplezier buiten kijf staat – leest in die mossen moeiteloos hele valleien, oceanen en woestijnen, en besluit haar leven te wijden aan de bestudering van deze in de botanie ‘ondergewaardeerde stam’.

De buitenwereld dringt zich met de jaren meer aan dit eigenaardige, maar niet ongelukkige meisje op. Eerst krijgt ze er een adoptiezus bij, het weesje Prudence – bloedmooi, stil, beheerst, in alles Alma’s tegenpool. Bij dit tweetal voegt zich de frivole, labiele Retta Snow, die de zusjes leert lachen en spelen. Dit drietal was al genoeg geweest voor een interessante roman, maar Gilbert wil meer. Veel meer. Voordat Alma ‘als heel tevreden oude dame’ in Amsterdam haar laatste dagen slijt, moet ze nog verliefd worden, trouwen, scheiden, haar bezittingen opgeven, naar Tahiti afreizen om alsnog te proberen de psyche van haar op mysterieuze wijze overleden ex-man te doorgronden, een avontuurtje beleven met een bronstige priester genaamd Tomorrow Morning, en talloze wijze lessen in onbaatzuchtigheid en zelfopoffering leren.

Met al dat plotgeweld ondergraaft Gilbert haar zo mooi begonnen verhaal op een jammerlijke manier. Haar heldin laat ze, na die vermakelijke, nerdy jeugd, als volwassen vrouw keer op keer kapseizen voor melodrama. In de wetenschap blijft Alma bovendien van erkenning verstoken doordat ze afziet van publicatie van haar eigen evolutietheorie, wat Gilbert als een soort bewijs van deugdzaamheid opvoert. Dat is onbedoeld tragisch. Had Alma maar in haar tuin gelaten.

Sandra Heerma van Voss

    • Sandra Heerma van Voss