Dolen in een leeg taalgeheugen, en intussen Finland bezingen

In het oorlogsjaar 1943 wordt in de haven van Triëst een man met ingeslagen schedel gevonden, op sterven na dood. Dokter Friari, medisch officier bij de Duitse marine, ontfermt zich over hem. Wanneer de man bijkomt, blijkt hij zijn geheugen kwijt te zijn: hij kan niet zeggen wie hij is en waar hij vandaan komt, sterker, hij spreekt en verstaat geen enkele taal. Het enige aanknopingspunt omtrent zijn identiteit is een zeemansjasje met ‘Sampo Karjalainen’ in de kraag.

Aangezien Sampo Karjalainen een Finse naam is, veronderstelt dokter Friari, zelf van Finse afkomst, dat hij met een landgenoot van doen heeft, en hij steekt veel energie in diens revalidatie. De eerste stap naar herstel van zijn spraakvermogen is dat hij hem leert fluiten. Vervolgens zegt hij hem het Fins woord voor woord voor.

Wanneer Sampo zo een rudimentair Fins heeft leren spreken, stuurt de dokter hem met een militair konvooi mee naar het vaderland. ‘U moet uw taal gaan leren. Meer dan wat ook zal dat uw geheugen helpen.’ Zie hier de uitgangssituatie in de roman Nieuwe Finse grammatica van de Italiaanse schrijver en taalkundige Diego Marani (1959).

Met vijftien naamvallen en een ondoorgrondelijke zinsbouw is het Fins niet bepaald de gemakkelijkste taal om machtig te worden, en in Helsinki heeft Sampo er, geholpen door een orakelende militaire predikant, zijn handen vol aan. Al maakt hij spectaculaire vorderingen voor iemand wiens taalgeheugen verwoest is, ze leiden niet tot spontane herinneringen, en een rondgang langs alle Karjalainens in het telefoonboek geeft ook geen uitsluitsel over zijn identiteit.

Dan is er nog één remedie, de allerbeste volgens dokter Friari: verliefd worden. De zingende verpleegster Ilma Koivisto zou hem in dat opzicht prima van dienst kunnen zijn (‘haar lach was als een lucifer in mijn duistere geheugen’), maar het is een onzeker avontuur om jezelf te verliezen in een ander, en al helemaal voor iemand die niemand is. In het door de Russen belegerde Helsinki verkiest Sampo de eenzaamheid boven een romance.

Uiteindelijk blijkt de hoofdpersoon geen Sampo Karjalainen te heten en niet eens Fins te zijn. Dat heeft Marani al in de proloog laten doorschemeren, vermoedelijk in het besef dat hij, als hij de lezer tweehonderd bladzijden lang in spanning zou houden, met een veel sterkere ontknoping zou moeten komen dan hij voorradig had.

Het is dus niet de intrige die bijzonder is aan dit boek; waar het echt om gaat is dat Marani prachtig schrijft over de Finse linguïstiek en mythologie, over de muzikale oorsprong van taal, en overtuigend de verschrikking weet op te roepen van iemand die zonder taalgeheugen ontwaakt: zelfs om zijn lot te vervloeken ontbreken hem de woorden.

Marco Kamphuis