Als je ze pakt, vallen ze je aan

De Dierenbescherming vangt per jaar 8.000 zwerfkatten Maar er zijn er veel meer Gedumpte of weggelopen katten overleven in het wild omdat ze nog dicht bij de natuur staan

Ze laden twee vangkooien in hun Dierenambulance. Kattenvoer, een ijzeren prikstok, gevoerde leren beschermhandschoenen tot aan de ellebogen. Het is vrijdagmorgen in Oss. Ze hebben weer een melding binnen over verwilderde zwerfkatten. De zoveelste.

Coördinator Ans Mientjes (56) werkt al twintig jaar voor de Dierenbescherming. Ze heeft de overlast van zwerfkatten schrikbarend zien groeien, vertelt ze, terwijl de ambulance optrekt. Tien jaar geleden vingen ze twintig verwilderde katten per jaar. Tegenwoordig hebben ze elke week wel een vangactie. „Vaak vangen we vier, vijf katten per keer. Het is dweilen met de kraan open.”

Dierenbescherming Nederland schat het aantal zwerfkatten in Nederland op minimaal 40.000. Regiomanager Ron Stoorvogel: „En dat aantal groeit snel. Elke poes heeft zo’n twee nestjes per jaar. Per nest overleven in het wild gemiddeld drie kittens. Die zijn na een half jaar weer vruchtbaar en zo gaat het door.”

Verwilderde katten zijn mensenschuw en altijd op zoek naar eten. Ze leven in groepen bij campings (waar ooit de eerste kat is achtergelaten), bij bejaardenhuizen (waar baasjes overlijden), in woonwijken (waar kittens zijn buitengezet toen ze niet meer schattig waren). Mientjes: „Eigenlijk vind je ze tegenwoordig overal.”

Vogelaars morren over de afname van het aantal tuin- en weidevogels. Buurtbewoners klagen over lawaai en tuinen vol poep en plas. De eerste meldingen zijn al binnen over katten die woningen binnendrongen, zich vervolgens in het nauw gedreven voelden en schade aanrichten. Boeren huren jagers in om de zwerfkatten op hun land af te schieten uit angst voor de verspreiding van dierziekten.

De toename van het aantal zwerfkatten in Nederland is een probleem dat de Dierenbescherming alleen niet kan oplossen, zegt regiomanager Stoorvogel. De Dierenbescherming draait op giften, contributie en sponsoring. Ze kan per jaar ruim 8.000 katten vangen, laten steriliseren of castreren en terugzetten. Stoorvogel: „Dat is een druppel op een gloeiende plaat. Overheden zullen hun verantwoordelijkheid moeten nemen, voor het echt de spuigaten uit loopt.”

Hongerige katten voor de deur

De Dierenambulance stopt voor een vervallen boerderijtje in Berghem, een dorp bij Oss. Op nummer zes woonde een 76-jarige man die een poes die was komen aanlopen weleens voerde. Ze raakte zwanger. En nog eens. En nog eens. Nu is de man opgenomen in het ziekenhuis en moet hij naar een verzorgingstehuis. Zijn buurman heeft de Dierenambulance gebeld. De katten staan hongerig voor zijn deur te krijsen, vertelt hij. Hij heeft het afgelopen jaar al drie dode kittens gevonden. Hij kan het niet langer aanzien.

Coördinator Ans Mientjes gaat eens kijken. Ze vindt een moederkat met twee kittens van vier weken oud. De moederkat komt kopjes geven. „Die is niet wild”, zegt Mietjes. „Dit is gewoon een huiskat die is weggelopen of gedumpt.” Verderop staan drie katjes van een maand of vijf uit een vorig nest. Die schieten weg als Mientjes ze benadert. „Die zijn in het wild geboren, dus verwilderd. Die moet je niet willen pakken, want dan vallen ze je aan.” Ze spreekt uit ervaring. Het oor van een collega is al eens opengekrabd. „Die moest een tetanusprik.” Een ander is in zijn vinger gebeten. „Die moest een prik en in het gips.”

Ze haalt de vangkooi uit de ambulance en zet hem neer bij de voordeur van nummer zes. Achterin zet ze een bakje voer. Eerst proberen de katten het voer met hun pootjes van buiten de kooi uit het bakje te hengelen. Daarna lopen ze toch de kooi in. Zodra ze in het midden op een klepje stappen, valt de kooideur dicht.

Als alle katten zijn gevangen, rijdt de ambulance naar Dieren Opvang Maashorst. Daar bekijkt beheerder Sandra van Rooij ze. Moeder en de twee jonge kittens gaan in quarantaine. Ze worden ontwormd, ontvlooid, ingeënt en verzorgd en zullen op termijn zeker nieuwe eigenaars krijgen, oordeelt ze. De drie oudere poezenkinderen wil ze niet hebben. „De kans dat die nog gesocialiseerd kunnen worden is heel klein.”

Zes weken, daarna zijn ze wild

Mientjes had niet anders verwacht. De kritische grens ligt bij zes weken. Als kittens later gevonden worden, blijven ze over het algemeen wild. Dus rijdt de dierenambulance door naar de dierenkliniek van dierenarts Bijen in Oss. Daar zullen de drie gecastreerd of gesteriliseerd worden en dan – zoals wettelijk is voorgeschreven – worden teruggeplaatst op de plek waar ze zijn gevonden. Ze zullen zich wel redden met muizen en vogels. Al worden katten in het wild half zo oud als thuis: zo’n zeven jaar.

Dierenarts Wim Bijen (60) is sinds 1986 de asieldierenarts in Oss. „In het begin ving het asiel vooral honden op en een paar katten. Nu is dat helemaal omgedraaid. Nu is 80 procent kat.” Hij somt wat verklaringen op. Honden worden al langer beter geregistreerd. En als mensen ervanaf willen, zetten ze de beesten op Marktplaats in de hoop er nog wat aan te verdienen.

Een hond zet je niet in het bos

Katten zijn anders. Mensen laten ze minder vaak chippen. En als ze hun kat kwijt zijn, stoppen ze vrij snel met zoeken. Na drie maanden herkennen ze hun eigen kat meestal niet eens meer. Daarbij beginnen mensen gemakkelijker ondoordacht aan katten. En dan schrikken ze van de kosten van een castratie of sterilisatie. Dus komen er nestjes. Schattig allemaal. Maar als de dieren na negen weken het huis afbreken, worden ze buitengezet of ergens gedumpt. En katten overleven in het wild omdat ze nog dicht bij de natuur staan. „Zet een golden retriever in het bos en hij overlijdt.”

Dierenarts Bijen castreert de twee mannetjes en steriliseert het vrouwtje dat Mientjes in haar Dierenambulance heeft meegenomen. Hij ontvlooit ze en chipt ze met een plastic pistool. „Nu zijn ze geregistreerd als loslopende gevallen.” De Dierenbescherming betaalt.

Mientjes neemt de geholpen dieren mee naar de Dierenbescherming in Oss. Ze vult kruiken met warm water en legt die bij de beestjes in de kooi. Maandag zal ze de drie na een gesprek met de buren terugzetten in de landelijke tuin van nummer zes. Deze drie zwerfkatten planten zich in elk geval niet meer voort.