Zoveel ‘onechte’ kinderen worden er dus niet geboren

Is het echt zo dat een aanzienlijk deel van alle kinderen niet verwekt is door zijn ‘echte’ vader? Dat blijkt reuze mee te vallen Slechts 1 procent van alle kinderen in Vlaanderen is een ‘bastaard’

foto istock

Redacteur Biologie

Over vaderschap gaan de wildste verhalen rond. 10, 20 of zelfs 30 procent van alle kinderen zou door een andere man dan de partner van de vrouw zijn verwekt. Twijfelende vaders kunnen via internet een vaderschapstest bestellen. In tv-programma’s als DNA Onbekend zoeken kinderen antwoord op de angstige vraag of hun vader wel hun biologische vader is. Onzekerheid genoeg, maar hoeveel onechte kinderen worden er nu daadwerkelijk geboren?

Dat blijkt reuze mee te vallen. Slechts 1 procent van alle kinderen in Vlaanderen is een ‘bastaard’. En dat percentage is al vierhonderd jaar stabiel, blijkt uit onderzoek van de Katholieke Universiteit Leuven. Vandaag verschijnt het onderzoek in Proceedings of the Royal Society B.

Maarten Larmuseau, evolutionair geneticus en eerste auteur van het artikel, kent de hoge percentages. Hij komt ze tegen in hoorcolleges en leerboeken. En in familiekring. „Ik had een grootnonkel die zeer gepassioneerd de genealogie van onze familie uitploos”, zegt hij aan de telefoon. „Maar hij verloor alle zin daartoe toen hij uit de pers vernam dat 5 tot 10 procent van de kinderen niet van de echte vader is.”

Maar direct onderzoek naar vaderschap is schaars. Vaak gaat het om een bijvangst van medisch onderzoek. Duitse artsen schreven vorig jaar nog over kinderen die een beenmergtransplantatie van een ouder ondergingen. Ze zagen dat slechts 0,94 procent van de patiëntjes een andere biologische vader had dan werd gedacht.

Maar dat is een cijfer van nu, een tijd waarin anticonceptie vrij beschikbaar is en de seksuele moraal bovendien losser is. Hoe zat dat vroeger?

Y-chromosomen

De Leuvense genetici en sociologen zijn de eersten die biologisch vaderschap in historische context hebben onderzocht. Larmuseau en zijn collega’s verzamelden stambomen en het DNA van 1071 Vlaamse mannen. Voorwaarde voor deelname aan de studie was dat de proefpersonen aan konden tonen dat hun oudst bekende voorouder in de mannelijke lijn vóór 1800 in Vlaanderen leefde. Van alle deelnemers werd een profiel van het Y-chromosoom gemaakt.

Y-chromosomen erven net als achternamen over van vader op zoon. Als twee mannen volgens hun stamboom een voorouder in de vaderlijke lijn delen, moet hun Y-profiel ook overeenkomen. Als dat niet zo is, klopt de juridische stamboom niet met de biologische, en is er dus mogelijk sprake van overspel, of een onvermelde adoptie. Door zorgvuldig eigen stamboomonderzoek kon het team van Larmuseau zo goed als uitsluiten dat de juridische stamboom niet klopte.

Van de zestig koppels met een gedeelde stamboom waren er acht met een ongelijk Y-chromosoom. Dat lijkt veel, maar het betekent dat het percentage buitenechtelijke kinderen per generatie de afgelopen 400 jaar rond de 1 procent lag, becijferden de Leuvense onderzoekers. Het is voor 95 procent zeker dat de uitkomst tussen de 0,41 en 1,75 procent ligt.

Een soortgelijk getal rolde uit een tweede onderzoek. Aan het einde van de zestiende eeuw migreerden katholieken uit Noord-Frankrijk naar Vlaanderen. Deze groep Franssprekende migranten integreerde snel in de Vlaamse samenleving. Als een vrouw met een Franse familienaam overspel pleegde, deed ze dat waarschijnlijk met een Vlaming met een Nederlandse achternaam.

Maar dat gebeurde zelden, concludeert Larmuseau. De Y-profielen van Vlamingen met Franse achternamen, zoals Larmuseau zelf, zijn genetisch nog altijd duidelijk te onderscheiden van Vlamingen met Nederlandse achternamen. „Als dat signaal na 400 jaar nog niet vertroebeld is, dan moet het percentage buitenechtelijke kinderen veel lager liggen dan werd beweerd”, zegt Larmuseau. Rond de 1 procent, om precies te zijn.

Trouw en ontrouw

Zijn mannen en vrouwen trouwer aan elkaar dan we geneigd zijn te denken? Larmuseau durft die conclusie niet te trekken. „Ons onderzoek betreft buitenechtelijke kinderen, en gaat niet over trouw en ontrouw binnen een relatie.”

Larmuseau vermoedt dat het lage percentage ‘bastaardkinderen’ een weerspiegeling is van een evolutionaire strategie die mensen volgen. Mannen investeren veel zorg in partner en kinderen. Daar staat tegenover dat ze relatief zeker kunnen zijn over het vaderschap. Bij de naaste verwanten van de mens, chimpansees en bonobo’s, ligt dat anders. Chimp- en bonobovrouwtjes paren met meerdere mannetjes, die op hun beurt maar weinig interesse tonen in hun nageslacht.

Anderzijds zijn seksuele verhoudingen binnen een samenleving ook een product van cultuur. Binnen de strikte rooms-katholieke moraal wordt overspel streng veroordeeld. Larmuseau wil gaan onderzoeken of het aantal buitenechtelijke kinderen per plaats en tijd verandert. Hij kan zich goed voorstellen dat in geïndustrialiseerde gebieden meer buitenechtelijke kinderen geboren worden dan in plattelandsgemeenschappen. „In steden is er minder sociale controle en saamhorigheid.”

Larmuseau was zelf proefpersoon in zijn onderzoek. „Ik zit samen met een achterneef in de databanken.” De familiestamboom klopte, hun verwantschap was echt. „Gelukkig maar, die stamboom hangt al sinds mijn kindertijd thuis aan de muur.”

    • Lucas Brouwers