Rusland: Greenpeace-activisten geen ‘piraten’ maar ‘vandalen’

Rusland zwakt aanklacht af tot vandalisme. De Europese Commissie acht aanpak van activisten ‘disproportioneel’.

De Russische justitie heeft gisteren de aanklacht tegen Greenpeace-activisten afgezwakt tot ‘vandalisme’. De dertig gedetineerde actievoerders kunnen nu veroordeeld worden tot maximaal zeven jaar gevangenisstraf en niet langer tot vijftien jaar, zoals had gekund op grond van de voorgaande aantijging van ‘piraterij’.

Deze mildere aanpak werd bekendgemaakt op de dag dat het ministerie van Buitenlandse Zaken in Moskou ook liet weten dat Rusland niet zal meewerken aan de arbitragezaak van Nederland bij het Internationale Zeerechttribunaal. Gevolg daarvan kan zijn dat Rusland de uitspraak in de spoedprocedure, die Nederland nu heeft aangespannen, niet erkent.

Minister Sergej Lavrov van Buitenlandse Zaken wilde daarop niet vooruitlopen. „De zaak bevindt zich in de fase van het gerechtelijke vooronderzoek”. Daarin „moeten we ons niet mengen”, zei minister Lavrov.

Gisteren mengde wel de Europese Commissie zich in de Greenpeace-zaak. Commissaris Janez Potocnik (milieu) betreurde het besluit van Rusland om niet mee te werken aan de arbitrage. Potocnik sprak de hoop uit dat de mededeling gisteren in Moskou dat Rusland „open staat voor een vergelijk in de zaak” ruimte biedt voor een „positieve uitkomst”.

Ook het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zei gisteren nauwgezet te volgen of het „vreedzame” karakter van het Greenpeace-protest wel voldoende in de Russische strafzaak wordt meegenomen.

Greenpeace reageerde koel op het feit dat activisten niet meer worden beschuldigd van piraterij. Directeur Vladimir Tsjoeprov van Greenpeace-Rusland verwelkomde het loslaten van piraterij maar noemde de aantijging vandalisme net zo „absurd”.

De Haagse politie heeft intussen de 43-jarige veelpleger gepakt die ze verdacht van inbraak in een pand waar Russische diplomaten wonen.