Ruprecht werd Zwarte Piet en daarna, in 1863, bij toeval slaaf

Zwarte Piet met zijn vrolijke pakje ontstond uit de duistere Knecht Ruprecht

Deel van een Duitse prent uit 1875 van Knecht Ruprecht die een familie bezoekt. Veel ‘Zwarte Piet’-elementen (de zak, de roe, de cadeautjes) zijn ook hier aanwezig.

Het doorgeven van folklore gaat gepaard met herinterpretaties, ingrijpende veranderingen en gruwelijke misverstanden. Van een fenomeen blijven soms maar een paar elementen behouden. Die antropologische waarheid maakt het lastig om aan te geven hoe Nederland aan zijn Zwarte Piet kwam. De grote lijn is dit: Sint Nicolaas was al in de Middeleeuwen een heilige die in heel Europa, van Spanje tot diep in Rusland, werd geëerd en gerespecteerd. Hij wordt in verband gebracht met allerlei goede daden, zorg voor arme kinderen en is de beschermheilige van ongetrouwde meisjes en van zeevarenden. In die laatste rol is hij de beschermheilige van de havenstad Amsterdam. Geen stad in Nederland die zo’n nauwe relatie voelde met Sint Nicolaas als Amsterdam.

Zoals meer heiligen lukte, heeft Sint Nicolaas waarschijnlijk de duivel overwonnen. Dat soort heiligen is in vroeger eeuwen vaak afgebeeld met een geketend zwart duiveltje aan de voeten. Het is de herinnering aan dat duiveltje dat waarschijnlijk in de folklore is blijven bestaan.

Hoe het precies is gegaan valt niet meer na te gaan maar van lieverlee is in grote delen van Europa de gewoonte ontstaan om op 5 of 6 december Sint Nicolaas in eigen persoon voor kinderen te laten optreden en geschenken te laten uitdelen. Bij voorkeur aan arme kinderen, altijd aan brave kinderen. Meestal werd en wordt Nicolaas daarbij begeleid door die kleine helper die dan voorzien is van een roe en een zak of mand. Vaak loopt die wat krom zodat je zijn gezicht niet ziet, soms is dat ook wel zwart gemaakt of achter een zwarte baard verstopt. In Duitsland heet deze helper Knecht Ruprecht, in Frankrijk Père Fouettard. In de Elzas had je de figuur Hans Trapp die een ketting om zijn middel droeg. Rond Zwitserland kent men Krampus die behalve ketenen en een roe ook hoorns heeft en nogal Freudiaans tekeer gaat. Interessant is dat de figuren ook zelfstandig kunnen optreden, ja, ze kunnen zelfs overspringen naar het Kerstfeest, zoals onze Sinterklaas in Amerika opeens als Santa Claus bij de kerstboom belandde. De kerstboom op zijn beurt is wel eens overgesprongen naar 5 december. Dat is wat folklore is: een rommeltje.

Duitse en Franse kinderen waren altijd wel een beetje bang voor Ruprecht en Fouettard, maar ook altijd doordrongen van het besef dat ze het au fond goed meenden. Nooit ging er ècht een stout kind in de zak of de mand. Ook in de Nederlandse steden werden kinderen op 5 december in de achttiende en begin negentiende eeuw flink bang gemaakt. Maar voor zover bekend, nooit door Nicolaas en helper zelf. Want die verschenen ook niet in persoon. Het sinterklaasfeest werd ingeluid met gebonk op ramen en deuren en er klonk ketengerammel en gegrom vóór een zwarte hand het strooigoed naar binnen smeet. Meer niet.

Op het Nederlandse platteland, voldoende ver van Amsterdam, ging het waarschijnlijk anders toe. Er zijn aanwijzigen dat daar rond 5 december wel een Nicolaas met helper rondging. Waarschijnlijk volgden wij het Duitse model en liep er een Knecht Ruprecht mee. Tussen 1870 en 1913 duiden regionale kranten de helper van Sint Nicolaas nog geregeld aan als Knecht Ruprecht.

Het is dan ook niet vreemd als de Amsterdamse schoolmeester/dichter en vernieuwer van het Sinterklaasfeest Jan Schenkman (1806-1863) rond 1848 of 1849 een boekje met versjes uitbrengt waarin hij aan Sint Nicolaas een knecht toevoegt. In het rijm zelf krijgen we weinig te horen over die knecht, niet meer dan dat hij zweet en spioneert en flink moet aanpakken. En, op één plaats, dat hij zwart is, maar dat uitdrukkelijk in verband met de schoorsteen waar hij kennelijk net uit kwam. Het lijkt erop dat de tekenaar die de plaatjes bij het rijm maakte heeft begrepen of besloten dat het een zwarte man moest zijn. Hij ontwerpt een sportieve verschijning in neutrale kleding, die eerder oogt als compagnon dan als ondergeschikte van de Sint.

Toen het boek Sint Nikolaas en zijn knecht een succes bleek, heeft uitgever Gerardus Theodorus Bom (1814 –1884) betere plaatjes laten maken. De nieuwe illustrator voorzag de knecht van kousen, pofbroek, plooikraag en zwierige muts met veer, kortom het pagepakje waaruit onlangs is afgeleid dat Schenkman de knecht als page heeft doen herverschijnen. Het pakje is een verzinsel, juist bedoeld om de knecht meer aanzien te verschaffen dan Schenkman hem gaf. De knecht was de vertrouwde, ietwat duistere Knecht Ruprecht, géén page, maar hij kreeg wel een pagepakje aan. Acrobaten en koorddansers, kermisklanten dus, droegen ook vaak zo’n pakje, zelfs in andere boekjes die Schenkman schreef.

Het gekozen kostuum sloeg geweldig aan, het is nooit meer verdwenen en sinds een paar jaar wordt het zelfs ook gedragen door Père Fouettard in België en door Knecht Ruprecht in Duitsland. Want dat is folklore: het gaat alle kanten op.

Het succes van Schenkmans expliciete beschrijving van Sint Nicolaas en zijn knecht had groot succes, voortaan werd het duo in persoon ten tonele gevoerd. In 1873 verschijnt Sint Nicolaas in het Paleis voor Volksvlijt voor 3400 kinderen, begeleid door twee zwarte knechts, vier Chinezen, nog wat bedienden en een olifant. De entourage van Nicolaas moest vooral exotisch zijn, ’t was een man uit een ver land, Spanje, Turkije, Italië, enzovoorts.En het was ook variété.

Dat de helper van Sint Nicolaas een zwarte man was, werd in de negentiende eeuw, voor zover dat viel na te gaan in het krantenarchief van de Koninklijke Bibliotheek, nooit onvriendelijk benadrukt of op enige wijze misbruikt. Hij was in de eerste plaats: exotisch. Wel leefde er bij sommigen nog een vage herinnering aan de ketenen waarmee in het begin van de eeuw nog zo woest gerinkeld was. Toen in 1863 de slavernij werd afgeschaft was het misverstand snel geboren: dat moesten de ketenen geweest zijn van Nicolaas’ negerslaaf. Prompt verschenen er ook plaatjes van Zwarte Piet met geketende voeten.

    • Karel Knip