Politici en bankiers tot zombies getransformeerd

Anne Wenzel, Buste Large Light Blue, 2013 Foto John Stoel

Anne Wenzel deelt graag harde klappen uit. Haar keramieken beelden zijn steevast donker en theatraal en zitten vol met elementen uit de zwarte Romantiek – geblakerde landschappen, vervallen monumenten. Wenzel lijkt de Duitse Romantische traditie, die al loopt van Friedrich tot Kiefer, in leven te willen houden.

Ze doet dit door steeds opnieuw te laten zien hoe suggestief en veelzeggend afbraak en vernietiging kunnen zijn – waarbij de clou natuurlijk is dat haar beelden, die ook nog eens zijn opgetrokken uit zeer kwetsbaar keramiek, die vernietiging zelf altijd overleven. Mooi zijn, zelfs, soms. Bij Wenzel blijft de kunst bestaan, waar de rest van de wereld in stukken valt.

Deze thematiek komt ook nadrukkelijk naar voren in Wenzels nieuwe expositie bij Galerie Akinci, Damaged Goods. Die bestaat uit twee nieuwe series: een van wild kronkelende witte keramieken boeketten en een van zwarte koppen, of beter bustes, die zwaar aan verval onderhevig zijn geweest. Wenzel heeft die laatste serie naar eigen zeggen gebaseerd op het boek Krieg dem Krieg van de pacifist Ernst Friedrich, dat vol staat met gruwelijke foto’s van verminkte slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog.

In haar beelden doet Wenzel hetzelfde, alleen toont ze geen slachtoffers, maar oude mannen, politici, generaals, bankiers – niet de slachtoffers, maar de veroorzakers van leed. Nu zijn hun hoofden vernield, verwoest, gesloopt: halve gezichten zijn weggeslagen, onherkenbaar gemaakt, sommige bestaan meer uit gat dan uit gezicht – wat extra tragisch wordt doordat ze bustes zijn, beelden met eeuwigheidswaarde. Wenzel heeft ze tot zombies getransformeerd.

Toch werkt het niet. Wenzel heeft te wanhopig te hard willen slaan. Daardoor schiet ze haar doel voorbij: niet alleen zijn deze mannen zo hard aangepakt dat ze anoniem en oninteressant blijven, erger is dat de spanning tussen scheppen en vernietigen uit Wenzels beste werk in deze serie nauwelijks terug te vinden is.

Wenzel is deze serie duidelijk van meet af aan begonnen met het idee dat de beuk erin moest – weg met de machthebbers, weg met de oorlog – wat ze overigens doet in een virtuoze keramiektechniek. Maar deze koppen hebben niet geleefd, niets betekend, ze moesten van meet af aan kapot. Daardoor haal je als toeschouwer je schouders op: als het niet uitmaakt of iets ooit heel is geweest, doet het er ook niet toe of het wordt vernietigd. Jammer.

Hans den Hartog Jager

    • Hans den Hartog Jager