Nooit meer een blanke schilderen Nooit meer een blanke schilderen

Amerikaanse kunstenaar Kerry James Marshall wil de kunst verrijken met beelden uit de zwarte cultuur In Antwerpen is nu een grote expositie van zijn werk

Werk van Kerry James Marshall dat te zien is in Antwerpen. Links: Black Star uit 2011. Rechtsboven:Nude (Spotlight) uit 2009. Rechtsonder:Lost Boys AKA Black Johnny uit 1993.

Redacteur Kunst

Het is geen voor de hand liggende keuze voor een zwart kind dat eind jaren vijftig opgroeit in een arm gezin in het diepe zuiden van de VS. Toch wist Kerry James Marshall (1955) al van jongs af aan dat hij kunstenaar wilde worden. Vanaf het moment dat hij als vijfjarige in een encyclopedie schilderijen zag van Rembrandt, Goya en Da Vinci dacht hij: dat wil ik ook. Tekenen leerde hij zichzelf met behulp van het destijds razend populaire televisieprogramma Learn to Draw. Zijn kennis van kunstgeschiedenis deed hij op in de bibliotheek, waar hij na schooltijd systematisch de kunstcatalogi tot zich nam.

Wat hem toen al opviel: dat daarin niet veel plaatjes van zwarte mensen stonden. Op zijn veertiende wist hij het zeker: hij zou nooit meer een blanke schilderen. Sindsdien is het Marshalls missie om de kunstgeschiedenis te verrijken met beelden uit de zwarte cultuur.

Op zijn tentoonstelling Painting and Other Stuff in het Muhka in Antwerpen – zijn grootste expositie tot nu toe – trekt een veelheid aan stijlen voorbij, van zwierige rococo à la Fragonard tot Hopper-achtig realisme. Alleen zijn de blanke hoofdrolspeelsters stuk voor stuk vervangen door Afro-Amerikaanse schoonheden. Op Nude (Spotlight) uit 2009 ligt een pikzwarte vrouw als een trotse hedendaagse Olympia achterover op de spierwitte lakens. En op Black Star uit 2011 breekt een uitzinnige zwarte dame door een abstract schilderij van Frank Stella – alsof ze dat blanke modernisme persoonlijk een lesje wil leren.

Al zijn schilderijen, zegt Marshall, zijn gemaakt met de intentie om een rol op te eisen in de kunstgeschiedenis. „De westerse kunstgeschiedenis is de enige kunstgeschiedenis die we hebben. En het feit dat zo weinig zwarte kunstenaars deel uitmaken van die canon, is een leemte die ik iedere keer weer voel als ik naar een museum ga of een kunstboek open. Blanke heteroseksuele mannen zijn daarin nog altijd de dominante kracht. De vraag is wat mij betreft heel eenvoudig: kun je tevreden zijn met simpelweg toezien dat andere mensen succes hebben in een domein waar jij geen onderdeel van bent?” Hij lacht. „Natuurlijk niet. Dat is toch gekmakend?”

Conceptuele kunst

Hij was de eerste in zijn familie die ging studeren, vertelt Marshall met zuidelijke tongval. Op het Otis College of Art in Los Angeles was hij de enige zwarte student in zijn jaar, en de enige die zich op schilderkunst richtte. Het was eind jaren zeventig en de conceptuele kunst vierde hoogtij. Marshall: „Alleen het idee al dat je een schilderij wilde maken, werd absurd gevonden. Laat staan een schilderij van een zwarte figuur. Maar ik dacht: musea blijven de komende eeuwen toch wel volhangen met schilderijen.”

Marshall werd geboren in het jaar dat Rosa Parks in Alabama weigerde haar plaats in de bus af te staan aan een blanke passagier. Hij verhuisde in de zomer van 1963 naar Los Angeles en was erbij toen twee jaar later de rellen uitbraken in Watts. Hij was negen toen Malcolm X werd doodgeschoten, twaalf toen Martin Luther King werd vermoord. Hoe kun je je als zwarte kunstenaar daar niet toe verhouden en abstracte kunst maken, wil Marshall maar zeggen. „Je kan niet geboren zijn in Alabama in 1955 en opgroeien in South Central in de buurt van het hoofdkantoor van de Black Panthers, en niet het gevoel hebben dat je een zekere sociale verantwoordelijkheid hebt”, zei hij in een eerder interview. „Je kan niet naar Watts verhuizen in 1963 en de dingen zien die ik zag in mijn vormende jaren en het daar niet over hebben. Die gebeurtenissen bepaalden voor een groot deel waar mijn werk over moest gaan.”

Kunsthistorische canon

Inmiddels lijkt Marshall aardig in zijn missie geslaagd. Hij heeft die felbegeerde plek in de kunsthistorische canon opgeëist. Dat is ook te zien aan de forse prijzen die voor zijn werken worden betaald – een groot doek kost 400.000 euro. Maar die marktwaarde zegt hem niet veel, beweert Marshall. „Belangrijk aan kunstwerken is niet wat ze kosten, maar wat ze betekenen. Ik probeer werken te maken die nieuwe wegen openen voor andere kunstenaars, die deze optie wellicht nooit voor mogelijk hadden gehouden. Ik wil laten zien dat figuratieve kunst, die altijd onder vuur ligt, nog steeds actueel kan zijn.”

Kerry James Marshall: Painting and Other Stuff. Tot en met 2 februari in Muhka, Antwerpen. Kijk op muhka.be

    • Sandra Smallenburg