Nieuw: een EU-top over vluchtelingen in plaats van de euro

Net als bij debatten over de economie staan Noord- en Zuid-Europa tegenover elkaar in het vluchtelingendebat in de EU.

Een Europese top die niet gedomineerd wordt door de eurocrisis, maar vooral gaat over de ‘digitale economie’ en bootvluchtelingen - dat zal even wennen zijn voor de regeringsleiders die vandaag en morgen in Brussel bijeenkomen.

Je zou de conclusie kunnen trekken dat het beter gaat met Europa. Maar je kunt ook zeggen: er zijn nieuwe problemen bijgekomen die de oude, in ieder geval tijdelijk, overschaduwen.

De digitale toekomst van Europa stond al langer op de agenda van de top, maar kreeg extra gewicht door onthullingen over Amerikaanse afluisterpraktijken. Het Europese migratiebeleid stond officieel helemaal niet op het menu, maar door de recente bootrampen bij het Italiaanse Lampedusa, waarbij ruim 400 vluchtelingen omkwamen, is er geen ontkomen meer aan.

De problemen van het migratiebeleid - het gebrek aan Europese coördinatie, het geruzie tussen lidstaten over de opvang van asielzoekers, de onwil om meer middelen beschikbaar te stellen voor reddingsoperaties – zijn al jaren bekend. Maar er zijn steevast rampen en (spionage-) schandalen nodig voor Europa daadwerkelijk in beweging komt.

Of de recente vluchtelingendrama’s het ‘Lehman Brothers-moment’ worden van de Europese migratiepolitiek valt nog te bezien. In de aanloop naar de top konden lidstaten het maar moeilijk eens worden over de mate van urgentie die het thema krijgt.

Net als bij de eurocrisis is er een diepe kloof tussen Noord-en Zuid-Europa. Zuid-Europese landen hebben het meeste met bootmigratie te maken en beschouwen dit als een Europees probleem, hoewel de bewaking van de buitengrenzen formeel een nationale zaak is.

De conclusies van elke top worden altijd grotendeels van tevoren voorbereid - dat kan niet anders, zo’n top duurt twee dagen. In een eerdere ontwerpversie van die conclusies verklaren de leiders „diep bedroefd’’ te zijn over de gebeurtenissen en wordt gepleit voor „sterkere samenwerking”. Zuid-Europese landen vonden die tekst te slap.

Dinsdag vormden Malta, Griekenland en Italië een gelegenheidscoalitie, met Spanje en Frankrijk om deze aan te scherpen. Louis Grech, de Maltese vice-premier, verweet zijn collega’s „passiviteit”. „De Unie doet te weinig te laat.” Rond middernacht was een alternatieve tekst gereed. Hierin wordt gesproken over „een gedecideerde Europese aanpak [...] gebaseerd op bescherming, preventie, praktische solidariteit en een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheden”.

De woordkeus bij conclusies op toppen van regeringsleiders – het hoogste politieke niveau van de EU – is bepalend voor het concrete beleid waarover (migratie-)ministers later beslissen. Vandaar het politieke gevecht in Brussel over woorden .