Met nieuwe schrijver is de oude Asterix terug: naamgrapjes en afgerond verhaal

Nee, de Asterix-strip is niet gered door het aantreden van een nieuwe tekenaar en nieuwe schrijver, maar het debuterende duo laat in Bij de Picten wel zien hoe het hoorde. Naar deze vernieuwing is lang uitgekeken. De tien albums die tekenaar Alberto Uderzo na de dood van zijn compagnon René Goscinny (in 1977 al) schreef, onderstreepten dat scenarioschrijven een vak is. Zijn plots werden steeds gezochter, met de inval door twee buitenaardse volken in Het Geheime Wapen (album 33, uit 2005), als bespottelijk dieptepunt.

De kritiek was niet mals en auteur Jean-Yves Ferri toont zich een gewaarschuwd. Behoedzaam manoeuvreert hij de strip terug naar de traditie die Goscinny grondvestte. De aandacht voor een afgerond verhaal gaat wel ten koste van lef en creativiteit. Asterix en Obelix gaan in dit 35ste album andermaal op pad om een vreemd volk te redden: een goede aanleiding voor een parodie. Historische feiten en vreemde gebruiken worden gemengd met anachronistische grapjes en karikaturen.

In Bij de Picten spoelt een vreemde aan bij het Gallische dorpje ‘dat we zo goed kennen’. Hij is lid van de Pict, een clan in wat nu Schotland is. Een vijandig clanhoofd (MacAber) heeft hem voor dood achtergelaten en zijn verloofde ingepikt.

De keuze voor de mysterieuze Picten is goed. Tot het weinige dat over hen bekend is, hoort hun gebruik van sierlijke symbolen en het verven en tatoeëren van het lichaam. Hun beeldtaal wordt uitgebuit. Bovendien gaan de vrouwen van het dorp enthousiast aan de slag met de Schotse ruit. Dat is het soort grapje waar Asterix, toch in de eerste plaats een humoristische strip, bij gedijt.

Voor een avonturenverhaal kent Bij de Picten te weinig verrassende wendingen. Het zit eivol aardige naamgrappen met Mac, maar het monster van Loch Ness, een al te goedaardige lobbes, levert een matte bijdrage. Met Bij de Picten is de neergang van deze klassieke strip gestopt, maar Ferri en Conrad hebben nog geen nieuwe harten gewonnen.

Ron Rijghard

    • Ron Rijghard