Kosmopolitische eigenheimers

Wie had het dertig jaar geleden kunnen denken: dat Nederland in korte tijd door twee internationale organisaties op de vingers getikt zou worden voor zijn omgang met minderheden! Weten de VN en de Raad van Europa eigenlijk wel zeker dat ze óns bedoelen? Waren wij niet juist een lichtend voorbeeld van hoe het wél moet? Hoe álles wél moet in de wereld? Nederland Gidsland, noemden we dat in alle bescheidenheid. De zelfvoldaanheid kende geen grenzen. Er zijn maar weinig andere landen met zoveel politieke patenten op hun naam als Nederland, durf ik te wedden. Hoe je druggebruik reguleert, hoe je alternatieve samenlevingsvormen accommodeert, hoe je abortus pleegt en euthanasie aanpakt, hoe je prostitutie organiseert, hoe je water managet, hoe je ontwikkelingshulp geeft, hoe je een vredesmacht laat optreden en wacht even, er was er nog één. O ja, hoe je culturele minderheden behandelt. Zoals die kleine sleepbootjes van Wijsmuller en Smit boorplatforms ter grootte van een dorp op hun plaats brengen, zo neemt dat kleine Nederlandje van ons de hele wereld op sleeptouw!

En nu dit! Volgens de Raad van Europa zijn we ‘racistisch’ en de VN stellen een onderzoek in naar onze Sinterklaastraditie. En tegelijk kregen we over dat racisme ook nog een schrobbering van de Nationale Ombudsman! (Nog even en Brenninkmeijer krijgt van Timmermans het verzoek zich niet te mengen in binnenlandse aangelegenheden.)

Waar je precies de grenzen stelt aan de vrijheid van meningsuiting en in hoeverre je eventueel racisme laat meewegen in een strafvonnis, dat zijn dingen die wij hier zelf wel kunnen oplossen, lijkt me, maar het rapport signaleert ook iets dat zich niet weg laat relativeren: harde discriminatie op de arbeidsmarkt. Ook daarin zijn wij helaas Gidsland. Een sollicitant met een niet-westers uiterlijk heeft 28 procent kans om te worden teruggevraagd voor een gesprek, een westers uitziende sollicitant 48 procent, bijna twee keer zoveel. Niet-westerse immigranten hebben in Nederland een ‘hardnekkige en groeiende’ achterstand op de arbeidsmarkt, meent het SCP.

De socioloog Frank Bovenkerk maakte naam met onderzoek dat deze discriminatie onmiskenbaar aantoonde. Het was een van de eerste onderwerpen waar ik als journalist over berichtte, dertig jaar geleden! Ieder kabinet heeft sindsdien beloofd er iets aan te doen, en diezelfde obligate reflex trad vorige week bij onze huidige premier ook weer in werking. En ook nu zal er weer niets gebeuren, die weddenschap durf ik wel aan.

De framing van deze cijfers als de wrange oogst van een nieuw populistisch klimaat – Fortuyn, Wilders, et cetera – komt sommigen misschien handig uit, maar het is een vervalsing van de werkelijkheid. Ook Ombudsman Brenninkmeijer doet hieraan mee, terwijl hij beter zou moeten weten. Tijdens de hoogtij van de multiculturele samenleving was het precies zo. Twintig jaar geleden trokken we op zaterdag massaal naar het Museumplein om te demonstreren tegen racisme in Duitsland (‘Ik ben woedend!’) maar de maandag daarop werden de sollicitatiebrieven van Turken en Marokkanen gewoon weer in de onderste la gelegd. Dat is nog steeds zo, alleen het gewetenstheater is gesloten. Het populisme ís geen verraad aan onze ware aard, zoals velen graag denken, maar juist een uitdrukking ervan. Wij hebben nooit van vreemdelingen gehouden. Wij houden van onszelf, wij houden van onze rechtschapenheid, onze vooruitstrevendheid en ons vernuft. Wij weten hoe het moet en horen onszelf daar graag over praten. Nederland Gidsland. Daarom kost het ons moeite om vreemdelingen, die al deze eminente eigenschappen moeten missen, te vertrouwen en te waarderen. Het liefst zetten we ze in het koffiehuis, op een uitkerinkje.

Wij zijn wereldwijs en ruim van geest, maar wij blijven eigenheimers. Kosmopolitische eigenheimers.

Jan Kuitenbrouwer is schrijver en directeur van de Taalkliniek (taalkliniek.nl)

    • Jan Kuitenbrouwer