Goed sterven is een daad van humaniteit

De zaak-Heringa toont aan dat voor ouderen met een vastbesloten doodswens autonomie meer is dan een recht op vrije keuze en controle, aldus Henk Manschot en Marian Verkerk.

Deze week oordeelde de rechtbank Gelderland over Albert Heringa. Deze 71-jarige man hielp in 2008 zijn 99-jarige moeder te sterven. De rechtbank bevond Heringa schuldig maar legde geen straf op. Daarmee toont ze oog voor het duivelse dilemma waarvoor oude mensen, die lijden aan hun leven dat zij voltooid achten, én hun naasten komen te staan.

Met de uitspraak legde de rechtbank de eis van het Openbaar Ministerie naast zich neer. Inhoudelijk sloten de rechters zich aan bij de opvatting van drie deskundigen die bij het proces waren betrokken, namelijk dat de verdachte uit betrokkenheid had gehandeld en dat hij voor een onoplosbaar moreel dilemma had gestaan. Als belangrijkste overweging om geen straf op te leggen, voerden de rechters aan dat „buiten kijf staat” dat „het handelen was ingegeven door naastenliefde en dat de innige band tussen moeder en zoon een grote rol heeft gespeeld”.

Wij vinden dat de rechtbank terecht is meegegaan met het pleidooi van de deskundigen dat deze betrokkenheid de directe naasten in een situatie van morele verscheurdheid kan brengen.

De zaak-Heringa toont aan dat voor ouderen met een vastbesloten doodswens autonomie méér is dan een recht op vrije keuze en controle. Hun wens te sterven is verweven met een existentieel (levensbeschouwelijk) commitment. Dat hebben ze heel hun leven omarmd en is vergroeid met een visie op humaniteit en waardigheid.

In het zoeken naar een ars moriendi als uitdrukking van de eigen identiteit worden de naasten direct betrokken. Zij immers, herkennen hoezeer een doodswens bij iemand hoort. Zij ervaren ook dat ze de betrokkene juist daarin niet alleen mogen laten.

Niet de vraag óf maar wélke hulp en zorg daarbij past, komt dan op. De doodswens van de ander is niet gemakkelijk te dragen. Maar wie, na rijp beraad, de keuze maakt om te helpen, komt vervolgens voor een dilemma te staan. In de huidige situatie betekent het helpen zelf namelijk onvermijdelijk een keuze uit twee kwaden. Hulp is strafbaar – maar de ander alleen laten is moreel onverdraaglijk. In deze uiterste situatie blijkt hoe hecht en authentiek de persoon met de hulpvraag en de naasten die daar niet van wegkijken, met elkaar zijn verbonden.

Hulp aan mensen die ernstig aan het leven lijden, moet binnen de wet mogelijk worden gemaakt. De rechtbank heeft uitdrukkelijk de maatschappelijke gedachtewisseling over dit vraagstuk aangemoedigd. Maar ze laat het aan de wetgever over om te handelen.

Goed sterven is een daad van humaniteit die door de wet mogelijk moet worden gemaakt.