De rechterlijke macht gaat digitaal, vonnissen winnen aan snelheid

Opstelten dient een wet in die civiele procedures versimpelt. De tegenpartij jennen door het proces te rekken, wordt lastig.

De tijd van faxen is straks écht voorbij. Ook in de wereld van de rechtspraak geen kopietjes meer en rolkoffers vol documenten, maar inloggen via een website en daar het digitale dossier ophalen.

Vandaag komt minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) met een wetsvoorstel dat regelt dat burgers en bedrijven hun procedure bij de rechter via internet kunnen beginnen. Het moet de rechters laten aansluiten bij een allang gedigitaliseerde wereld.

Voor bedrijven en advocaten wordt digitaal procederen verplicht. Particulieren die zonder advocaat een zaak willen aanspannen tegen een andere partij of tegen de overheid, mogen dat wel op papier blijven doen. De minister stuurt het wetsvoorstel vandaag ter consultatie aan instanties als de Raad voor de Rechtspraak en de Nederlandse Orde van Advocaten.

Tegelijk met de digitalisering wil Opstelten het civiele proces versimpelen. Het stappenplan voor burgers of bedrijven die tegen elkaar procederen wordt eenvoudiger. Er komt een basisprocedure die bestaat uit nog maar één schriftelijke ronde, één mondelinge behandeling bij de rechter en daarna de uitspraak. Nu zijn nog meerdere schriftelijke rondes toegestaan. Door de vroege mondelinge behandeling heeft de rechter al snel contact met de partijen. Het moet de rechtspraak beter, sneller en goedkoper maken.

Met de versimpelde procedure krijgen rechters meer invloed op het verloop van de procedure. Zo kunnen zij beter inspelen op de specifieke omstandigheden van een zaak.

Volgens Wilfried Derksen biedt dat voordelen. Hij was rechter in Arnhem en Den Bosch en werkt mee aan een landelijk programma van ministerie en rechtspraak dat de rechtsgang in Nederland moet verbeteren. „Nu is het bijvoorbeeld zo dat partijen na een getuigenverhoor kunnen vragen om een tegenverhoor. Daar gaan dan zo weer zes tot acht weken overheen.” Straks kan de rechter daar zelf afspraken over maken, zegt Derksen.

De tegenpartij jennen met het rekken van een proces, door niet alle informatie direct vrij te geven, of door vaak uitstel te vragen, zal onder de nieuwe wet lastiger zijn. In de eerste (en enige) schriftelijke ronde moet de rechter alle informatie krijgen.

Alleen echt nieuwe feiten zijn na die deadline nog relevant. Als een rapport al zes maanden oud is maar pas bij de zitting naar boven komt, kan de rechter besluiten om de informatie uit dat rapport niet meer mee te nemen in zijn overwegingen.

Blijft de civiele rechter wel ‘lijdelijk’ met dit nieuwe voorstel? Het blijven burgers of bedrijven die iets willen van de andere partij – zíj bepalen de omvang van het conflict. Dat klopt, zegt rechter Derksen, maar de rechter gaat wel sneller nee zeggen tegen procedurele verzoeken. „De rechtspraak is er niet voor om een proces langer dan nodig te laten duren. Zoiets legt een beslag op publieke middelen, terwijl je juist een snelle, effectieve rechtsgang mag verwachten omdát het om belastinggeld gaat.” Daarom zal de rechter eerder helder maken wat hij van de partijen wil weten, en welke aanvullende vragen hij op de zitting zal stellen.

Rechtzoekenden willen natuurlijk meestal juist een snellere uitspraak van de rechter dan nu vaak het geval is. Al jaren trachten de rechters hun doorlooptijden te verkorten, maar dat lukt lang niet overal. De doorlooptijd verschilt ook sterk per soort zaak. Familiezaken, zoals echtscheidingen, alimentatie of omgangsregelingen, worden meestal binnen het jaar afgedaan. Maar bij ingewikkelder handelszaken lukte dat in 2012 maar bij 54 procent van de zaken.

Nu bestaat geen eenduidige termijn voor de mondelinge behandeling van een civiele procedure. Straks moet die „in beginsel” binnen vijftien weken plaatsvinden. En de rechter moet binnen zes weken na de zitting uitspraak doen. Een zaak moet binnen een half jaar zijn afgedaan. Voordeel voor de civiele rechters is dat zij onder de nieuwe wet ook meteen mondeling uitspraak mogen doen. Bij zaken waar de rechter er meteen over uit is wat het oordeel moet zijn, is dat ook voor burgers prettiger. Die weten dan waar ze aan toe zijn.

Is zo’n hogere snelheid haalbaar? Niet bij alle zaken, denkt Derksen. Daarom biedt de nieuwe wet ook ruimte tot uitbreiding van de termijnen, als er meer uitzoekwerk of denkwerk nodig is. Maar, zegt hij: „In het bestuursrecht wordt die termijn – binnen zes weken uitspraak doen – vaak wel gehaald, en in het strafrecht al helemaal. Dus het is zeker een slag die rechters zullen moeten gaan maken.”