Data zijn de olie van de toekomst

Europese regeringsleiders praten vandaag in Brussel over de digitale economie. Hoog tijd, vindt de Franse informatica-expert Stéphane Grumbach. „Europa laat zich digitaal koloniseren door Amerika.”

Illustratie Elise van Iterson

‘Data zijn even belangrijk als olie.” Voor Stéphane Grumbach is dit kristalhelder. Hij is hoofd onderzoek van Inria, het Franse onderzoeksinstituut op het gebied van informatica en toegepaste wiskunde. In zijn ogen zijn data dé grondstof geworden waar moderne economieën op draaien.

Defensiesystemen, politieke planning, niets kan zonder data. Wie data heeft, heeft macht. Amerika, zegt Grumbach, begrijpt dat. China ook. Daarom doen zij alles om onze data te pakken te krijgen. Het feit dat zij Google, Amazon en Facebook hebben, maakt dat erg makkelijk: bijna alle Europeanen gebruiken dat.

Laatst probeerde Grumbach dit aan iemand uit te leggen. „Ach”, schamperde de man, „Facebook is allang niet cool meer.” Waarop Grumbach antwoordde: „Elektriciteit is ook niet cool meer, maar we kunnen al meer dan honderd jaar niet zonder.”

Twee jaar is de Fransman nu terug uit China, waar hij acht jaar werkte. Hij is de klap nauwelijks te boven. In een café in Lyon legt hij uit waarom het Europa dat hij bij terugkeer aantrof, op datagebied gedomineerd wordt door Amerika: „Wij zijn naïef. Terwijl wij aan Facebook denken in termen van ‘cool’ of ‘niet cool’, veranderen data de wereld in recordtempo. De VS hebben zich volop in die race gestort, China ook. Zij gebruiken daarvoor vehikels als Google, Twitter, Facebook, enzovoort. Dit zijn systemen, geen gadgets, om data te vergaren, zoals je een boor gebruikt om olie te winnen. Wie deze systemen heeft, en ze dominant weet te maken, wint de slag om de data. Die zal heersen.”

Moet Europa anders gaan denken over data?

„Ja. Wij zaniken, omdat onze data steeds gestolen worden. Maar het is onze eigen schuld. Google heeft in Europa een marktaandeel van ruim 90 procent. In Frankrijk is het 92 procent, in China was het vorig jaar 16 procent en dit jaar 4 procent. Google weet meer over Franse burgers dan INSEE, het nationale onderzoeksinstituut. Zolang wij geen eigen zoekmachines hebben en onze data opslaan in Amerikaanse systemen, moeten we niet verbaasd zijn dat zij de hand leggen op die data.”

Ook al hebben we afspraken met de Amerikanen over dataprotectie?

„Is het niet altijd zo dat degene die de macht heeft, ook de regels bepaalt?”

Begrijpen de VS ons niet meer?

„Zij weten waar ze heen willen. De hegemonie van dataslurpers als Google of Yahoo dient één doel: machtig blijven in de wereld. China weet ook waar het heen wil. Deze landen spreken een andere taal dan Europa. Voor ons gaat dit nog over privacy. Voor hen is dat compleet passé. Zij kijken naar ons zoals wij naar Griekenland kijken. We tellen niet meer mee.”

Is onderhandelen met de VS zinloos?

„Als een koloniaal met zijn kolonie aan tafel gaat zitten, wat voor discussie krijg je dan? In het beste geval luistert de koloniaal. Maar de relatie is scheef. Hij doet er niets mee. Europa kan niet zeggen: ‘We gebruiken onze eigen zoekmachines wel’. Die hebben we niet. Europa had moeten doen wat China deed: Amerikaanse systemen kopiëren. Toen dat begon, woonde ik in China. Alles bubbelde van de creativiteit. Als Europeanen over China praten, hebben ze het vaak over censuur en dissidenten. Maar de meeste Chinezen hebben daar weinig last van. Ze gaan hun gang. Nogmaals: Google heeft in China 4 procent marktaandeel. Chinese zoekmachines worden alsmaar sterker.”

Google wordt toch tegengewerkt?

„Ja. Europeanen denken dat China dat doet om zijn burgers te controleren. Maar China wil vooral voorkomen dat Amerika Chinese burgers controleert. Als Europa hetzelfde had gedaan, hadden we nu minder geklaagd over privacyverlies.”

Hoeveel is privacy u waard?

„Veel. Europa heeft waarden waar ik veel om geef, waaronder privacybescherming. Mijn punt is dat we niets doen om die te verdedigen. Als we Europese waarden willen behouden, moeten we serieus in informatietechnologie investeren. Zorgen dat we méér hightechstudenten krijgen, niet minder. Zorgen dat de bureaucratie op universiteiten vermindert. In China zie je in het tv-journaal politici wetenschappelijke centra bezoeken. Oud-president Sarkozy bezocht in verkiezingstijd een lingeriefabriek die dicht dreigde te gaan.”

Is dat geen karikatuur? Het feit dat Europese leiders innovatie op een top bespreken...

„Ze praten erover, maar stellen niet de vraag: waaróm moeten we innoveren? Voor bedrijven is het antwoord duidelijk: concurrenten verslaan. Maar voor landen? Regeringsleiders zeggen alleen dat het nodig is voor groei. Sorry, dat is onvoldoende. Wat ontbreekt in Europa is een visie. Data zijn macht. Daar moet je iets mee.”

De Europese Commissie wil overal breedband. Wat vindt u daarvan?

„Uitstekend. Maar de strategische vragen blijven. Als je de digitale infrastructuur verbetert, maak je het Google en Twitter makkelijker om onze data te verkrijgen. Is dat wat we willen? Méér breedband kan Europa verzwakken. Alweer: het machtsdenken ontbreekt. Wat we moeten doen, is zelf systemen opzetten. Zodat we de baas worden over onze data en de waarden die ons dierbaar zijn overeind kunnen houden.”

Waarom denkt Europa zo weinig strategisch?

„Er zijn veel redenen. Denkers hebben momenteel weinig invloed in de Europese politiek. De welvaart heeft ons intellectueel lui gemaakt. We zaten decennialang onder de Amerikaanse paraplu. Zij deden het denkwerk voor ons. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben we bovendien gezien hoezeer macht misbruikt kan worden. Dat trauma belet ons nóg om in machtstermen te denken. Verder zijn Europese landen verdeeld. Sommige willen geen gemeenschappelijke projecten. Andere ruziën over de prioriteiten. Europa is met zichzelf bezig en heeft niet door wat er in de wereld gebeurt. We blijven roepen dat Amerika onze gegevens steelt en dat China net zo’n voorbeeldige democratie moet worden zoals wij.”

Het zijn bedrijven die de data ophalen. Wat is de rol van staten nog?

„Ze faciliteren de bedrijven en verplichten ze om de data aan hen te geven. In Amerika wordt de burger beschermd tegen staatsbemoeienis, niet tegen bemoeienis van bedrijven. Bedrijven mogen alles over hun klanten weten. Sinds de aanslagen van ‘9/11’ gebruikt de veiligheidsdienst NSA de databases van die bedrijven. Zo komen ze ook aan onze data. De staat zit op de bagagedrager van de multinationals. Daar komen interessante dilemma’s uit voort. Op een dag zal Facebook digitale identiteitsbewijzen produceren. Als ik geen geld uit de machine krijg, kunnen mijn Facebook-vrienden mijn identiteit bevestigen. Dan geeft Facebook groen licht aan de bank. Simpel. Ik ben nu al benieuwd hoe de Franse staat daarop zal reageren.”

    • Caroline de Gruyter