Aanpassen

Nu het maatschappelijke Zwarte Piet-debat zijn hoogtepunt nadert, is het tijd voor een handzame inventarisatie van de opinies. Plus een antwoord op de hedendaagse vraag: hoe sta je er zelf in? Er vallen onder de discussianten drie hoofdstromingen te onderscheiden. 1. De slavernijdigen. 2. De flauwekullers. 3. De aanpassers.

De slavernijdigen zijn degenen die de aanval hebben geopend door Zwarte Piet als een racistisch relict van de slavernij te interpreteren. Hun klachten werden de afgelopen jaren nauwelijks serieus genomen, maar dit jaar kwam er een omslag en praat Nederland opeens nergens anders meer over. De meewarige reactie van wit Nederland heeft inmiddels een agressieve dimensie gekregen.

„Allemaal flauwekul”, zeggen de flauwekullers tegen de slavernijdigen, „hebben jullie niks beters te doen?” Ze kijken en briesen erbij – zie Henk Westbroek bij Pauw & Witteman – alsof hun moeder raciaal verkracht wordt.

De aanpassers zijn degenen die zich nooit druk hebben gemaakt over de bezwaren van de slavernijdigen – in feite waren zij ook al die jaren een soort flauwekullers. Inmiddels hebben ze beter geluisterd naar die bezwaren en beginnen ze hier en daar de redelijkheid ervan in te zien. Ze vinden het nog steeds allemaal enigszins overdreven, maar ze moeten toegeven dat ook zij zich in het openbaar liever niet vertegenwoordigd zien door een dommige, zwarte olijkerd.

Daarom hellen ze nu over naar het standpunt van de slavernijdigen, althans, ze vinden het beter als er ‘iets’ verandert. Wat en hoe – daar zijn de aanpassers vaag over. In een afschaffing van het Sinterklaasfeest, zoals sommige slavernijdigen willen, zien ze niks. Daarom hebben ook zij moeite met die zwarte VN-mevrouw die daarvoor pleit, al vinden ze het onverstandig van GeenStijl om deze mevrouw een „beroepsneger” en „hysterische huilnegerin” te noemen – want daarmee wordt juist de indruk bevestigd die we willen ontkrachten: dat we een racistisch land zijn.

Onder de aanpassers tel ik respectabele Nederlanders als Abram de Swaan, Stephan Sanders, Erik van Muiswinkel en Ronald Plasterk. Zij willen het feest behouden, desnoods met meer kleuren voor Piet. „Sint, breng ons dit jaar een doosje schmink in alle kleuren van de regenboog”, sloot De Swaan zijn bijdrage in deze krant af.

Ik sluit me bij hen aan, als ze het niet erg vinden. Het Sinterklaasfeest mogen we onze kinderen niet afnemen, het móét blijven, eventueel met aanpassingen. Alle kleuren van de regenboog lijken me niet eens nodig, waarom niet louter Witte Pieten naast Zwarte Pieten – overal, waar Sinterklaas ook komt?

Hoe dan ook, aanpassingen lijken nodig om te voorkomen dat er elk jaar een verbitterd debat losbarst en feestelijkheden verpest worden door incidenten.

Toch weet ik niet zeker of we daarmee van alle onrust af zijn. Want activisten kunnen zonder activisme moeilijk leven, het is alsof de bodem uit hun bestaan valt. Ze voelen zich bovendien aangemoedigd als ze ten dele hun zin krijgen. Wat staat ons dan te wachten? Moeten we straks de woorden roetmop en zwartje uit de Van Dale schrappen, krijgt bondscoach Louis van Gaal verwijten als hij zwarte spelers passeert, moet de P.C. Hooft-prijs een zwarte winnaar krijgen en eist Prem meer zwarte gasten in de talkshows waar hij aan deelneemt? Ik wil geen zwartkijker zijn, maar als dat gebeurt zie ik het donker in.

    • Frits Abrahams