Zwarte Piet was geen Piet, maar knecht Ruprecht, of Krampus, met hoorns.

Heel wat landen in Europa kennen een figuur als Zwarte Piet. Gemeenschappelijk kenmerk is roe en zak.

De donkere helper van Sint Nicolaas die zo typerend lijkt voor het Nederlandse Sinterklaasfeest is allerminst uniek. Hij heeft zijn evenbeeld in grote delen van Europa: Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en België. In Duitsland is hij vooral bekend als Knecht Ruprecht, in Frankrijk als Père Fouettard. Ook ander namen komen voor. Gemeenschappelijk kenmerk van deze helpers, zoals ze zijn afgebeeld, is dat ze een roe en een zak bij zich hebben en vaak donkere kleding dragen. Door de licht gebogen houding is het gezicht niet te zien, soms lijkt dat zwart gemaakt. In sommige streken, vooral rond Zwitserland, is het figuurtje (Krampus) uitgerust met hoorns. Dat lijkt een extra verwijzing naar de overwonnen duivel waarmee de heilige Nicolaas in vroegere eeuwen is afgebeeld. Verdere aanwijzing is de ketting waarmee de donkere helper vaak verschijnt. Het lot van de overwonnen duivel was vaak dat hij werd geketend.

De indruk is dat dit beeld in Europa vooral op het platteland is blijven bestaan. In Nederland is de vorm van het stedelijke Sinterklaasfeest altijd bepaald door de viering in Amsterdam. Daar werd het vooral een snoepfeest voor kinderen waarop, opvallend genoeg, Nicolaas tot aan 1850 zelden of nooit in eigen persoon verscheen.

Maar op het Nederlandse platteland hield men vast aan eigen, meer Europese tradities. Daarvoor zijn diverse aanwijzingen te vinden. Het is veelzeggend dat de donkere helper tussen 1870 en 1913 nog in diverse regionale kranten gewoon Knecht Ruprecht wordt genoemd. Niet Zwarte Piet.

Dat de Amsterdamse onderwijzer en dichter Jan Schenkman rond 1850 de tot dan knechtloze Nicolaas in een boekje opeens van een knecht voorziet is dus niet zo vreemd. Of de schoolhouder uit de Jordaan daarbij een neger voor ogen had is de vraag, hij noemt de knecht maar op één plaats zwart: als hij uit de schoorsteen komt. Maar de tekenaar die de de rijmpjes van plaatjes voorzag heeft gedacht of gewild dat het een neger was. Hij kiest een sportieve verschijning in tamelijk neutrale kleding. Als het boekje een succes blijkt laat uitgever G.T. Bom opnieuw plaatjes maken en pas dan kiest de illustrator voor het pofbroekje, de kousen en de muts met veer: het pagepakje dat nog steeds zo populair is. En niet alleen in Nederland, ook in België en Duitsland worden Père Fouettard en Knecht Ruprecht de laatste jaren steeds vaker in dat kostuum gestoken.