Zorg dat je oogcontact maakt met de klas!

Freelance journalist en docent Michiel van Nieuwstadt werd tijdens een les aan groep 5 beoordeeld Aanwijzingen kreeg hij ingefluisterd via een oortje Erg handig: zo hoor je direct wat je fout doet

Vandaag ben ik proefkonijn. Onlangs heb ik het eindassessment van de tweejarige deeltijdopleiding aan de Haagse PABO gehaald. Op het nippertje, want mijn beoordelaars – ervaren juffen – hadden wel het een en ander aan te merken op de eindexamenles die ik gaf op de St.-Josephschool in Leiden.

Nu sta ik opnieuw voor mijn eigen groep 5. Buiten de klas, achter een raam vol kindertekeningen, zitten twee wetenschappers. Ze volgen me via een camera in de klas en fluisteren me tips in via een draadloze verbinding en een luidsprekertje in mijn oor: „Maak oogcontact.” Ik kijk op uit mijn voorleesboek. Met een knik vraag ik een van de kinderen om zijn kneedgum in zijn laatje te stoppen. Het werkt!

Coachen met het oortje helpt aankomende docenten, maar dat niet alleen. Volgens onderwijsspecialist Paul Dirckx van de Fontys Hogeschool Eindhoven kan de techniek de problemen verzachten die vanaf 1 augustus volgend jaar zullen ontstaan doordat meer zorgleerlingen in gewone klassen terechtkomen. De Wet Passend Onderwijs eist van schoolbesturen dat ze hun uiterste best doen om zorgleerlingen op te vangen binnen het eigen samenwerkingsverband.

Een specialist buiten de klas die leraren souffleert kan helpen om beter met deze kinderen om te leren gaan. Leerlingen kunnen zelf ook baat hebben bij een oortje. Dirckx: „Je kunt een kind met autisme helpen om op het juiste moment oogcontact te maken met klasgenoten.”

Ik heb aan een klas zonder extra zorgleerlingen mijn handen vol. Consequent zijn is sinds het begin van mijn opleiding in september 2011 mijn belangrijkste leerpunt. Als je hebt gezegd „luister goed”, dan wacht je tot het ook echt helemaal stil is. En na het commando „potloden neer”, mag niemand stiekem beginnen aan zijn rekensommen. Klinkt eenvoudig. Maar je moet voortdurend om je heen kijken en de tijd nemen om eisen af te dwingen.

Aan het einde van mijn examen blijkt dat de ervaren juffen zich gestoord hebben aan de achtergrondruis: tikkende linialen, schuivende laatjes, stiekem gefluister. Ik ontsnap met een zesje. Omdat ik denk dat het beter kan, bel ik Dirckx en promovendus Nele Coninx van de Katholieke Hogeschool Limburg in het Belgische Diepenbeek. Beide onderwijsspecialisten experimenteren sinds enkele jaren met ‘coachen via het oortje’.

„Ik dacht dat ik de eerste was, toen ik in 2006 met deze technologie aan de slag ging”, zegt Dirckx. „Intussen weet ik dat er medio jaren zeventig al onderzoek naar is gedaan in de Verenigde Staten.” Dirckx zag wielrenners op tv die via een oortje raceadvies kregen van de ploegleiding. Wel demarreren, niet demarreren? Wachten op een ploeggenoot of doorgaan? Het is feedback waar een wielrenner na afloop van de race niet veel aan heeft. Dirckx zelf heeft de methode gebruikt voor het souffleren van directeuren (tijdens beoordelingsgesprekken), examinatoren en studenten Human Resource Management. Direct bijsturen werkt nu eenmaal beter dan het bespreken van een video-opname achteraf.

Ik begin mijn rekenles met een ‘coöperatieve werkvorm’. Hoeveel is 102 + 97? Koppen bij elkaar! De kinderen moeten op hun knieën op hun stoel gaan zitten, over hun tafels leunen en met de hoofden dicht bij elkaar overleggen. „De achterste groep heeft de billen niet van de stoel”, zegt Coninx in mijn oortje. Ik doe er een schepje bovenop: „Kom op, billen van die stoelen.”

Uit onderzoek van Marcia Rock van de Universiteit van North-Carolina blijkt dat bijna driekwart van de studenten vindt dat coachen via het oortje leidt tot bruikbaarder inzichten dan evaluatie achteraf. Coninx’ promotieonderzoek laat zien dat kinderen leraren na vijf coachingsessies anders beoordelen op de ‘roos van Leary’, een maatstaf die leerkrachten inschaalt naar hun autoritaire of juist coöperatieve opstelling in de klas.

Het oortje wordt nog niet veel gebruikt in Nederland. Onbekendheid is hiervoor de belangrijkste reden, volgens Dirckx. De installatie van de camera en pc voor de coachingsessie op de Josephschool kostte met twintig minuten ook aardig wat tijd. Eenvoudiger is het als de coach in het lokaal zit en leerkrachten aanstuurt via een iPad met vaste knoppen voor standaardcommentaar als goed zo, pauze, stemvolume, aankijken of: stoppen. Dit systeem werkt al. In de toekomst, verwacht Dirckx, zullen coaches ook meer en meer kunnen werken vanaf een locatie buiten de school.

Coninx doseert haar commentaar. In ruim een uur lestijd neemt ze twaalf keer het woord. Ik krijg meer en meer vertrouwen in haar aanwijzingen. Ik klap in mijn handen. Met een duim omhoog als bedankje en hier en daar wat teleurgestelde lichaamstaal maan ik de klas tot stilte. „Wachten tot het stil is”, zegt Coninx. Dat weet ik zelf ook, maar de vriendelijke toon en Vlaamse tongval stelt me gerust. Ik wacht. „Goed zo jongens”, zeg ik tegen de klas. „Heel goed”, klinkt het in mijn oortje.

Een andere versie van dit artikel stond eerder in het Onderwijsblad.