‘Zodra mensen je gezag bedreigen, moet je van ze af’

27 jaar was Alex Ferguson trainer van Manchester United. Nu is er een autobiografie. Alles draait om gezag.

Alex Ferguson lacht met Robin van Persie in zijn laatste seizoen als trainer van Manchester United. Foto EPA

De titel van de autobiografie van Alex Ferguson had beter Gezag kunnen zijn dan Mijn autobiografie. Want dat is waar het trainerschap volgens de meest succesvolle coach in de Engelse Premier League om draait: niet macht, maar gezag. „Je kan het niet laten gebeuren dat een speler de kleedkamer overneemt.”

En dus komt hij, een half jaar na zijn pensioen, met harde kritiek op die spelers van Manchester United die in zijn 27 jaar dachten het beter te weten dan Ferguson zelf: Beckham, Rooney, Keane, Van Nistelrooij. Het is geen afrekening, zei hij tijdens de presentatie gisteren. Maar nu hij het team niet meer in de hand hoeft te houden, kan hij „aan de supporters uitleggen wat mijn redenen voor bepaalde kwesties waren”.

Een daarvan is het ontslaan van opstandige spelers. Zoals hij tegen premier Tony Blair zegt, die worstelt met de rol van zijn minister van Financiën Gordon Brown: „Op het moment dat ze je gezag bedreigen, moet je van ze af.” Fergusons beroemde woede-uitbarstingen zijn daarbij „een handig instrument”: „Het helpt me mijn gezag te handhaven.”

Het is de reden dat aanvoerder Roy Keane weg moest, diens voortdurende kritiek – op het spelershotel, de wedstrijdopstelling – ondermijnde Ferguson. Die schrijft in My Autobiography vergoelijkend dat Keanes woede over zijn steeds erger wordende blessures de reden waren voor alle trammelant. Maar een interview waarin Keane zijn teamgenoten aanvalt en een daaropvolgende confrontatie in de kleedkamer, is de druppel: „Als ik dat had laten zitten, dan zouden de spelers anders naar me hebben gekeken.”

Duidelijk is dat Ferguson van voetballers houdt, niet van sterren. In David Beckham is hij teleurgesteld. Beckham „koos” ervoor beroemd te worden, ondanks diens natuurlijke aanleg voor het spel, en kreeg het idee dat hij „belangrijker was dan de coach”. Tijdens de boekpresentatie weet de trainer dat aan Beckhams huwelijk: „Hij werd verliefd op Victoria.”

Ook met Ruud van Nistelrooij kreeg Ferguson ruzie. Die schold hem uit toen hij op de bank werd gezet. Van Nistelrooij was een „egoïstische” voetballer, die daardoor wel als „een fantastische sluipmoordenaar” te werk ging. Maar: „Ik verwachtte van hem meer monnikenwerk, zoals Manchester United-spelers moeten doen.”

Over Jaap Stam is Ferguson complimenteuzer, achteraf. De verdediger vertrok in 2002, naar verluidt vanwege zijn autobiografie waarin Stam schreef dat hij tegen de regels in 1998 in het geheim met Ferguson had gesproken, nog voordat zijn toenmalige werkgever PSV was benaderd. De biografie was niet de reden, zegt de trainer nog eens hardop. Wel dat Stam dertig was, en geblesseerd. Vier keer schrijft Ferguson dat het „een grote vergissing was” hem te laten gaan.

Maar glashelder wordt uit de autobiografie ook dat Ferguson loyaliteit waardeert. Paul Scholes en Ryan Giggs omschrijft hij als zonen. „Betrouwbare mannen, van het soort dat je niet wilt verliezen. Ze begrepen de club en zijn doel.” Over Gary Neville schrijft hij dat „de waarde van een goede opvoeding, manieren, en respect voor ouderen” belangrijk zijn.

Het lijkt alsof Ferguson verlangt naar de waarden van weleer: hard werken, alles voor de club, en geen gedonder. De tijd dat hij East Stirling coachte, en de spelers 6 pond per week betaalde. Niet Cristiano Ronaldo verkocht voor 80 miljoen pond aan Real Madrid. Maar over salarisinflatie, noch de invloed van rijke eigenaren op het voetbal laat hij zich verder in zijn boek niet uit.

Tijdens de boekpresentatie zei hij alleen „dat we in gevaarlijke tijden” zijn aanbeland. „Je kunt geen inkomsten halen uit kaartverkoop en tv. Andere onderdelen, als sponsoring en corporate hospitality, zijn belangrijker. Het belangrijkste is dat je de salarisstructuur in de hand hebt. Maar ik weet niet hoe.”

    • Titia Ketelaar