Zij pendelen tussen klaslokaal en kantoor

Werk combineren in het bedrijfsleven met een baan in het onderwijs Voor veel beginnende docenten kan het een uitkomst zijn Want welke ambitieuze starter wil nog fulltime leraar worden?

Je bent net afgestudeerd. Cum laude, misschien heb je zelfs een tweede master gedaan. Je hebt een paar bestuursfuncties en mooie stages achter de rug. En je merkt: je kan zo goed speechen. Dingen uitleggen. Mensen motiveren. En je blijft er zo geduldig bij.

Dus word je leraar.

Mooi, vinden de mensen in je omgeving. Zo’n dankbaar beroep. Zo fijn dat de toekomstige generatie jou als leraar treft.

Maar eenmaal voor de klas merk je weinig van die waardering. Je salaris ligt beduidend lager dan in het bedrijfsleven. Er zijn geen bonussen. De lesstof blijft elk jaar hetzelfde. En je carrière? Eerst word je mentor, daarna misschien teamleider. En wie weet, over een paar jaar, directeur van de plaatselijke school.

Dit is ongeveer het toekomstperspectief van Marloes van Putten (25). Een excellente student. Studeerde cum laude af op de masteropleiding ‘Earth science and economics’, liep extra stages en volgde tijdens haar bacheloropleiding het honours programma van de universiteit

Nu geeft ze aardrijkskunde aan havo-scholieren, vier dagen in de week. De vijfde dag werkt ze bij ABN Amro. Ze volgt het traineeship ‘Eerst de klas’, waarin het ministerie van Onderwijs een select groepje excellente starters voor het onderwijs probeert warm te maken. Twee jaar volg je het programma, daarna maak je de keuze: een carrière op een school of in een bedrijf. Docent zijn vindt Van Putten geweldig „Ik mag de hele dag over mijn vak vertellen.” Maar het bedrijfsleven trekt ook: „Straks sta ik vijf jaar voor de klas en wil ik een andere baan. Kán ik dan nog wat anders? Wie weet krijg ik spijt dat ik de stap niet heb gemaakt.”

Méér academici voor de klas

Hoogwaardig onderwijs heeft prioriteit, zo vindt het kabinet. In het Onderwijsakkoord dat vorige maand is gesloten werd er 689 miljoen euro voor uitgetrokken. Nederland probeert al een aantal jaar bij de top-vijf van kennislanden te behoren. Daar is goed onderwijs voor nodig, van zo slim mogelijke docenten. Er moeten dus meer academici voor de klas.

Maar zij willen dat niet zomaar. Ambitieuze jongeren van nu willen een uitdagende baan. Zelfontplooiing en ontwikkeling is belangrijk. Dat heeft het ministerie van Onderwijs ook door. In de recent uitgebrachte Lerarenagenda 2013 – die samen met het Onderwijsakkoord het beleid bepaalt voor komende jaren – staat expliciet vermeld: we moeten de toekomstige leraren betere carrièrekansen bieden. Afwisseling en uitdaging. En als ze dat niet met alléén onderwijs krijgen, dan maar een baan die de wereld van het bedrijfsleven combineert met dat van docent: de hybride docent.

Het concept van de hybride docent – veel meer dan dat is het nog niet – is bedacht door Marius Bilkes en Kees van der Velden. Beide hebben het traineeship ‘Eerst de Klas’ voltooid, en allebei wilden ze na afloop eigenlijk niet kiezen voor één van beide richtingen.

Bilkes (30) is nu leraar maatschappijleer, én ondernemer, hij heeft het concept van hybride docent bedacht en geeft lezingen. „Ik had vier jaar geleden nooit gedacht dat ik docent zou worden. Onbewust komt dat ook door de status van het beroep. Het lijkt alsof je in Nederland niet scoort op een verjaardag als je vertelt dat je leraar bent.”

Alhoewel hij zijn baan interessant vindt, zou hij geen fulltime leraar willen zijn. „Ik haal daar niet genoeg energie uit. Ik heb meer afwisseling nodig, moet met meerdere dingen tegelijkertijd bezig zijn. En als ik op een dag vijf uur heb lesgegeven, lijkt het alsof je vijf keer een presentatie hebt gegeven. Dan ben je op.”

Er zijn al zo weinig vacatures

Daarom bedacht hij de hybride docent: beide werelden combineren. Denk aan een accountant die twee dagen in de week lessen economie geeft. Het biedt voordelen voor de docent (meer uitdaging) én voordelen voor de leerlingen: zij krijgen leraren die ook midden in de praktijk staan. Bilkes en Van der Velden zijn met de overheid en multinationals in gesprek hoe ze dit kunnen vormgeven. Bilkes: „Het is niet zo dat we kant en klare pakketten aanbieden voor een halve baan bij Shell en een halve baan bij school.”

Want zo makkelijk als het lijkt, is het voorstel niet. Alhoewel er veel mensen in deeltijd werken, zijn er nog niet veel met een baan ernaast. Zou het wel gaan als je er nog een carrière naast hebt?

„De bedrijven met wie we nu in gesprek zijn, zeggen dat het kan”, zegt Bilkes. „Maar er zijn natuurlijk al weinig vacatures in deze tijd, en al helemaal weinig deeltijdvacatures.”

Marloes van Putten twijfelt of ze een hybride constructie kiest. „Over een jaar loopt mijn traineeship af en moet ik gaan kiezen. Ik zou het best willen combineren, maar als ik drie dagen op school werk en twee dagen bij een bedrijf, ben ik bang dat het allebei nét niet is. Ik ben ambitieus, wil carrière maken. Misschien kan ik juist dat extra van mezelf niet laten zien. Je mist toch veel, als je er twee dagen niet bent.”

De combinatie van bedrijfsleven en onderwijs is niet nieuw. Met de organisatie Jet-Net worden mensen uit het bedrijfsleven gekoppeld aan een school, zoals een middag lesgeven. En op vakscholen, zoals gerichte mbo-opleidingen, zie je ook vaak docenten die werk hebben in hun vakgebied. Op middelbare scholen is dat veel minder.

Maar de twee werelden succesvol combineren kán wel. Frank Hordijk (48) werkt drie dagen in de week als accountant en twee dagen als leraar Management en Organisatie (M&O) op het havo en vwo. „Ik stapte naar de middelbare scholen in mijn woonplaats en bood me aan. Eén antwoordde en een paar weken later was ik leraar M&O van havo 3.”

Het combineren van beide banen betekent voor Hordijk hard werken en schipperen. „In de schoolpauzes ben ik mijn mobiel aan het checken voor werkmail. Bij vergaderingen maak ik continu de afweging: moet ik hier echt bij zijn? Dat wordt toch van je verwacht, al werk je niet fulltime. Als het over leerlingen gaat ben ik erbij. Sectievergaderingen of bijeenkomsten over schoolbeleid sla ik over.”

Andersom moeten zijn collega’s op het accountantskantoor wennen dat hij er niet altijd is. „Ik ging mee op een schoolexcursie, die viel midden in de week dat we op kantoor alle jaarverslagen moesten afronden. Achteraf was dat ongelukkig. Mijn collega’s hebben er niks van gezegd, maar om het daar gezellig te houden zou ik het zo niet nog een keer moeten doen.”

Toch zou hij niet anders willen. „Leraar zijn geeft ontzettend veel voldoening, het maakt me ontspannen. Maar ik moet dat combineren met mijn reguliere werk met dagelijks nieuwe opdrachten en doorlopend dreigende deadlines. Als ik alleen leraar was, zou ik die impuls missen en inkakken.”

Lerarentekort over paar jaar

Wie nu leraar wil gaan worden, moet slim kiezen. Docenten in betávakken of talen zijn nodig, maar pabostudenten niet: in het basisonderwijs is nu zelfs sprake van een overschot aan leraren: onlangs werd bekend dat er 10.500 werkloze meesters en juffen zijn. Maar wie even geduld heeft: in 2019 zou er weer een tekort zijn van bijna 3 procent.

„Dat komt door de vergrijzing, oudere docenten gaan zometeen massaal met pensioen ”, vertelt Frank Cörvers, hoogleraar onderwijsarbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg. Die vergrijzing was al een tijdje aangekondigd, maar is ietwat verschoven omdat de ouderen nu langer doorwerken.

Het zal nog even duren voor de hybride docent ingeburgerd is. Bilkes is nu eerst begonnen met ‘twinning’: docenten worden gekoppeld aan iemand van buiten de schoolorganisatie die enkele weken een dagje met de docent meeloopt. „Zo komt er dialoog tussen de twee groepen. We moeten eerst met z’n allen wennen aan het idee dat je als docent ook een baan ernaast kunt hebben.”

    • Charlotte van ’t Wout