Wij helpen de wetenschap een beetje

Duizenden mensen meten fijnstof met een apparaatje op hun iPhone De iSpex won in 2012 de Academische Jaarprijs Vanavond wint een ander team 100.000 euro om hun plan publiek te maken

In juli en september waren er twee dagen waarop je duizenden mannen en vrouwen atypische bewegingen met hun smartphone kon zien maken: tergend langzaam trokken ze er verticale strepen mee door een strakblauwe lucht. Om vervolgens verwachtingsvol naar het scherm te kijken. Deze mensen deden aan burgerwetenschap. Zo mysterieus als hun handeling eruitzag, zo raadselachtig is ook het fenomeen dat ze hielpen onderzoeken: fijnstof.

Met een speciale app en een iSpex, een zwart opzetstuk van kunststof, hadden ze van hun smartphone hun eigen mini-meetinstrument gemaakt. Het werd speciaal ontwikkeld zodat de leek ook aan wetenschap kan doen: burgerwetenschap. Het plan voor de iSpex won vorig jaar de Academische Jaarprijs, die bestemd is voor de beste vertaling van wetenschappelijk onderzoek naar een breed publiek. Het iSpex-team kreeg 100.000 euro waarmee het de app kon ontwikkelen en het meetinstrument produceren.

De smartphone met de iSpex moet langzaam op en neer worden bewogen met de cameralens richting een wolkenloze lucht en meet dan onder meer in welke mate het zonlicht wordt verstoord door fijnstof. Via de app krijgt de burgerwetenschapper direct een eerste oordeel: ‘heel helder’, ‘redelijk helder’, ‘niet helder’.

Sterrenkundige Frans Snik vond de iSpex bijna per toeval uit. Samen met collega’s had hij een apparaat ontwikkeld om te onderzoeken wat er rondzweeft in de atmosfeer van verre planeten: de Spex. Toen bleek die techniek in afgeslankte vorm ook op aarde goed bruikbaar. Snik: „Het RIVM vroeg ons toen om dit instrument door te ontwikkelen om er fijnstof mee te meten.”

We weten van fijnstof dat het schadelijk is voor de gezondheid, maar hoé de verschillende soorten fijnstof schade aanrichten, dat is allesbehalve helder. Wie naast een snelweg woont, gaat misschien wel eerder dood en de klachten van astmapatiënten kunnen verergeren. Snik: „Wat veel minder mensen weten, is dat fijnstof ook de grote onbekende in het klimaatprobleem is. We weten simpelweg niet goed genoeg welke invloed het op het klimaat heeft. Het reflecteert zonlicht en daardoor kan het afkoelen, maar fijnstof kan ook warmte vasthouden.” Fijnstof is een onderwerp dat leeft in Nederland, merkte Snik. „Het is beladen. Dat is voor mij als sterrenkundige heel nieuw.”

Misverstanden over antibiotica

De Academische Jaarprijs wordt vaker uitgereikt aan teams die onderzoek doen naar onderwerpen die leven in de samenleving. Het is immers de bedoeling dat zo veel mogelijk leken bij het winnende project betroken raken. In 2011 won ‘Antibiotica Gezocht!’, een project van de Universiteit van Leiden. De onderzoekers wilden onder meer misverstanden ‘die je elke dag hoort en leest over antibiotica’ uit de weg ruimen door het ontwikkelen van een les- en practicumpakket voor middelbare scholieren, het opzetten van een interactieve audiotour in Museum Boerhaave en de inrichting van een permanente expositie in Artis. En dat is allemaal gerealiseerd, zegt teamcaptain Gilles van Wezel op de website van de Academische Jaarprijs. „Je kunt vaststellen dat we de wind mee hadden met dit onderwerp.”

Het jaar ervoor ging de prijs van 100.000 euro naar ‘Vliegkunstenaars’ van de Wageningen Universiteit. Ook zij pitchten een project dat sinds mensenheugenis tot de verbeelding spreekt: de kunst van het vliegen. Van het prijzengeld kocht het team hogesnelheidscamera’s. Geïnteresseerden mochten die tijdens speciale bijeenkomsten gebruiken om vleugelbewegingen en vliegcapriolen van dieren vast te leggen. Deelnemers maakten duizenden filmpjes die werden gepubliceerd op de website van Vliegkunstenaars.

Snik vindt het belangrijk dat wetenschappers hun beroep dichter bij de burger brengen. „Het is onze plicht, want we worden betaald van belastinggeld.” Bovendien wordt wetenschap er ook beter door, vindt Snik. „Er zijn genoeg voorbeelden te noemen van wetenschappelijke uitdagingen waarbij er niet genoeg middelen zijn om gegevens te vergaren.”

Dat was precies het probleem van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), dat zelf al jaren fijnstofmetingen op ongeveer vijftig locaties in Nederland doet en ook nauw betrokken is bij iSpex. De bestaande instrumenten van het RIVM zijn erg kostbaar waardoor er niet veel meer kunnen worden geplaatst. De hulp van burgers is meer dan welkom. Doordat met de iSpex een groot aantal metingen op veel verschillende plekken tegelijkertijd worden uitgevoerd, kunnen lokale fijnstofbronnen veel beter in kaart gebracht worden.

Tienduizend metingen met iSpex

Zo’n achtduizend geïnteresseerden hebben een iSpex in huis. Een deel kreeg een exemplaar van het Longfonds of het blad Kijk. De rest bestelde iSpex via de website ispex.nl en betaalde er 2,50 euro voor. Veel deelnemers hadden van het instrumentje gehoord door de media-aandacht die volgde op het winnen van de Academische Jaarprijs. Het leverde tienduizend metingen op. „Met de gelimiteerde meetapparatuur die er al was, was dat nooit gelukt.”

De grote vraag is nu: hoe nauwkeurig en waardevol zijn die metingen? De wetenschappers wordt het werk niet helemaal ontnomen, nu ze door tienduizenden leken worden geholpen. Die uitkomsten worden op dit moment geanalyseerd en in november worden de eerste uitslagen verwacht. Snik: „Het onderzoek gaat met heel veel zuchten en vloeken en handwerk. We hebben iets van tweehonderdduizend metingen in onze database en die moeten we allemaal controleren op kwaliteit.”

Vanavond wordt in Utrecht de winnaar van de achtste editie van de Academische Jaarprijs bekendgemaakt. Volg de uitslag via academischejaarprijs.nl