We kunnen Mali alleen helpen in gevechtstenue

Nederland overweegt deelname aan een VN-missie in Mali, een gefaalde staat die vraagt om bestuurlijke opbouw. Zadel dat land niet op met een westers systeem, waarschuwt generaal-majoor b.d. Kees Homan. Daarvoor is Mali te traditoneel, net als Afghanistan.

Vierhonderd Nederlandse militairen zullen waarschijnlijk uitgezonden worden naar Mali. De civiel-militaire VN-missie moet vooral voor stabiliteit en veiligheid zorgen in het door burgeroorlog geteisterde West-Afrikaanse land. Gevechtshandelingen en risico’s niet uitgesloten, benadrukte Bert Koenders als speciale VN-vertegenwoordiger. Hij wees op recente aanvallen in Noord-Mali.

Er dient zich een complex militair landschap aan. Franse militairen trekken op met Malinese, de EU leidt een trainingsmissie en de speciale VN-missie wordt geleidelijk opgebouwd. Een missie die luistert naar de naam MINUSMA, voluit United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali. Van de geautoriseerde sterkte van ruim 12.500 personen is nog niet de helft aanwezig. Coördinatie zal belangrijk worden. De ervaring leert echter dat iedereen wil coördineren, maar niemand gecoördineerd wil worden. ‘Eenheid van bevel’ is bij dit soort operaties politiek niet haalbaar, doorgaans blijft het beperkt tot ‘eenheid in inspanningen’.

China neemt met 400 militairen deel, waaronder 170 gevechtsmilitairen. Opmerkelijk, want tot op heden leverde ze in VN-verband alleen bouw- en geneeskundige eenheden. Beijing spreekt ook liever over security forces in plaats van combat troops.

Mali kenmerkt zich momenteel door armoede, een crisis in de democratie en islamitische radicalisering. Voornaamste oorzaak is de marginalisering van het Noorden door het Zuiden. Het Noorden kent een geschiedenis van voedseltekorten en animositeit met het economisch dominante Zuiden. Sinds de onafhankelijkheid van Mali kwamen de Toearegs in Noord-Mali vier maal in opstand. Regeringsbeloftes over federalisme of meer autonomie werden de afgelopen twintig jaar regelmatig gebroken.

Mali is bijna het armste land ter wereld, een gefaalde staat. Hierdoor kreeg de VN-missie een hoog maakbaarheidsgehalte. Civiele doelen zijn herstel van gezag, democratisch bestuur en nationale eenheid. De missie moet assisteren bij het electorale proces. Ook humanitaire hulp en het berechten van oorlogsmisdadigers staan op de agenda. Waarnemers zijn van plan schendingen van mensenrechten te monitoren.

Op basis van zijn ervaringen in Mali, merkt Afrikadeskundige Joris Levernik op dat ,,verkiezingen niet hetzelfde zijn als democratie, hulp niet gelijk staat aan economie, een einde aan het vechten niet hetzelfde is als vrede, en beloften niet gelijk staan aan ontwikkeling”. Niettemin leent deze missie zich bij uitstek voor een gelijktijdige inzet van middelen voor veiligheid, ontwikkeling en wederopbouw. We mogen dus aannemen dat de Nederlandse deelname zich niet beperkt tot een militaire.

Het regeerakkoord uit 2012 benadrukt het belang van de zogeheten 3D-benadering: defence, diplomacy and development. Dat komt tot uiting in het budget van 250 miljoen euro voor Internationale Veiligheid. Het gaat dan om militaire missies die ontwikkelingsrelevant zijn – en die in Mali is dat zeker.

Voornaamste zorg is Noord-Mali. Hoewel de grote steden, waaronder Gao, eerder dit jaar heroverd zijn door Frans-Malinese strijdkrachten, hebben een aantal radicale islamitische groeperingen zich op het platteland teruggetrokken. Van daaruit plegen zij aanslagen. Het betreft groeperingen als Al-Qaeda in the Islamic Maghreb, die de zelfmoordaanslag in Timbuktu opeiste. Maar ook de Movement for Oneness and Jihad in West Africa doet geregeld van zich spreken.

Ingrijpen is nodig, maar het zou onverstandig zijn als Mali een westers politiek systeem krijgt opgedrongen. Dat past niet bij een traditionele, agrarische maatschappij. Die les hebben we in Afghanistan geleerd.

    • Kees Homan