Verdachten bekennen roof uit Kunsthal

De drie Roemeense verdachten van de kunstroof uit de Kunsthal hebben gisteren ook voor de rechter in Boekarest schuld aan de diefstal van zeven kunstwerken bekend. Door die bekentenis kunnen ze tot tweederde strafvermindering krijgen voor de diefstal, waar in Roemenië maximaal twintig jaar voor staat. Eerder hadden ze de diefstal al tegen de openbare aanklager toegegeven.

„Ik weet ook niet waarom ik het heb gedaan”, zei hoofdverdachte Radu D. tegen de rechter. Hij schetste een beeld dat de Kunsthal hem bijna had uitgenodigd om de werken uit de Tritoncollectie te stelen. „Ik heb veel musea buiten Roemenië bekeken, maar daar was de beveiliging altijd goed. Zo slecht als bij de Kunsthal heb ik het nog nooit gezien. Er was bijvoorbeeld geen individuele beveiliging van waardevolle kunstwerken.”

D. zei dat hij daarom dacht dat het om vervalsingen ging, en niet om echte werken van onder andere Picasso, Matisse en Gauguin. „Ik dacht ze toch voor een beetje geld te kunnen verkopen.” Volgens de hoofdverdachte waren sommige deuren goed beveiligd, maar niet die waardoor ze binnenkwamen met behulp van een nijptang. „Die had ik zelfs met mijn armen kunnen openduwen.”

Zijn advocaat zei dat hij een aanklacht tegen de Kunsthal en de gemeente Rotterdam wil indienen. Hij hoopt dat de verzekeraar, die 18,1 miljoen euro heeft uitgekeerd, de schade niet alleen op zijn cliënt maar ook op gemeente en Kunsthal zal verhalen.

D. zei dat de werken niet door zijn moeder zijn verbrand, zoals ze tegen de openbare aanklager had verklaard. „Als je twaalf uur achtereen wordt verhoord, zeg je op een gegeven moment alles”, zei hij. Volgens D. zijn de werken meegenomen door een Oekraïner, „Vladimir Vladimirenko”. „Of ze zijn verkocht, dat weet ik niet.”