Rusland is zo fel, omdat het in Europa terrein verliest

Rusland leest Nederland de les. Het land doet dat niet alleen uit kracht, maar ook uit zwakte. De relatie met Europa wordt killer, Rusland wendt zich naar het Oosten.

Rusland blijft Nederland de les lezen. Vandaag heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken in Moskou aan Den Haag laten weten dat het de arbitrage van het Zeerechttribunaal in Hamburg over het Nederlandse actieschip Arctic Sunrise van Greenpeace niet zal erkennen.

Is deze felle houding van Rusland jegens Nederland een teken van kracht of juist van zwakte? Het antwoord is: beide.

Rusland toont Nederland dat het een grootmacht is die, na ruim een decennium minderwaardigheid op het wereldtoneel, niet meer met zich wenst te laten spelen. Zeker niet door Nederland dat, door de belangen in Rusland van bedrijven als Philips, Unilever en Heineken, belangrijk is. Maar ook weer niet zo sterk als Duitsland. Nederland is bovendien een ideaal doelwit. De conflicten werden dit jaar immers op een presenteerblaadje aangeleverd.

Maar Nederland is, als tweede handelspartner in Europa, ook een bliksemafleider waarmee Rusland de aandacht van zijn eigen zwakte kan afleiden. Een zwakte die zich in geopolitieke zin steeds scherper manifesteert. Het diplomatieke succes dat Rusland in september in Syrië boekte, is meer een doekje voor het bloeden geweest dan een trend. In handelspolitiek en economisch opzicht wordt Rusland juist uit Europa teruggedrongen. Systematisch zelfs.

Eind november bereikt dat proces, dat met de val van de Sovjet-Unie in 1991 is begonnen, een nieuwe climax. Op een topconferentie in Vilnius, hoofdstad van de voormalige Sovjetrepubliek Litouwen, staan associatieverdragen tussen de Europese Unie (EU) en Georgië, Moldavië en Oekraïne op de rol. Als deze week het Oekraïense parlement beslist dat oud-premier Joelia Timosjenko uit de gevangenis in Charkov kan worden vrijgelaten ter wille van een medische behandeling in Duitsland, is een belangrijke laatste horde voor zo’n verdrag met Oekraïne genomen.

Een akkoord met Kiev heeft veel om het lijf: economisch én politiek. Oekraïne is niet alleen een markt met 46 miljoen mensen, maar wordt in Moskou ook gezien als integraal deel van het historische Rusland. In de woorden van de Pools/Amerikaanse politicoloog Zbigniew Brzezinski, adviseur van de Amerikaanse oud-president Jimmy Carter (1977-1981): „Zonder Oekraïne houdt Rusland op een rijk te zijn. Met Oekraïne, eerst verleid en dan onderworpen, wordt Rusland automatisch een rijk”.

Uitgeholde invloedssfeer

De Europese akkoorden met de oude satellietstaten ondermijnen de Russische hoop dat de eigen Euro-Aziatische Douane Unie (Rusland, Kazachstan en Wit-Rusland) een echt alternatief voor de EU kan worden. Sterker, toetreding van Moldavië, Georgië en Oekraïne tot een Europese vrijhandelszone berooft Rusland van zijn invloedssfeer in Oost-Europa. Met dreigementen proberen bestuurders als vicepremier Dmitri Rogozin of presidentieel adviseur Sergej Glazjev de oude onderhorigen in Chisinau, Tbilisi en vooral Kiev binnenboord te houden. Maar de in Moskou afgekondigde importblokkade van de Oekraïense chocola Roshen en de waarschuwingen dat Oekraïne zonder Rusland binnen een half jaar „bankroet” is of dat Moldavië het deze winter „ijskoud” kan krijgen, sorteren tot nu een averechts effect. Het is tekenend dat president Janoekovitsj van Oekraïne, juist als voorpost van Poetin afgeschilderd, zich niet laat intimideren. Op dit moment opteert alleen Armenië, al 20 jaar op de rand van oorlog met het olierijke buurland Azerbajdzjan en afhankelijk van Russische steun, voor de Euro-Aziatische tolunie.

Dat is een majeure tegenslag voor Rusland. Volgens de recentste buitenlandspolitieke doctrine, die president Vladimir Poetin in februari heeft geactualiseerd, moet Rusland dé brug zijn tussen Europa en Azië: een „sleutelland in de transit van handel en economie”. Tegelijk heeft Rusland de pretentie de eigen Douane Unie uit te bouwen tot een „model voor associatie” en een „effectieve link tussen Europa en de Azië/Pacific Regio”. Dit Russische model laat zich, in helder contrast tot de EU, zo samenvatten: wel economische samenwerking, geen politieke eisen aan de partners.

Met dit pretentieloze model wilde Rusland de buurlanden verleiden. Maar in Vilnius kan over een maand blijken dat Oekraïne de harde Europese politieke voorwaarden, die voor president Viktor Janoekovitsj en zijn economische entourage echt pijnlijk zijn, toch op de koop toe neemt. En wel omdat de economische perspectieven van Europa aantrekkelijker worden gevonden dan die van Rusland. Kiev beseft bijvoorbeeld terdege dat het niet al te lang meer doorvoerhaven voor Russisch aardgas van Gazprom zal zijn. Als de zuidelijke pijplijn South Stream onder de Zwarte Zee op volle toeren gaat pompen, verliest Oekraïne aan betekenis.

En daarbij blijft het niet. Ook Oekraïne weet dat het Russische staatsconcern Gazprom niet meer per definitie de florissante handelspartner is waarop het bedrijf prat gaat. Het is een reus op lemen voeten.

Begin 2008 was Gazprom met een marktwaarde van circa 225 miljard euro – na Exxon, PetroChina en General Electric – het vierde bedrijf op aarde. Nu staat Gazprom niet meer bij de mondiale toptien.

Gazprom heeft de slag vooral gemist door de opkomst van schaliegas, die de prijs van aardgas in Europa drukt, en het verwaarlozen van de techniek om gas vloeibaar te maken (LNG), waardoor aardgas makkelijker verhandelbaar wordt. De gasmonopolist, die een mededingingsonderzoek van de Europese commissie aan de broek heeft, dacht dat de oude gaspijpleidingen een garantie voor de toekomst zouden zijn. Die tijd is voorbij. Gazprom krijgt in Rusland zelfs concurrentie van het staatsoliebedrijf Rosneft, groot geworden dankzij de arrestatie van oligarch Michail Chodorokovski en de confiscatie van diens Yukos, en de jonge gasproducent Novatek. Novatek is, met politieke protectie van het Kremlin, uit het niets opgedoken.

Wending naar het Oosten

Er zit een geopolitieke kant aan deze opmars van Novatek. Gazprom is door de geschiedenis en de logistieke structuur op Europa gericht. De concurrenten zoeken het in Azië. Dat spoort met de buitenlanddoctrine van Rusland. In december 2013 zei president Poetin in zijn jaarlijkse rede tot parlement en natie dat de toekomst van Rusland voortaan in het Oosten ligt.

Aan die ‘vector’, zoals het heet in het Russische politieke jargon, heeft het luie Gazprom tot toe toe te weinig bijgedragen.

Volgens Dmitri Trenin, directeur van het Carnegie Centrum te Moskou, gaat deze „geopolitieke verschuiving naar Eurazië en de Pacific” verder. Keerzijde daarvan is een „symbolische ‘soevereinisering’ van Rusland, verdere distantie tot Amerika en Europa en erosie van de buitenlands politieke consensus” in Rusland zelf, schreef Trenin afgelopen zomer in het vakblad Rusland in de wereldpolitiek, een Russische variant van Foreign Affairs.

Deze wending naar het Oosten, die ideologisch wordt geschraagd met een steeds autoritairdere opvatting over staat en maatschappij, betekent niet dat Rusland de handel met Europa kan bagatelliseren. Ondanks de recessie gaat er nog steeds ongeveer 300 miljard euro in om, vijf keer meer dan in de handel met China. Maar de trend is duidelijk. Moskou is in Europa structureel verzwakt en zoekt het nu in de kracht van de afzondering. En dat moet Europa ook duidelijk worden gemaakt.

In de buitenlanddoctrine van Poetin worden vier landen met name genoemd: Duitsland, Frankrijk, Italië en.... Nederland. Die laatste natie krijgt nu de wind van voren. Omdat het Nederland pijn kan doen en in de hoop dat de diepere boodschap ook tot de rest van Europa doordringt.

    • Hubert Smeets