Roerloze John Mayer laat zijn gitaar heftig voor zich spreken (soms twee tegelijk)

Het publiek gisteravond bij John Mayer kon zich in de gitaarhemel wanen. Voor achtergrondbeelden van het universum stond een van de beste gitaristen van het moment, die bovendien allerlei soorten gitaren liet horen: akoestisch en elektrisch, en een pedal steel door een van zijn bandleden. De Amerikaan John Mayer, 36, speelt op een uitzonderlijke manier gitaar, met bewerkelijke solo’s waar hoogdravende acrobatiek geen deel van uitmaakt. Zijn solo’s klinken alsof de gitaar iets te vertellen heeft: in een murmelende monoloog, of, bij het spetterende intro van Slow Dancing In A Burning Room, als een heftige woordenwisseling.

Het oudere Neon, door Mayer in zijn eentje uitgevoerd op akoestische gitaar, klonk alsof er drie instrumenten te horen waren. En in een van de laatste liedjes, If I Ever Get Around To Living, speelde hij er werkelijk twee tegelijk: een akoestische in de hoofdrol en een elektrische achter zijn rug. Dat zag er niet alleen stoer uit, het was ook functioneel.

Het is dankzij de gitaar dat zijn sluimerende rockmuziek extra lading krijgt. Want Mayers zang blijft achter bij de muziek. Hij heeft een lichte stem die de woorden soepel aan elkaar rijgt, maar die niet al te veel expressie heeft. Die stem heeft hem de laatste jaren parten gespeeld. Hij moest worden geopereerd, waardoor opnamen en tournees werden uitgesteld.

Gisteravond in de Ziggo Dome zei hij blij te zijn dat hij weer kon optreden. Maar het duurde even voordat er iets van plezier te merken was. Mayer stond roerloos te spelen en leek het publiek, dat als één man overeind kwam om zijn solo’s toe te juichen, nauwelijks op te merken. Hoe sprankelend zijn spel ook was, en hoe nauwkeurig zijn band ook samenspeelde, het was vreemd dat zoveel moois werd veroorzaakt door iemand die er zo onbewogen bijstond.