Pas je tradities maar aan – tijd van exclusief denken is voorbij

Waar komt de negatieve stemming jegens vreemdelingen vandaan? Hou rekening met elkaar, schrijft Mineke Schipper.

De Nationale Ombudsman wees er al op: Nederlanders reflecteren niet graag op bedenkelijke kanten van hun eigen gedrag en mensen die gediscrimineerd worden kiezen er meestal voor niet te klagen, ook al krijgen ze de grofste beledigingen over zich heen.

Een recent voorbeeld van zulk grievend gedrag uit een Amsterdamse tram: terwijl iedereen naar zijn mobiele telefoon zit te staren, stappen twee zwarte vrouwen in de tram. Meteen zegt een man in mijn buurt met flink stemgeluid: „Die twee moeten er uit bij halte Zoo.” Terwijl ik me nog afvraag of hij dit wel echt gezegd heeft, herhaalt hij zijn boodschap met nog meer nadruk: „Die twee gaan er uit bij Artis.” Niemand zegt iets, totdat ik geschokt roep: „Wat een walgelijk racisme.” Doodse stilte. De twee vrouwen komen naar mij toe en fluisteren: „Bedankt dat u er iets van gezegd hebt.” De man haalt minachtend zijn schouders op en de tram vervolgt zijn route.

Hoe is het verder gegaan met deze twee timide vrouwen? Kunnen wij ons iets bij hun onmacht voorstellen? Protesteren zij nu mee tegen Zwarte Piet? En voelen wij ons dan meteen diep beledigd omdat ‘ze’ van onze traditie moeten afblijven? Traditie is een culturele uitvinding waar mensen zich in onzekere tijden graag emotioneel aan vastklampen om hun territorium af te bakenen. Het goede nieuws is dat elke traditie aan veranderende eisen van de eigen tijd aangepast kan worden. Een klein gebaar van begrip voor het effect van racisme op wie er slachtoffer van is, kan in een samenleving meer ruimte scheppen om adem te halen. Dus: ja, premier Rutte, u dacht van niet, maar u kunt er wel iets aan doen dat Zwarte Piet zwart is, alleen al door uw voorkeur uit te spreken voor Pieten in alle kleuren.

In West-Afrika bestaat het mooie spreekwoord: „Hoe lang de boomstam ook in het water ligt, hij wordt nooit een krokodil.” Het verwijst naar de vreemdeling in ons dorp: hoe lang hij ook bij ons woont is, hij wordt nooit een van ons. Die houding kunnen we alleen volhouden zolang er maar weinig boomstammen in onze krokodillenvijver drijven en zolang die boomstammen hun mond niet opendoen. Met andere woorden: het leven was overzichtelijk, zolang culturen zich nog niet buiten eigen dorp, stad, regio, land of werelddeel manifesteerden.

Helaas vallen cultuur en regio sinds de vorige eeuw steeds minder overzichtelijk samen. Globalisering heeft ingrijpende culturele verschuivingen met zich meegebracht die nooit meer zijn terug te draaien. We kunnen ons niet langer de luxe permitteren om ‘anderen’ het etiket buitenstaander of erger op te plakken. Het ontwricht de samenleving.

Het rapport van de Raad van Europa, waarnaar ombudsman Brenninkmeijer eergisteren verwees, is een duidelijk teken aan de wand dat politici niet naast zich neer mogen leggen, al mompelen velen zonder gêne dat ze zichzelf of Nederland er niet in herkennen.

De tendens om het vreemde negatief te beoordelen ten opzichte van het eigene lijkt wereldwijd eerder regel te zijn geweest dan uitzondering, als je naar de geschiedenis kijkt. Grieken beschouwden Romeinen als barbaren en Romeinen keken neer op door hen onderworpen volken. Europeanen meenden dat ze beschaafder waren dan Indianen en Afrikanen, zonder zich te realiseren dat die volken westerlingen juist barbaars vonden. Ariërs keken neer op Joden en Joden op Palestijnen. In China verklaarde de filosoof Shao Yong al in de elfde eeuw: „Ik ben gelukkig omdat ik een mens ben en geen dier; een man en geen vrouw; een Chinees en geen barbaar; en omdat ik in Loyang woon, de prachtigste stad ter wereld.” Mensen betrekken hun informatie bij voorkeur uit eigen gesanctioneerde kanalen en luisteren verder het liefst alleen naar een ‘gedesinfecteerde ander’ die bereid is hun favoriete stereotypen te bevestigen.

Niets menselijks is ons vreemd, maar dit oude exclusieve denken is volstrekt achterhaald. Gelukkig hebben we een andere optie. Behalve borstgeroffel voor eigen soort en een stroom van vreemdelingenhaat richting anderen, wortelt in onze westerse geschiedenis ook dat andere idee van beschaving: de boodschap dat ieder mens ertoe doet, dat ieder mens respect verdient en dat we met elkaar verantwoordelijk zijn voor de samenleving in eigen land en voor het overleven op onze planeet.

In een wereld die door toenemende vernietigingskracht bedreigd wordt en die alleen door toenemende communicatie in toom gehouden kan worden, zit er niets anders op dan rekening met elkaar te houden: mensen niet buitensluiten maar erbij laten horen waar het maar kan. Vanuit de samenleving zou de boodschap van inclusief denken weer zo hard moeten gaan opklinken dat geen politicus er meer omheen kan zonder zijn gezicht te verliezen.

Het is deze humane boodschap die Nederland in Europa en daarbuiten een menselijker aanzien zal opleveren dan de kortetermijnpolitiek van ‘eigen krokodillenvijver eerst’.