Nieuwe rijken in een Tijuana zonder drugs

‘Workers’ toont het steriele Tijuana van de rijke Mexicanen. „Ze geven hun huisdier biefstuk en laten hun personeel verhongeren.”

Schoonmaker Rafael (Jesus Padilla) in de lampenfabriek van Philips in Tijuana

Het eerste wat opvalt aan Workers, het speelfilmdebuut van de in El Salvador geboren en naar Mexico verhuisde regisseur José Luis Valle, zijn de beelden. Statige fotografische composities van een man en een vrouw aan het werk in omgevingen die zo clean en onpersoonlijk zijn dat je je afvraagt wat er voor hen nog aan schoon te maken valt.

Dan ontrolt zich langzaam het verhaal van deze Rafael en Lidia, ooit geliefden, nu zonder dat ze het van elkaar weten Salvadoriaanse gastarbeiders in het Mexicaanse Tijuana. Hun werkzame leven zit er bijna op. Met de pensioenleeftijd gloort ook de hoop op iets beters. Een verblijfsvergunning. Een beetje geld. Of blijven ze voor de rest van hun leven gevangen in die starre kaders?

Valle was afgelopen augustus te gast bij het Amsterdamse World Cinema Festival, waar hij zijn film aan het Nederlandse publiek voorstelde.

Uw film is zowel ingehouden als geëngageerd. Wat kwam eerst? De vorm of de inhoud?

„Mijn film is ontstaan toen ik zelf in Tijuana aankwam. Het zijn verhalen die ik daar verzameld heb, en de stijl van de film heeft heel erg te maken met hoe ik die stad heb ervaren. Bij Tijuana denkt iedereen aan drugskartels, illegalen, geweld, prostitutie en verpaupering. Maar er is ook een historisch Tijuana. En een Tijuana waar gewone mensen wonen. Mensen die niet mooi, niet belangrijk, niet gevaarlijk zijn. Over hen heb ik mijn film willen maken. Mijn camera op willen richten. Dus de stijl is ook ontstaan uit de rust waarmee ik ze in beeld heb willen brengen in hun alledaagsheid.”

Met een vervreemdend effect.

„Met een vervreemdend, bizar, absurd effect. Er lijken heel veel dingen normaal die dat op het tweede gezicht niet zijn. Neem die grensmuur tussen Amerika en Mexico die daar de zee in loopt. De meeste mensen zien hem niet meer. Zo zijn ze eraan gewend. En tegelijkertijd is dat de muur die tussen hen en hun dromen instaat.”

Mexicanen behandelen Rafael, die illegaal in Mexico is, niet anders dan de Amerikanen de Mexicanen behandelen.

„Precies. Dat zijn zaken die me aan het hart gaan. Toen ik zelf in Mexico aankwam, ben ik zelf ook lange tijd illegaal geweest. Nu heb ik het staatsburgerschap. Ik sprak dan misschien wel de taal, maar ben donkerder en had een ander accent, dus ik was automatisch een vreemdeling, net zoals Rafael. Dat heeft allerlei sociaal-politieke, cultureel-historische complicaties. Hoe staat Mexico tegenover Centraal-Amerika? Tegenover Latijns-Amerika? Of wil Mexico zelf liever ook bij Noord-Amerika horen?”

Waar Rafaels verhaal over dat soort culturele en politieke vragen gaat, vertegenwoordigt Lidia een nog andere kant van het moderne Mexico.

„Lidia’s verhaal, over een vrouw die al haar geld aan haar hond wil nalaten, las ik in een Duitse krant. Maar het is zeer representatief voor het kapitalisme van de nieuwe rijken in Mexico. Dat je zo van de realiteit vervreemd kunt zijn dat je je huisdier biefstuk te eten geeft en je personeel en je naasten laat verhongeren.”

    • Dana Linssen