Nederlandse energiemarkt blijft uit balans

Uitspraak Europese rechter laat ‘splitsingswet’ intact.

Lot ongesplitst Delta en Eneco nu in handen van Hoge Raad.

Nederland is het enige land in Europa dat splitsing van energieconcerns in bedrijven die energie produceren en bedrijven die leidingnetten beheren wettelijk verplicht. Foto Hollandse Hoogte

De Nederlandse energiemarkt blijft nog even uit balans. Ook na de uitspraak van het Europees Hof van Justitie blijft onduidelijk welke partijen wat mogen doen. Mogen de leveranciers van energie ook de netten beheren, of geldt de zogeheten ‘splitsingswet’ voor iedereen?

Na een lange gang langs Nederlandse rechters, bepaalde het Hof in Luxemburg gisteren dat de in Nederland bij wet opgelegde splitsing van energiebedrijven in een bedrijf dat produceert en levert, en een bedrijf dat verantwoordelijk is voor het leidingnet dat de energie bij de consument brengt, niet in strijd is met Europese regelgeving. Maar het Hof liet tegelijkertijd een gaatje open voor de Hoge Raad, die nu een definitief oordeel moet vellen.

Nederland is het enige land dat het Europese streven naar splitsing van energiebedrijven zo strikt doorvoert en dat leidt tot scheve verhoudingen. Het Zweedse Vattenfall bijvoorbeeld, dat na de splitsingswet het energiebedrijf Nuon opkocht, is zelf niet gesplitst.

Nog los van de vraag of Vattenfall er indertijd goed aan heeft gedaan om Nuon over te nemen – het bedrijf heeft inmiddels miljarden moeten afschrijven op de overname – vormt het netbeheer een vaste en betrouwbare bron van inkomsten. Daarom opereren de meeste Europese energiebedrijven op deze basis.

Ook Eneco en Delta in Nederland willen vasthouden aan het netbeheer om de kapitaalsbasis zo groot mogelijke te houden. Hoe groter de financiële armslag, des te meer ruimte voor investeringen die nodig zijn om het hoofd boven water te houden. Daarom vechten zij, samen met Essent dat inmiddels in handen is van het Duitse RWE, de splitsingswet aan.

Die wet dateert van 2006 – de hoogtijdagen van de privatisering – en was bedoeld om meer concurrentie te scheppen op de energiemarkt. Om te voorkomen dat de leveringszekerheid in een energiebonanza ten onder zou gaan, moest het netbeheer in handen van de overheid blijven.

Maar sinds 2006 is de energiemarkt sterk veranderd. De lage stroomprijs van dit moment is niet zozeer het gevolg van concurrentie tussen de energiebedrijven als wel van het feit dat de centrales op spotgoedkope steenkool draaien. Ook de groene stroom die op dagen met veel wind en zon uit Duitsland bijna gratis naar ons land stroomt, is een nieuw verschijnsel. De Duitse Energiewende schept een nieuwe realiteit.

Bovendien heeft ook Nederland het steven gewend en probeert het met het Energieakkoord een ‘vergroeningsslag’ te maken. Waar nu ruim 4 procent van de energie duurzaam wordt opgewekt, moet dat in 2020 14 procent zijn en in 2023 zelfs 16 procent. Windparken, op zee en op land eisen komende jaren grote investeringen. Eneco betoogt dat het die investeringen niet kan doen als het de inkomsten uit netbeheer moet opgeven.

En daar zit precies het gaatje in het arrest van het Hof. In deze ingewikkelde zaak gaat het uiteindelijk om de vraag of de splitsingswet de „nagestreefde doelstellingen” bereikt. Volgens consultant PwC, die in opdracht van Delta onderzoek deed, is dat niet het geval.

Het is nu aan de Hoge Raad om te bepalen of het gaatje dat het Hof biedt groot genoeg is om de klagers Eneco en Delta alsnog ‘ongesplitst’ te laten.

    • Renée Postma