Man schuldig bevonden aan hulp bij zelfdoding moeder ‘boos’ over vonnis

Heringa was gisteren in de rechtbank van Zutphen bij de uitspraak aanwezig. Foto ANP / Robin Utrecht

De 71-jarige Albert Heringa, die gisteren schuldig werd bevonden aan hulp bij de zelfdoding van zijn 99-jarige moeder in 2008, is “buitengewoon teleurgesteld” en “boos” over het vonnis van de rechtbank Gelderland. Dat zegt hij vandaag in een reactie aan NRC Handelsblad. Het Openbaar Ministerie had drie maanden voorwaardelijk tegen hem geëist. Op hulp bij zelfdoding staat een maximumstraf van drie jaar cel.

Volgens de rechtbank is Heringa schuldig omdat hij de wet naast zich neerlegde en niet op zoek ging naar een arts die euthanasie zou willen verlenen. Maar hij verdient volgens de rechtbank geen straf omdat hij handelde “uit naastenliefde” en omdat hij door de trage vervolgingsbeslissing van het OM lang in onzekerheid heeft verkeerd.

Geen straf is een ‘douceurtje’

Heringa noemt het vonnis “vlees noch vis”. Dat hij geen straf krijgt noemt hij een “douceurtje”. Zwaarder weegt voor hem dat hulp bij zelfdoding door familieleden strafbaar is en blijft:

“Het probleem blijft bestaan. Ik heb een douceurtje gekregen omdat het Openbaar Ministerie er zo lang over heeft gedaan.”

Heringa’s moeder was niet ziek en kwam daarom volgens haar huisarts niet in aanmerking voor euthanasie.

Heringa besloot zijn moeder zelf te helpen toen hij merkte dat zij medicijnen spaarde, vertelde hij de rechtbank. Hij verstrekte haar een dodelijke combinatie van circa 160 pillen en hielp haar die in te nemen. Twee jaar later lokte hij een proces uit met de camerabeelden die hij hiervan had gemaakt. De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE), die campagne voert voor afschaffing van het wettelijk verbod op hulp bij zelfdoding, betaalt de kosten.

Heringa: niet eropuit om wet te overtreden

Het vonnis van de rechtbank Gelderland stelt onder meer dat Heringa “zich in sterke mate heeft laten leiden door de eigen opvattingen van zijn moeder en zichzelf over zelfbeschikking over leven en dood”. Heringa vindt dat de rechters suggereren dat hij „erop uit was de wet te overtreden”. Dat is volgens hem niet waar:

“Nú ben ik ermee bezig, nu zet ik me voor de zaak in. Dat de rechters me in de schoenen schuiven dat ik dat toen al deed vind ik kortzichtig en onzuiver. Ik voel me werkelijk geschoffeerd.”

Volgens Heringa kon hij niet anders dan zijn moeder helpen omdat hij zich bevond in een ‘conflict van plichten’. Het wettelijke verbod op hulp bij zelfdoding, waarvan hij zich bewust was, stond tegenover de “morele, maatschappelijke, zorgplicht” zijn moeder te helpen pijnloos en waardig te sterven.

De rechtbank vindt verder dat Heringa op zoek had moeten gaan naar een andere arts die zijn moeder euthanasie zou willen verlenen. In het vonnis citeren de rechters ethicus Henk Manschot, die ter zitting optrad als getuige-deskundige voor de verdediging en onder meer zei: “Ik acht het niet uitgesloten dat er artsen zouden zijn geweest die toch meegegaan zou zijn.”

Heringa noemt het vinden van een arts die de euthanasie zou willen uitvoeren een puur theoretische mogelijkheid:

“Het was in die tijd onmogelijk een arts te vinden die zonder medische noodzaak euthanasie zou willen verlenen. Ik vind dat de rechtbank misbruik heeft gemaakt van een deskundige die uit wetenschappelijke twijfel zei dat zo’n arts heel misschien te vinden zou zijn geweest. Ik vind dat haast kwade trouw. Ik kan dat niet serieus nemen.”