‘Kwart kinderen heeft leer- of gedragsprobleem’

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

Dat stond op 26 mei in nrc.next.

De aanleiding

Voor wie ‘de noodklok luidt’ of ‘alarm slaat’ is het menens. Meestal zijn het beroepsgroepen of belangenclubs die dat doen. En meestal zijn het journalisten die het op gewichtige toon zo benoemen. Afgelopen zondag waren het scholen in televisieprogramma KRO Brandpunt . „Schooldirecteuren slaan alarm.”

De reden? Vanaf augustus volgend jaar moeten gewone basisscholen kinderen aannemen die extra ondersteuning nodig hebben. Het speciaal onderwijs moet inkrimpen en zo veel mogelijk kinderen moeten naar een reguliere basisschool. Ho ho, zeggen de schooldirecteuren: daar hebben wij helemaal geen plek voor!

Althans, dat zegt 58 procent van de door Brandpunt en vakbond CNV Onderwijs gepeilde directeuren. Ruim de helft zegt nu al weleens ‘zorgleerlingen’ te moeten weigeren. En van zulke leerlingen zijn er een hoop: „Een kwart van alle kinderen in het basisonderwijs heeft een leer- of gedragsprobleem.” Dat komt volgens Brandpunt neer op 400.000 kinderen.

„Erg onwaarschijnlijk”, mailt lezer Damy Pieterse de redactie van nrc.next. Is dat aantal echt zo „schrikbarend” hoog? Pieterse kan het zich maar moeilijk voorstellen.

En, klopt het?

Vooraf: het is nogal een paraplubegrip, ‘leer- of gedragsproblemen’. Wat zijn dat dan precies?

Brandpunt geeft een paar voorbeelden. „Denk aan kinderen met druk gedrag, het ADHD-kind”, zegt Leonard van Koningsbruggen, een van de bezorgde schooldirecteuren, in de reportage. „Of kinderen met een verwantschap aan het autisme, pdd-nos.”

Vervolgens de categorie gedragsproblemen. Dan komt collega-schooldirecteur Yvonne Vaes in beeld. „Dyslexie, dyscalculie”, vervolgt zij. Kinderen die moeten hebben met lezen en schrijven of rekenen. De categorie leerproblemen.

De 25 procent blijkt afkomstig uit een studie van de Algemene Rekenkamer uit augustus, Kunnen basisscholen passend onderwijs aan?

Het rekensommetje is als volgt: vorig jaar gingen er in totaal 1,5 miljoen kinderen naar de basisschool. Van deze leerlingen hebben er 391.000 kinderen, „extra ondersteuning” nodig, schrijft het rapport. (Dat is iets minder dan de 400.000 die Brandpunt noemde, maar soit.) Dat komt neer op „een kwart” van alle basisschoolleerlingen, staat in het rapport. (Eigenlijk 26 procent, om precies te zijn. Maar ook hier vinden we: overkomelijk detail.)

Het getal van 391.000 is het resultaat van een berekening van de Algemene Rekenkamer zelf, zegt een woordvoerder. Daarvoor gebruikten de onderzoekers twee wetenschappelijke studies uit 2007 en 2012 en gegevens van het ministerie van Onderwijs. Het getal is een „ondergrens”, zo valt te lezen in het rapport. Mogelijk zijn het er dus nog meer.

De meeste van deze kinderen, 300.000 in totaal, krijgen die extra ondersteuning gewoon van hun leraar op een reguliere basisschool. De overige 91.000 hebben een ‘indicatie’ en daardoor ook recht op extra geld. Zij zitten op een speciale school of krijgen begeleiding van buiten de school.

Hoeveel kinderen precies welke problemen hebben, is niet bekend. Wel onderzocht de Radboud Universiteit Nijmegen vorig jaar welke problemen het meest voorkomen. Dat zijn „een leerachterstand, een problematische werkhouding en teruggetrokken of faalangstig gedrag”. Daarna komen leerlingen „met een communicatieprobleem of een verstandelijke beperking en leerlingen die overactief, impulsief, agressief of antisociaal zijn”.

En die 91.000 kinderen met al die problemen kunnen ‘gewone’ basisscholen er niet bij hebben, zeggen de directeuren in Brandpunt. Schooldirecteur Yvonne Vaes heft haar handen in de lucht. Dat dat wél zou kunnen, is volgens haar „een utopie”. Vandaar dus die noodklok.

Conclusie

Een kwart van alle basisschoolkinderen heeft een „leer- of gedragsprobleem”, zo viel zondag te horen in Brandpunt. Zijn dat er écht zo veel, vroeg een lezer de redactie van nrc.next.

Dat blijken er inderdaad zo veel. Die 25 procent blijkt afkomstig uit een recent rapport van de Algemene Rekenkamer. In totaal hebben 391.000 kinderen „extra ondersteuning” nodig, blijkt daaruit. Dat komt neer op een „kwart van alle leerlingen” in het basisonderwijs, staat in het rapport. Daarom beoordelen wij deze stelling als waar.