Kunstmest blijft decennia in de grond

Kunstmest blijft na bemesting van een akker veel langer in de bodem aanwezig dan gedacht. En dus houden ook de negatieve gevolgen ervan langer aan.

Dat schreven Franse onderzoekers deze week in PNAS (early online edition). Uit hun experimenten, die ze in 1982 waren begonnen, blijkt dat na 30 jaar nog steeds een aanzienlijk deel van de kunstmest in de bodem aanwezig is. In die periode is ongeveer eentiende ervan weggesijpeld naar het grond- en oppervlaktewater. In totaal kan het wel 80 jaar duren voordat alle kunstmest verdwenen is, schatten de wetenschappers. Pogingen om het wereldwijd sterk stijgende gebruik van kunstmest te temperen zullen dus niet acuut leiden tot schoon water en schone lucht.

Moderne, grootschalige landbouw kan niet zonder kunstmest, maar het wordt wereldwijd veel te overdadig gebruikt. Slechts de helft tot tweederde wordt opgenomen door de gewassen. Een deel sijpelt naar het grond- en oppervlaktewater en kan zorgen voor sterke algenbloei, vissterfte en vervuilde meren en kustwateren. Ook brengt de kunstmest veel ammoniak (NH3) en lachgas (N2O) in de lucht. Het draagt bij aan luchtvervuiling en broeikaseffect.

De Franse wetenschappers deden proeven op stukjes akker (2x2x2 meter) waar ze afwisselend suikerbieten en wintertarwe verbouwden. In het voorjaar van 1982 dienden ze een speciale, gelabelde kunstmest toe (de stikstof bestond uit het zeldzame isotoop 15N). Na 30 jaar bleek 60 tot 65 procent van de kunstmest opgenomen door de in die periode geteelde bieten en tarwe. Zo’n vijftien procent van de kunstmest zat nog in de bodem, en circa tien procent was weggesijpeld. De rest is volgens de onderzoekers waarschijnlijk omgezet in ammoniak en lachgas.