Komt dat licht van God, of toch van de CIA?

Foto Gert Jan van Rooij

Stamcelonderzoek, schooluniformen, Bush, kijkcijfers – het waren relatief zorgeloze berichten waar de New York Times mee opende op elf september 2001. Inderdaad, die elf september, de inkt was nog niet droog en het World Trade Center werd aangevallen. Kunstenaar Gert Jan Kocken tikte de omineuze voorpagina op de kop en exposeert hem in de groepstentoonstelling Dread in De Hallen, vernoemd naar een angst die zich moeilijk in het Nederlands laat vertalen. ‘Dread’ betekent zoiets als de verhoogde paraatheid waarin iemand verkeert die gevaar vermoedt. Dat past bij de sfeer van terreurdreiging en defensiegeheimen sinds die elfde september, die in de expositie zichtbaar en hoorbaar worden.

Een uitzicht uit een wolkenkrabber door Berend Strik wordt vergezeld van een dreigend achtergrondgeluid, afkomstig uit een installatie van Mark Bain. Sarah van Sonsbeeck maakte een tent van faradaytextiel dat alle gevaar buitensluit – van elektromagnetische straling tot wifi, zodat ook de mediaberichten op je smartphone je geen angst meer aanjagen.

In Dread glijdt onze democratie weg onder angst: terreurorganisaties, privacyschenders, klokkenluiders. Wantrouwen lijkt realistisch: als we op die krantenpagina van Kocken tussen de regels door lezen, hadden we die aanslag kunnen voorzien? Onder de wantrouwenden bevinden zich veel kunstenaars die nu hun eigen kongsi’s vormen. Dread staat vol videokunst van illegaal afgetapte drone-opnames en surveillancebeelden. Trevor Paglen, wiens vader bij een Amerikaanse geheime deinst werkte, filmde op afstand afluistercentra in West-Virginia. Zijn telelens schept sprookjesachtige beelden, met zachtgroene lichten. Mooi, maar wel de Big Brotherwereld van Prism. Minder mooi is Dronestagram van kunstenaar James Bridle. Als hij in de krant leest over precisiebombardementen op Irak, leent hij van Google Maps screenshots van de locaties en zet ze via Instagram op Facebook. Die onschuldig uitziende bebouwing, zit daar echt de vijand? En bestaat dat überhaupt, een precisiebombardement?

Tijdens de voorbereidingen van Dread laaiden discussies rond Prism en technologie op – curator en exposanten blij. En niet alleen hun tentoonstelling vaart wel bij de actualiteit. Ook het Haagse Stroom heeft een expositie over een mogelijk rendition center en in het Maastrichtse Bureau Europa gaat Black Transparancy over de transparantie van internationale informatie.

Kunst heeft een nieuwe missie, blijkt hieruit. Dat wil zeggen, op zich zoeken kunstenaars al generaties naar waarheden. Maar waar ze die honderd jaar geleden op mystiek niveau zochten in de antroposofie, googlen ze nu complotten. Ze hebben hun visie vernauwd. Kunstenaars zoeken niet meer naar het ‘grand plan’ uit de tijden van Mondriaan en Bauhaus maar speuren dichterbij, op aarde, naar malversaties. De wereld is te complex geworden voor kunst met een utopische overkoepelende wereldvisie nu zelfs experts niet langer de politieke en financiële systemen begrijpen.

Dan kunnen kunstenaars beter in de oppositie gaan, complotdenkers worden. Hun werk wordt er in zekere zin belangrijker door, iets wat kunstenaars altijd hopen. Dat ze er een zenuw mee kunnen raken, bewijst nota bene de overheid. Die liet een kunstwerk van James Bridle, met drone-contouren, verwijderen uit een eerdere tentoonstelling: iets te veel staatsgeheim. In De Hallen toont hij een veiliger foto, het mystieke Light of God. Een verticale groene lichtbaan schijnt op een aardvlakte. Komt dat licht inderdaad van God, of toch weer van de hoogste almacht, de CIA?