Kom op! U kunt het! Eigen kracht!

Net als alle andere gemeenten moet Alphen aan den Rijn vanaf 2015 meer taken uitvoeren, voor minder geld. En dus maakt Alphen de omslag naar de participatiesamenleving. Maar volgens ambtenaren zit de verzorgingsstaat diep verankerd in het denken van burger én gemeente. „Zegt die burger: ik heb toch recht op een koelkast?”

Een herfstige vrijdag in een Alphens cursuslokaaltje. Zeventien gemeenteambtenaren nemen plaats. Schuldhulpverleners, bijstandsconsulenten, Wmo- en leerplichtambtenaren, reïntegratiemedewerkers. Allemaal vrouwen. Ze zijn hier om te leren hoe zij burgers ‘in de eigen kracht’ moeten helpen. In een driedaagse cursus, vooral voor de Alphense ambtenaren die regelmatig met burgers in contact staan, 84 van in totaal 600 ambtenaren. De trainers: Gejo Duinkerken en Peter Wesdorp, van trainingsbureau het Gilde. Zij helpen Alphen en andere gemeenten bij het maken van de overstap van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving.

Duinkerken neemt het woord: „De verzorgingsstaat heeft mensen passief gemaakt. Zo van: ik heb overal recht op, en de staat lost mijn problemen wel op. De participatiesamenleving vergt eigen initiatief, eigen verantwoordelijkheid. Maar dat zijn mensen niet meer gewend.” Jullie kunnen hen helpen, zegt hij tot de ambtenaren. „Want jullie kunnen zorgen voor een omslag in de hoofden van de mensen.” Deze cursus wordt duidelijk hoe.

De ambtenaren stellen zich voor – al verkiezen ze voor dit artikel anonimiteit. Ja, ze zijn benieuwd wat ze gaan leren, zegt de ene de andere na. En tegelijkertijd zijn ze ook sceptisch, over die participatiesamenleving. Ze lepelen een dozijn voorbeelden op over hoe diep verankerd de verzorgingsstaat is, in ons allemaal. In de hoofden van Alphenaren, en ook in de cultuur van de gemeente zelf.

De schuldhulpverlener: „Ik stapte over van de harde bankwereld naar de gemeente. Ik dacht weleens: waar ben ik terechtgekomen? Kwamen er mensen het gemeentehuis binnen, die vroegen: ‘Kun je mijn schoolgeld betalen?’ Of: ‘Ik heb toch recht op een koelkast?’”

De Wmo-ambtenaar: „Wethouders in Alphen deelden een paar jaar geleden nog folders uit om burgers te wijzen op regelingen voor minima. Heeft u wat nodig, bel dan de gemeente!”

De reïntegratieambtenaar: „Het systeem zou anders moeten. Eerst zit men drie jaar in de WW, en valt men onder het UWV. Die mensen moeten het zelf zien te rooien want het UWV heeft door bezuinigingen de persoonlijke dienstverlening beperkt tot het minimum. En dan, na drie jaar van vergeefse pogingen om een baan te vinden, komen die mensen bij ons, en dan roepen wij: ‘Kom op! U kunt het! Eigen kracht!’”

De Wmo-ambtenaar: „Ouderen die vragen om huishoudelijke hulp, zeggen vaak: ‘Ik heb er lang mee gewacht, maar nu kan ik écht niet meer op het keukentrapje te staan.’ En ook: ‘Ik ben 85, dus ik heb er recht op.’ Of hun kinderen zeggen het: ‘Mam, je kunt niet meer op dat trapje staan. Als je valt, kan ik je niet helpen, want ik heb een fulltime baan.’”

De trainers Duinkerken en Wesdorp luisteren aandachtig en maken, kennelijk onverstoorbaar, notities. Ze herkennen de klachten, van andere gemeenten waar zij trainingen geven. Eindhoven, Enschede, Rotterdam, Apeldoorn, Zutphen. Daar leerden ze de ambtenaren wat ze ook deze Alphense ambtenaren in komende cursusdagen zullen leren: het stellen van de juiste vragen, zodat burgers zich verantwoordelijker en autonomer gedragen.

Duinkerken legt uit. „De participatiesamenleving vergt van mensen dat ze de slachtofferrol verlaten. Bijstandsgerechtigden, mensen met schulden: ze moeten zich richten op de zaken waar ze wél invloed op hebben. Maar die omslag maken veel mensen niet vanzelf. Ze zéggen wel dat ze een baan willen zoeken, of meer contact met de buren, maar gedragen zich er niet naar. Ze komen met excuses, zoeken uitvluchten.”

De taak van de ambtenaar: de bal telkens bij de burger leggen. Dus geen ‘ik’ gebruiken, of ‘wij’, geen hulpverlenersreflex, maar telkens: wat zou het u kunnen opleveren? En dan: wat bent ú van plan aan uw situatie te veranderen? Die vragen leiden tot het ‘goede gesprek’ dat de moderne gemeenteambtenaar moet kunnen voeren.

Ambtenaren zijn nu nog gewend te veel begrip te tonen, zegt Duinkerken. „Een beetje het solidariteitsdenken van de verzorgingsstaat. Ze zijn geneigd tegen deze man te zeggen: ‘Ik kan me goed voorstellen dat u geen zin meer heeft om te solliciteren.’ Riskant. Niet doen. Te veel begrip leidt tot passiviteit. Dan denkt zo’n man: ‘Zie je wel, ik ben niet gek. Ook de ambtenaar vindt dat ik het zwaar heb.’”

De gesprekstechniek leidt tot resultaten in andere gemeenten. Neem Apeldoorn, dat de methode verweeft in kennismakingsgesprekken en sollicitatietrainingen voor nieuwe bijstandsgerechtigden. Stroomde eerst één op de twintig nieuwe bijstandsgerechtigden binnen twee maanden door naar een gewone baan, nu is dat één op de zeven, zegt organisatieadviseur Pieter Guis. Ook Eindhoven meldt een grotere uitstroom van bijstandsgerechtigden naar werk.

Terug naar Alphen aan den Rijn. Een van de cursisten, de schuldhulpverlener, heeft een vraag. „Niet iederéén is toch leerbaar? Hoe zit het met mensen met een forse, verstandelijke handicap? Die moeten toch bescherming hebben?”

Wesdorp knikt. „Mensen met een verstandelijke beperking vinden de maatschappij complex. Ze doen relatief vaak een beroep op overheidssteun.”

Duinkerken: „Deze methode is bedoeld voor de brede middengroep. Burgers die gewend zijn allerlei rechten te claimen. Maar er is natuurlijk altijd een groep daaronder.”

En wat vangt de gemeente met hen aan? Hélène Oppatja, PvdA-wethouder (werk en bijstand), desgevraagd: „Niet iedereen is altijd in staat tot zelfmanagement. Of dat nu een gehandicapte is of een drugsverslaafde. Het is belangrijk te benadrukken: er is een vangnet. Maar we gaan niet met de mensen meehuilen. Voorzover zij op eigen benen kunnen staan, moedigen wij dat aan.”

Dit is het tweede deel in een serie artikelen over Alphen aan den Rijn dat zich voorbereidt op de komst van extra gemeentelijke taken. De eerste aflevering verscheen op 30 september.