Kleine beurs is soms beter

Grote kunstbeurzen hebben het lastig, maar met Art Assen gaat het goed. Galerist Paul Andriesse legt uit waarom hij topbeurs Art Basel mijdt.

Op de belangrijke Franse kunstbeurs FIAC is t/m zondag werk van topkunstenaars te koop, zoals Hope Hippo van Jennifer Allora & Guillermo Calzadilla. Foto AFP

Paul Andriesse zal op de kunstbeurs Artissima in Turijn (7-10 november) werk van kunstenaars uit zijn galerie laten zien in een stand van tussen de dertig en vijftig vierkante meter. Dat kost 220 euro per vierkante meter. Andriesse: „En de transportkosten komen er natuurlijk nog bij.” Alles bij elkaar maakt Andriesse zeker 10.000 euro kosten. Het is de vraag of de galeriehouder Turijn verlaat zonder verlies te maken.

Ook het werk van de Groningse kunstenares Angelique Boter is binnenkort te zien op een beurs. En te koop. In de TT-hal van Assen huurt ze vier vierkante meter. Ze betaalt zelf, want een galerie heeft ze niet. Kosten: 100 euro. „Vorig jaar ging ik ook. Toen kostte het me 130 euro. Ik speelde net quitte.”

Waar Turijn, net als de FIAC die morgen in Parijs opent, zich richt op het topsegment, is Assen er één van een groeiend aantal beurzen met kunst uit het goedkoopste segment. Eind van deze maand begint voor de achtste keer de Affordable Art Fair, in Amsterdam. Daar was onlangs ook We Like Art, een beurs voor beginnende verzamelaars met kunst onder de 1.500 euro. In Rotterdam zijn in november de Nationale Kunstdagen en in april organiseert Breda voor het eerst Art2014. Op al deze beurzen, ook in Assen, is meer dan alleen antiek of hedendaagse traditionele kunst te zien. Ook liefhebbers van abstracte kunst komen aan hun trekken.

Deze groei zegt iets over het toenemende belang van kunstbeurzen voor de kunstmarkt. Klanten, zo vertellen galeriehouders, gaan steeds liever naar beurzen dan naar galeries.

Gek genoeg wil dat niet zeggen dat het goed gaat met de kunstbeurs in het algemeen. Economisch socioloog Olav Velthuis, die aan de Universiteit van Amsterdam onderzoek doet naar de dynamiek van kunsthandel, zegt dat er twee dingen over kunstbeurzen te zeggen zijn die elkaar lijken tegen te spreken. „Galeriehouders vertellen enerzijds dat ze hun kopers vooral vinden op beurzen en daar steeds meer omzet draaien. Anderzijds klagen ze dat beurzen te duur zijn, omdat niet alleen de huur van de stand, maar ook de reis- en verblijfkosten en het kunsttransport op de winst drukken.”

Niet voor niets gaat Andriesse dit jaar niet naar Londen (Frieze) en Basel (Art Basel), beurzen voor het topsegment waar hij in 2010 nog stond; voor een aanzienlijk hogere prijs dan Turijn. Galerist Annet Gelink vertelde deze krant vorige week dat zij, wel op Art Basel, daar 60.000 euro aan kosten voor maakt. Andriesse: „Dat is niet iedereen gegeven. Ik zie collega’s die op alle grote beurzen staan en daar potentiële klanten laten invliegen of hen trakteren op copieuze diners, en zo verder. Dus hoor ik af en toe weer van een collega die plotseling is verdwenen nadat hij zijn eigen kunstenaars niet meer hun deel kon betalen.”

Andriesse heeft geen heimwee naar de grote beurzen in Basel en Londen. Om geen verlies te draaien, moest hij daar „heel veel” verkopen: „En dus kiezen veel galeries er dan voor om alleen kunstenaars en kunst te verkopen waarvan ze weten dat het verkoopt. Dat is meestal oninteressant werk.” Kunst is verandering, zegt Paul Andriesse. Maar je moet het je wel kunnen veroorloven om dat te laten zien.

In Assen zou dat moeten kunnen. Maar paradoxaal genoeg is op een goedkope beurs die voor iedereen openstaat weinig vernieuwends te vinden. Veel niets-aan-de-hand-abstracte kunst. Maar zakelijk is het een succes: voor wie het niet baat, schaadt het ook niet. Het verleidde de Drentse commissaris van de Koning Jacques Tichelaar om te beweren: „Art Assen is een blijvertje.” Ook Angelique Boter is tevreden, al wordt ze er niet rijk van. „Via zo’n beurs kom je tenminste in contact met kopers.”

Affordable Art Fair 31/10-3/11, Amsterdam. Art Assen 2-3/11. Nationale Kunstdagen Rotterdam 9-10/11. Realisme 15-19/1, Amsterdam.

    • Pieter van Os