Katie Roiphe: ‘Jonathan Franzen is een seksist’

Katie Roiphe Foto Bram Budel

Schrijfster Katie Roiphe is zelfverklaard ‘dissidente feminist’, die al sinds haar eerste stuk over seks in 1994 stof deed opwaaien. In Lof van het rommelige leven bindt ze de strijd aan met ‘tolerante’ mensen die andersdenkenden weinig ruimte laten.

“Ik zal mensen altijd wel op de zenuwen werken. Ik denk dat dat zelfs zou gebeuren als ik een boek over tuinieren zou schrijven. En dan kies ik ook nog eens onderwerpen waar mensen liever niet over nadenken. Ik val zekerheden aan die passen binnen het idee van huisje-boompje-beestje en daar worden mensen ongemakkelijk van. Ik zit er niet mee hoor, ik schrijf graag over algemeen aanvaarde waarheden, en daar zet ik vraagtekens bij. Waarom noem je een kind dat buiten het huwelijk geboren wordt ‘liefdesbaby’? Waarom kijken we neer op mensen die ongezond leven? Waarom bestellen we rubberen tegels voor een huisje in Frankrijk, want stel je toch eens voor dat een kind struikelt? Mensen worden steeds dwingender in het opleggen van hun levensstijl aan anderen, daar wijs ik ze op en daar worden ze ongemakkelijk van.”

Volkomen op haar gemak zit de zelfverklaarde ‘dissidente feminist’ Katie Roiphe (1968) aan tafel aan een sandwich te knabbelen, waar ze net de korstjes vanaf heeft gescheurd. De ongezonde tacochips die ook op het bordje liggen, laat ze staan. Ze is twee dagen in Nederland ter promotie van de vertaling van haar essaybundel Lof van het rommelige leven. Voordat ze naar Den Haag moet voor een openbaar interview heeft ze even tijd voor een gesprek. Ze oogt milder dan de publicaties over haar doen vermoeden.

Toen Roiphe in 1994 met een opiniestuk kwam over date rape op de campus, was haar naam meteen gevestigd. Sommigen waren woedend over haar stelling dat je niet álle schuld bij de man moet leggen, want daarmee ontnam je de vrouwen hun verantwoordelijkheid en werden ze teruggebracht tot wezens zonder lust. Maar de twintig jaar oudere feminist Camille Anna Paglia omarmde haar weer als dé intellectueel van een nieuwe generatie. Een mening die Paglia later weer terugnam, omdat Roiphe volgens haar te veel over persoonlijke zaken schreef als huwelijk en kinderen.

Lof van het rommelige leven bevat intelligente essays, maar zijn voor de Nederlandse lezer minder ongemakkelijk dan voor Amerikanen. Zo is haar pleidooi tegen onze hysterische omgang met kinderen niet echt nieuw, en ook het idee dat alleenstaande ouders met de nek worden aangekeken, op het eerste gezicht meer een Amerikaans dan een Nederlands probleem lijkt.

Zijn uw persoonlijke verhalen over kinderen bij uitstek Amerikaans?

“Het idee heerst dat je je kinderen kan en moet beschermen. Ik weet niet hoe dat hier is, maar in de VS is dat besef maniakaal. Het kind is belangrijker dan de ouders geworden. En dat gaat niet alleen ten koste van het echtpaar, maar ook van de onafhankelijkheid van het kind. Ik liep als kind altijd in mijn eentje rond in New York, dat is nu ondenkbaar. Terwijl de stad veel veiliger is dan in de jaren zeventig. We zijn bang geworden, en die angst leven we uit in een poging ons kind een veilige en gezonde jeugd te geven. Veel werkende moeders voelen zich schuldig, ze willen alles doen om hun kind een perfecte jeugd te geven.”

Weet u zelf te ontkomen aan die cultuur bij de opvoeding van uw eigen kinderen?

“Het is moeilijk om afstand te nemen van die cultuur, dus ja, ik heb er wel kritiek op, maar ik ontkom er ook niet aan. Als ik niet-organische melk koop voel ik me al schuldig. En ik vond het doodeng om mijn kind naar school te laten lopen, terwijl ik weet dat ze dat moeten aankunnen. Ik wil geen helikopterouder zijn en ik geloof erg in wat een psychologe zei: er moeten meer dan drie jaren zitten tussen het moment dat een kind zelf de straat mag oversteken en voor het eerst een condoom ziet.”

Uw verhalen over alleenstaande moeders – hoe breed worden die gedragen?

“Het kan zijn dat jullie er ruimer over denken hier, maar neem iemand als J.K. Rowling. Ze heeft eenzelfde soort ervaring. Als ongehuwde moeder zit je opvallend vaak in het verdomhoekje. In de VS hebben zelfs politici als Mitt Romney er een mening over. Hij beweerde dat de toename van de misdaad aan ongehuwde moeders te wijten was. Amerika is tegenwoordig toleranter tegen homo-ouders dan tegen ongetrouwde ouders. Het is een latent conservatisme, een idee over familie. Als ik ergens kritiek op heb, is het op het vastgeroeste idee dat er maar één manier is om je leven te leiden, het ouderwetse huisje-boompje-beestje. Mensen worden afgerekend op hun ongehuwde ouderschap, terwijl er van alles aan ten grondslag kan liggen. Momenteel is 53 procent van de moeders in de VS onder de dertig ongehuwd. Dat is dus niet meer de uitzondering! Bill Clinton en Obama zijn kinderen van ongehuwde moeders, het beste bewijs dat ze geen mislukkingen hoeven zijn, lijkt me.”

Heeft Obama hier iets laten liggen, zoals hij wel opkwam voor de homo’s?

“Nee, de mentaliteit ten opzichte van alleenstaande ouders is geen kwestie van politiek. Wel dat je bijvoorbeeld opvang goedkoper maakt, dat je het ouders financieel minder moeilijk maakt.”

U schreef een essay over Hillary Clinton over waarom vooral intellectuele vrouwen voor haar terugdeinzen. Stel dat zij president wordt, is feminisme dan verder overbodig?

“Nee. Momenteel hebben in de VS veel vrouwen macht, zowel politiek als economisch. Maar onze houding is nog niet aangepast aan die werkelijkheid. Er is nog een hoop in te halen. Er is al wel veel veranderd. Toen ik met mijn dochter naar de Clinton-Obama debatten keek, was zij nogal voor Obama. Ik vroeg haar: zou het niet mooi zijn als een vrouw president werd? Waarop zij antwoordde: maar dat is toch niet zo bijzonder! Zes was ze, en het idee dat er een vrouw president zou zijn, was al gewoon voor haar. Mijn moeder kreeg nog van haar vader te horen ‘alleen lelijke vrouwen worden advocaat’, dus er is wel wat veranderd – in twee generaties. Dat is snel, en ook desoriënterend. Ik denk dat het intellectuele feminisme van iemand als Simone de Beauvoir altijd geldig blijft, maar het gevecht op de barricaden is voorbij. Er zijn meer vrouwelijke dan mannelijke studenten of managers. Maar dat geldt voor Amerika, en ook wel voor Engeland, maar ik zou het niet voor heel Europa durven beweren. Laat staan voor de rest van de wereld.”

U kaart ook een veranderende mentaliteit aan in de literatuur aan, bijvoorbeeld wanneer het om de seksuele moraal gaat. Het liberale gedachtegoed doet de seks in romans geen goed.

“Ik zie inderdaad dat de manier waarop John Updike en Phillip Roth over seks schreven, aan het verdwijnen is. Auteurs als Jonathan Franzen, Dave Eggers of Michael Chabon zijn te veel met zichzelf en de onschuld bezig om nog goede seksuele passages te schrijven. Ze willen ook zo enorm graag politiek correct zijn, en durven dus niet echt meer. De seksscènes bij Roth, Updike of Norman Mailer waren echt geen pornografie, die gingen ook vaak over verdriet, onmacht. En neem me niet kwalijk, maar iemand als Franzen is veel erger. In The Corrections schrijft hij ‘Denise, op haar 32ste, was nog steeds mooi’. Sorry, maar veel seksistischer dan dat ga je het niet krijgen. Het is semi-correct, in feite is deze generatie gewoon conservatiever: ze trouwen en blijven dat. Ze hebben kalmere levens zonder vreemdgaan, en ze denken dat ze dan veiliger en gezonder leven. David Foster Wallace bekritiseert John Updike, omdat die seks als remedie tegen ontologische wanhoop beschouwt. Maar daar is best wat voor te zeggen.”

Wat is de ideale sekspassage anno 2013?

“Zoals James Salter dat doet in Alles wat is. Hij schrijft eerlijk over seks, niet romantiserend, er zit een zekere schoonheid in maar hij is niet sentimenteel. Geen valse bescheidenheid zoals bij Eggers, maar ook geen opschepperij als bij Roth. Ik zou dat zelf niet kunnen. Schrijven over seks is extreem moeilijk. Wat me vooral stoort is dat de jongere generatie het moeilijk lijkt te hebben met het idee van de transformerende kracht van liefde. Daar word ik soms een beetje droevig van.”