Geluk is de plek waar de regenboog de aarde raakt

In ‘Assen Blues’ situeren acteur Ali Çifteci en schrijver Rob de Graaf een stuk over ontheemding op een verlaten treinperron.

Ali Çifteci en Camilla Siegertsz in ‘Assen blues’. Foto Kurt van der Elst

Blikken over en weer, belangstellend, dan weer koel en ongeïnteresseerd. Schuifelende voeten die toenaderen en weer afstand nemen. Een voorbijrazende goederentrein die de stilte even wegneemt. Op een verder verlaten perron in Assen staan een man en een vrouw. Ze zijn onderweg, hij naar zijn geboorteland Turkije, zij naar de kunstacademie in Groningen waar ze lesgeeft. Ronica en Mehmet - gespeeld door Camilla Siegertsz en Ali Çifteci - zijn vreemden van elkaar. „Ik ken hem niet”, zegt kunstdocente Ronica tegen het publiek. „Ik hoef hem niet te kennen.”

Tijdens Assen blues, dat vrijdag in Deventer in première ging, wisselden de monologen van Ronica en Mehmet elkaar af, soms onderbroken door een telefoongesprek in schreeuwerig Turks, om na een tijdje te versmelten tot een dialoog. Dan blijkt dat de twee dolende mensen, ondanks grote verschillen in afkomst en aspiratie, ook raakvlakken hebben.

Acteur Ali Çifteci (50) is initiator van Assen blues, dat gespeeld wordt door het Nationale Toneel en geschreven is door Rob de Graaf.

‘Assen blues’, wat houdt dat in?

„Het idee voor deze voorstelling begon met een reis naar Turkije die ik had willen maken, maar die om praktische redenen niet door kon gaan. Ik ben vervreemd van mijn geboorteland, maar blijf er ook mee verbonden. Het stuk gaat over die ontheemding: over verlangen, verbeelding, (dubbele) identiteit, en de verschillen en overeenkomsten tussen die twee onbekenden. De reis kwam er niet van, maar door het stuk op een perron te situeren, is de suggestie van reizen steeds aanwezig.”

Reizen als metafoor?

„Eigenlijk is alles tussen geboorte en dood een reis. Mensen zijn constant op zoek naar geluk. Maar is het te bereiken? Geluk is vergelijkbaar met de plek waar een regenboog de aarde raakt. Mehmet denkt het te vinden in zijn geboorteland Turkije, ook al kent hij dat alleen uit verhalen.”

Maar waarom Assen?

„Het stuk had ook Roermond blues kunnen heten, daar kom ik vandaan, maar dan was het te persoonlijk geworden. Ik ben nooit in Assen geweest, maar als ik er met de trein doorheen kwam viel het me op dat het er zo rustig is, dat desolate Drentse landschap. Het station kwam voort uit een beeld van mijn vader, die twaalf jaar geleden overleed, dat me altijd bij is gebleven. Ik zag hem vaak in stationsrestauraties. Vreemd, omdat er zoveel leuke cafés zijn. Het station is zo’n typische plek voor oude gastarbeiders: ze kwamen aan met de trein, wilden weer terug met de trein, maar dat gebeurde nooit.”

Is het autobiografisch?

„Zo is het wel begonnen, maar toneelschrijver Rob de Graaf heeft er een fictief en universeel verhaal van gemaakt. Het gaat niet meer over de ontheemding van een Turkse immigrant, maar over ontheemding op elk gebied. Ik ben niet geïnteresseerd in privézaken op het toneel.”

U noemt ‘Assen blues’ nadrukkelijk niet „het zoveelste migrantentoneelstuk”. Waarom?

„Multicultureel toneel toont vaak het zielige verhaal en veroorzaakt zo segregatie. Het gaat dan over emancipatie en integratie, de slachtofferrol. Ik wil niet meedoen aan dat onderscheid tussen wij en jullie. Toen ik in de jaren tachtig werk zocht, werd ik vaak doorverwezen naar multiculturele theatergezelschappen. Maar ik heb kleinkunstacademie gedaan, kun je het Hollandser verzinnen? Ik had meer met Jacques Brel dan met de Turkse cultuur. Toneel moet over kunst gaan, niet over afkomst.”

Assen blues. Tournee t/m 27/11. Inl: www.nationaletoneel.nl