Eng, enger, supereng, maar je weet het allemaal al

Insidious van James Wan werd in 2011 door een deel van de kritiek als verfrissend ervaren: eindelijk weer eens een griezelfilm die het niet van afgehakte lichaamsdelen, enge zombies, vampiers of andere effecten hoefde te hebben, maar gewoon lekker ouderwets: spoken in lange witte jurken, behekste huizen, uitstapjes van het nu naar gene zijde en weer terug. En dat alles met een, naar het schijnt, bevredigende verhaallijn.

De vervolgfilm Insidious 2 lijkt zulke gevoelens van welwillendheid absoluut niet te kunnen oproepen. Die is weinig meer dan een schijnbaar haastig in elkaar gedonderde verzameling clichés, ondersteund door een minimale, zelfs voor het genre vrij onbegrijpelijke verhaallijn en een onwaarschijnlijk onnatuurlijk aandoende Engelse nasynchronisatie.

Eng: baby in het spookhuis alleen in zijn bedje laten liggen, terwijl je al eens over de babyfoon hebt kunnen horen hoe het spook zich aan het kind vergrepen heeft. Nog enger: de geest van een gestorvene oproepen bij een kaarsje. Supereng: bij nacht ronddolen in een sedert lang verlaten ziekenhuis, waar de bedden en instrumenten nog staan, overdekt met spinnenwebben. Wat daar allemaal niet gebeurd kan zijn!

Het is allemaal zeer ijselijk, maar je weet het al. Om de toeschouwers in hun stoel te laten schrikken, moet de film het vooral hebben van enorme volumeverschillen bij het geluid. Het eind doet een Insidious 3 vermoeden. Ook heel eng.

Raymond van den Boogaard

    • Raymond van den Boogaard