Een standbeeld voor een hazewindhond

De hazewindhond krijgt elke dag precies 250 gram kwaliteitsvlees van haar bazin, een steenrijke Mexicaanse vrouw. Buiten haar kitscherig ingerichte appartement staat een groot standbeeld van het dier. De hond wordt iedere dag door een chauffeur en huishoudster Lidia naar het strand gereden zodat hij de zonsondergang kan zien. Als zijn bazin overlijdt, erft de hond alles.

Schoonmaker Rafael, de tweede hoofdpersoon, woont in een caravan die vlakbij de rijkste wijk van Tijuana staat, zoals regisseur José Luis Valle in een mooi shot laat zien: bovenin zien we de smetteloos witte villa’s van Mexico’s allerrijksten, waarna de camera langzaam naar beneden beweegt en Rafaels stacaravan op een modderig terrein toont, te midden van andere schots en scheef staande caravans.

Rafael is dertig jaar in dienst van lampenfabriek Philips, maar maakt door een administratieve fout geen aanspraak op het pensioen waar hij zo naar verlangt. Dus moet hij gewoon doorwerken en op zijn knieën kauwgum van de vloer pulken.

Het Mexicaanse Workers laat de kloof tussen arm en rijk met veel droge humor zien. De film onthult langzaam de voorgeschiedenis van Lidia en Rafael en hoe zij zich tot elkaar verhouden. Onder de gortdroge humor, vol ironie over hoe het leven kan lopen, zit een heel triest verhaal over migratie, eenzaamheid en gebrek aan vooruitzicht.

Debuterend regisseur Valle toont zich met Workers een begenadigd stilist die het geduld van de toeschouwer soms op de proef stelt. In een van de langste opnames toont hij een straat waar Rafael een pand binnengaat. Maar Valles camera blijft buiten staan en laat zes minuten lang de traag invallende avond zien. Zo verglijdt ook voor de kijker de tijd, net als voor Rafael en Lidia. Daar is nou eenmaal niets aan te doen.

André Waardenburg