Een nieuwe Slag bij Waterloo

De tweehonderdste verjaardag van de Slag bij het Belgische Waterloo in 1815 leidt nu al tot nervositeit. Fransen willen de eer van Napoleon hoog houden, al verloor hij smadelijk. Ook bij Franstalige Belgen is Napoleon populair. Britten en Duitsers willen juist veel meer aandacht voor hun victorie.

‘Hier hing onlangs nog de vreselijke walm van ’t frietkot,” zegt gravin Nathalie du Parc Locmaria d’Ursel, als ze op haar hakjes, met een stapel brochures onder de arm, over het bouwterrein gaat.

Aan de voet van de Butte du Lion, het piramidevormige herdenkingsmonument in Waterloo, wordt koortsachtig gewerkt aan een facelift voor 2015, de tweehonderdste verjaardag van de beroemdste veldslag van Europa. De gravin is namens een comité van omliggende gemeenten nauw betrokken bij de werkzaamheden, die onder meer een multimediaal bezoekerscentrum moeten opleveren.

Het is nog even te gaan, tot juni 2015, maar nu al heerst er de nodige nervositeit in Waterloo. Twee eeuwen later pruttelt de veldslag venijnig voort in de Waalse psyche. De herdenking is omgeven door historische gevoeligheden.

Volgens de gravin is het hoog tijd om het verhaal van de veldslag beter te vertellen. Op het grote panoramaschilderij in het museum zit de keizer stevig te paard. „Klopt niet,” zegt ze. „Volgens historici had Napoleon in die dagen last van aambeien en had hij tussen zitvlak en zadel een baal stro. Maar ernstiger is dat de meeste toeristen na hun bezoek denken dat het Napóleon was die won. Dat beeld moet nu echt worden bijgesteld”.

Geen gemakkelijke opgave, weet Du Parc Locmaria, want Napoleon is in Franstalig België nog steeds populair. Veel Belgen vochten destijds aan Napoleons zijde mee. „Mijn eigen familie heeft een bloedband met een maarschalk uit Napoleons kamp. Maar liever kies ik geen partij.”

In een diplomatieke werkgroep die zich bezighoudt met de tweehonderdste verjaardag, zou de Franse ambassadeur hebben geëist ook aandacht te willen besteden aan de kleinere veldslagen die vooraf gingen aan Waterloo. „Die heeft Frankrijk gewonnen. Doen we daar dan niks aan?”

Alleen de Duitse diplomatie is zeer ingenomen met de viering. „Eindelijk een oorlogsherdenking waar we trots op mogen zijn”, zeggen betrokken diplomaten.

De feiten zijn onbetwist: op 18 juni 1815 zegevierde Arthur Wellesley, de ‘IJzeren Hertog’ van Wellington, bijgestaan door de Pruisische veldmaarschalk Blücher, de prins van Oranje en andere geallieerden. Waterloo betekende het einde van de Franse hegemonie in Europa.

Maar Napoleon-parafernalia domineren Waterloo. ‘Hier sliep de keizer aan de vooravond’ adverteren hotels. ‘Hier ontbeet hij, hier dineerde hij’, beweren meerdere restaurants. Van het laatste hoofdkwartier van de keizer is een museum gemaakt waar de Franse driekleur wappert aan de gevel. „De Napoleon-mythe overstijgt het feit dat hij hier werd verslagen,” zegt de museumbeheerder. „Napoleon was niet alleen een militair, hij betekende zo veel meer.”

Nergens in de omgeving een Wellington-standbeeld te bekennen. „Absurd, maar ook begrijpelijk,” zegt graaf Georges Jacobs de Hagen, die met gravin Du Parc Locmaria samenwerkt in het feestcomité. „Franstalige Belgen zijn geneigd de keizer te bewieroken.”

Als voormalig topman van een farmaceutisch bedrijf is graaf De Hagen ingewijde in de Brusselse haute finance. Hij zoekt hij naar sponsoring van de 2015-viering.

Voor financiering van het herstel van kasteelboerderij Hougoumont, waarom urenlang werd gevochten, reisde hij met de gravin naar Londen. De Britse regering zegde 1 miljoen pond toe. In ruil eist Engeland dat er een standbeeld voor Wellington komt, waarvoor de plannen nu op tafel liggen.

Sensibiliteit blijft geboden, zegt graaf De Hagen. „Frankrijk en Franstalig België maak je niet blij met een feest dat straks bol staat van Brits triomfalisme.”

Hertog Wellington had na de veldslag met lede ogen moeten toezien hoe op ‘zijn slagveld’ de Butte-piramide verrees – op bevel van koning Willem I. Na Waterloo heerste Willem van 1815 tot 1830 over het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden waartoe het huidige België behoorde. De Butte was Willems eerbetoon aan zijn in Waterloo gewond geraakte zoon, de prins van Oranje.

Maar Wellington vond het maar niks. „De Hollanders hebben het terrein verpest met een lelijke puist.”

Wel werd de Brit door Willem beloond met het vruchtgebruik over 1.083 hectare grond in de buurt van Waterloo. Nazaten van de IJzeren Hertog incasseren er tot op heden pachtgeld van Waalse boeren.

De landbouwgrond heeft de Wellingtons sinds 1815, omgerekend, tientallen miljoenen euro’s opgeleverd. Ruim tien jaar geleden probeerden Belgische klagers het historische akkoord via de rechter ongedaan te maken. Tevergeefs.

„Graaf De Meeûs heeft hier de regie in handen, hij handelt voor de Wellingtons de pacht af,” zeggen boeren in de omgeving. „Het voordeel is dat je bij de Wellingtons zekerheid hebt,” zegt boer Jean Paul Desender. „De familie mag de grond niet verkopen, dus áls je bij ze pacht dan pacht je op de lange termijn. Wel moet je bij aanvang wat extra startgeld in een envelop afleveren.”

Tegen het vallen van de avond loopt de onvermoeibare gravin Du Parc Locmaria door de poort van de vervallen kasteelboerderij Hougoumont. Zodra die miljoen pond door Londen worden overgemaakt, komt de restauratie in zicht.

„De viering moet in het teken staan van verzoening,” zegt de gravin. „Ik herhaal: ik ben niet partijdig. Maar Napoleon was wel een genie. Misschien iets te gulzig.”

    • Tijn Sadée