Dubbele peso op Cuba verdwijnt

Het laatste land ter wereld met twee nationale munteenheden, Cuba, gaat het systeem hervormen. De regering van Raúl Castro kondigde gisteren aan dat de twee munten geleidelijk zullen overgaan in één.

De stap moet een einde maken aan een even uniek als bizar monetair systeem dat gewone Cubanen gevangen houdt in een bankroete derdewereldeconomie, terwijl buitenlandse toeristen toegang hebben tot de luxe die ze thuis gewend zijn.

De grote vraag is hoe de twee munten, verwarrend genoeg allebei ‘peso’ geheten, moeten samensmelten. De regering onthulde gisteren geen details, behalve dat de overgang geleidelijk zal verlopen over een periode van anderhalf jaar.

Het systeem van de dubbele munteenheid ontstond in 1994, toen Cuba in crisis was na het ineenstorten van de bevriende Sovjet-Unie. Met tegenzin opende het communistische regime het eiland voor toeristen, terwijl het bewoners probeerde af te schermen van kapitalistische invloeden.

Voor de toeristen werd de ‘omwisselbare peso’ (CUC) gecreëerd, met een wisselkoers gelijk aan de Amerikaanse dollar. Deze dure peso is nodig in hotels en voor het kopen van geïmporteerde goederen. Cubanen krijgen hun magere staatssalaris uitgekeerd in de lokale peso, te besteden in staatswinkels.

Het dubbele muntsysteem is impopulair onder Cubanen. De lokale peso voldoet alleen voor basale behoeften, zoals rijst en bonen. Voor veel andere dingen, zoals kleding, is de omwisselbare CUC nodig. Taxichauffeurs met toegang tot de toeristenmunt hebben daardoor een beter leven dan leraren met een staatssalaris.

Ook lokale ondernemers hebben last van de dubbele munt. Voor hun bedrijfjes hebben ze vaak geïmporteerde producten nodig, te betalen in CUC. Maar de producenten en diensten die ze verkopen aan Cubanen krijgen ze betaald in de lokale peso. Het waardeverschil is groot: 1 CUC staat gelijk aan 25 Cubaanse peso.

De aanpassing van het monetaire beleid past binnen de economische hervormingen van president Castro, die zijn broer Fidel in 2006 opvolgde. Cubanen mogen inmiddels hun auto’s en huizen aan elkaar verkopen en kleine bedrijfjes opzetten. Dit moet de pijn verzachten van bezuinigingen en massaontslag onder ambtenaren.